Nieuwe pensioenregeling is een pleister op een houten been

Na druk van sp.a heeft de regering zijn fundamenteel oneerlijke pensioenplannen toch moeten bijschaven. “Al blijft de nieuwe regeling onrechtvaardig”, zegt Karin Temmerman. “Want niet het aantal gewerkte jaren telt, maar wel het moment waarop je werkt."

Na alle paniek die de regering zelf gecreëerd had over de pensioenen, proberen ze nu de meubelen te redden met een wetsontwerp dat langer werken moet aanmoedigen. “Toch lost dat voorstel niks op”, zegt Karin Temmerman, “want wie op het einde van de carrière werkloos wordt, is de dupe.”'

Het wetsvoorstel zal in elk geval de ongelijkheid niet oplossen. Want de oude regeling die zich voor de pensioenberekening baseerde op de 45 beste jaren, wordt nu vervangen door regeling waarbij de eerste 45 jaren de basis vormen. Als je daar werkende jaren aan toevoegt, dan krijg je pensioen bij. Maar de voorwaarde is wel dat je aan het werk bent op het moment dat je loopbaanteller op 45 jaar springt. Ben je op dat moment niet aan het werk, dan stopt de opbouw. Ongeacht wat je daarvoor hebt gedaan.


“En dat is nadelig voor wie vroeg is begonnen”, zegt Temmerman. “Wie op zijn 16de is begonnen en op zijn 58ste stopt heeft 42 jaar effectief gewerkt. In de oude regeling keek men voor het pensioen naar de beste 45 jaren van activiteit. De laatsten dus, want het inkomen uit het brugpensioen lag nog altijd hoger dan het startersloon. In de nieuwe regeling kiest men de eerste 45 jaar.”


“Het gaat niet om het aantal effectief gewerkte jaren, maar vooral om het tijdstip waarop je werkt. Wie lang werkt en dan werkloos wordt, verliest pensioen. Wie lang werkloos is geweest en dan even werkt, wint pensioen. Dus wie op het einde van de carrière werkloos wordt, is de dupe. De onrechtvaardigheid tussen wie wel en niet werkt, blijft bestaan."



Deze discussie werd gesloten.