“Als we de recepten van het VBO en de rechterzijde blindelings volgen, dan blijft niet alleen het begrotingstekort groeien, maar zal België ook nooit het hoofd kunnen bieden aan de sociale ravage die een volgende crisis met zich zal meebrengen”, zegt Anja Vanrobaeys..


Het VBO wil de komende jaren 5 procent besparen op de overheidsuitgaven. Ook  Alexander De Croo heeft het over ‘zware saneringen’. Ze zetten daarmee een rechtse traditie verder en viseren in eerste instantie de sociale zekerheid, die ze verder willen afbouwen. Wat ze echter niet begrijpen, is dat ze met zulke pleidooien zichzelf in de voet schieten.Als de Belgische economie in zwaar weer komt, werkt de sociale zekerheid als economische stabilisator.

Onze sociale zekerheid heeft immers een herverdelende functie. Die functie zorgt ervoor dat wie pech heeft of ziek wordt het hoofd boven water kan houden. Dat is niet alleen goed voor mensen, maar ook goed voor onze economie, want de alledaagse uitgaven van die groep zorgen er ook voor dat de economie in tijden van crisis niet in een nog diepere recessie terecht. Niet het geld van de rijken, maar het geld van de gewone man doet de economie immers draaien. Neem dat weg en de economie valt in een nog diepere kloof.

Dat geld kwam echter niet in onze economie terecht, maar in de zakken van het Belgisch kapitaal. In plaats van te investeren, werden de winstmarges verder afgeroomd en bleef de stijging van de tewerkstelling in België zelfs onder het gemiddelde van de Eurozone. Wie de vrijheid van ondernemen geniet, hoort ook verantwoordelijkheid op te nemen en dat is niet gebeurd.

Besparingen zullen dus ook geen zoden aan de dijk brengen bij de openbare diensten, integendeel. Besparingen en overheidsefficiëntie gaan gewoon niet samen. Om onze openbare diensten daadkrachtiger en performanter te maken, dient er net meer in geïnvesteerd te worden.

Dat is niet alleen wenselijk, maar ook broodnodig. Veel openbare diensten zitten immers al aan het einde van hun Latijn. Zo is er te weinig geld om noodzakelijke digitaliseringsprojecten door te voeren. Dat zorgt ervoor dat de Belgische overheid soms lichtjaren achterop hinkt en de ambtenaren hun werk niet goed kunnen doen. Dit kan ook dramatische gevolgen hebben. Zo waren er dit jaar door allerlei technische problemen soms wachttijden van meer dan 10 minuten bij de noodcentrale. Je zal het maar meemaken.

Het mag dus duidelijk zijn dat publieke investeringen de komende jaren essentieel blijven voor de toekomst en de welvaart van het land.

Tegen 2030 moet er €150 miljard geïnvesteerd worden in domeinen zoals onderwijs, gezondheidszorg, mobiliteit en energie. Als het van rechts afhangt, moet de overheid daarvoor de baan vrijmaken voor publiek-private samenwerkingen (PPS) op grote schaal. De financiële elite zal de rest wel doen. 

In de praktijk zou het er op neerkomen dat openbare diensten en cruciale infrastructuur via investeringsfondsen zouden  omgevormd worden tot privaat verhandelbare financiële activa. De gevolgen daarvan zijn niet te overzien. Het spreek immers vanzelf dat die private investeerders niet het algemeen belang maar hun eigen portemonnee zullen voorop stellen. We mogen ons dus aan slechtere dienstverlening met een hogere prijs verwachten. 

Wat ons land echt nodig heeft, is een groene industriële revolutie, a Green New Deal. We hebben een doortastend investeringsplan nodig dat het energielandschap volledig hertekent, waarbij we de economische transformatie nauwgezet coördineren en het Belgische model van overleg een nieuw elan geven. Ons overlegmodel geldt immers als Europees voorbeeld. De herwaardering ervan stelt ons in staat om een economisch beleid te voeren dat ecologisch en rechtvaardig is.

Het begrotingstekort zal pas werkelijk gefinancierd kunnen worden door de massale investeringen te doen die onze planeet broodnodig heeft. Na de vertraging van de afgelopen jaren hebben we geen dag meer te verliezen. De rente is vandaag zelfs negatief voor de Belgische staat: Waar wachten we nog op?