Opiniestuk van Yamila Idrissi 12 december 2012 in De Morgen

"Dat is het leukste wat je met een mening kunt doen: verschillen." Afgaand op zijn eigen citaat zou Herman De Coninck genoten hebben van de recente discussie of het gelijknamige plein in Antwerpen nu al dan niet zijn voornaam moet krijgen. Al had hij vermoedelijk iets verhevener meningsverschillen in gedachten. Meningsverschillen die niet worden doodgeklopt door diegenen met wie je van mening verschilt neer te zetten als 'idioten'. De Coninck zou trots geweest zijn op zijn vakbroeders en -zusters die het debat op een andere, eerlijkere manier voeren. Met stijl.

Als ze er in Antwerpen niet uitgeraken, zijn we in Brussel meer dan bereid om een van onze pleinen - bijvoorbeeld dat voor het Goudblommeke - om te dopen tot 'Herman De Coninckplein'. Hij mag dan wel zo Antwerps zijn als Robbe De Hert of Gaston Berghmans, zijn taal reikt veel verder dan de Scheldestad. Dus altijd bereid om onze grootste en meest toegankelijke dichter van de voorbije decennia te eren met een plein.

Maar laat ons eerlijk zijn: of het nu om een plein, een straat of een standbeeld gaat, het blijft een symbolisch eerbetoon. We moéten onze literaire geschiedenis eren. Maar het is een beetje cynisch om onze schrijvers na hun dood een mooi eerbetoon te brengen, terwijl we hen bij leven en welzijn aan hun lot overlaten. Of het Herman De Coninck is of Hendrik Conscience - des goûts et des couleurs, on ne discute pas - onze literatuur verdient meer aandacht.

We hebben pas de hele discussie over de verhoging van de roerende voorheffing op de auteursrechten achter de rug. Die is gelukkig opnieuw in de koelkast gestopt, maar ze legde wel een ander prangend probleem bloot waar onze schrijvers mee worstelen: het leenrecht. Als hun boeken worden uitgeleend in Nederlandse bibliotheken, krijgen ze daar correcte vergoeding voor. Voor elke uitlening bij ons moeten ze het stellen met een habbekrats.

Het dossier van het leenrecht begint nu stilletjes te bewegen. Eindelijk. Minister van Economie Johan Vande Lanotte heeft een koninklijk besluit uitgewerkt dat nu in de allerlaatste fase zit, bij de Raad van State. Nog voor het einde van het jaar kan het gepubliceerd worden en krijgen onze schrijvers een eerlijke vergoeding als hun boeken worden uitgeleend in de openbare bibliotheken.

Door het invoeren van nieuwe criteria voorziet het koninklijk besluit een correctie van de gedane vergoedingen van 2004. Een deel van die nieuwe middelen kunnen we dan aanboren voor de oprichting van een fonds ter promotie van de letteren in Vlaanderen. Deze huidige en toekomstige inningen van het leenrecht dient uiteraard om de auteurs correct te vergoeden.

Een fonds waar de schrijvers, de uitgevers en de beheersvennootschappen samen aan de touwtjes trekken. Een manier om de jarenlang misgelopen inkomsten door het ontbreken van een fatsoenlijk leenrecht te compenseren, maar ook - en vooral- een manier om de literatuur extra zuurstof te geven. Het fonds kan nieuwe lezers en nieuwe markten aanboren, literatuur extra toegankelijk en extra aantrekkelijk maken, minder voor de hand liggende genres stimuleren, activiteiten en evenementen opzetten om onze schrijver in de spotlights te zetten.

En we moeten mee met onze tijd. Als het voor de filmindustrie kan, waarom dan geen tax shelter voor de literatuur? Zodat ondernemingen mee kunnen bijdragen tot de verdere ontwikkeling van ons literaire erfgoed. Literatuur helpt de uitstraling van een regio te vergroten. Als Tom Lanoye in Frankrijk hoge ogen gooit en les mag geven aan de Sorbonne, dan profiteert Vlaanderen mee. En dan is het niet eens zo vergezocht om te hopen dat ook onze ondernemingen hun graantje meepikken. Ik ben ervan overtuigd dat zo'n tax shelter veel gegadigden vindt.

Er zullen wel een aantal schrijvers vinden dat ik nu vloek in de kerk. Ondernemingen die hen helpen om literatuur te creëren, het botst met het geromantiseerde beeld van de schrijver die à la J.D. Salinger ver weg van de bewoonde wereld worstelen met hun typemachine. Maar kruisbestuivingen zijn perfect mogelijk zonder dat ze de creativiteit beknotten of de artistieke integriteit in gevaar brengen.

De literatuur leeft in Vlaanderen, merk ik ook nu weer aan mijn overvolle verlanglijstje voor de feestdagen. Nu nog zorgen dat ook de schrijvers er zelf van kunnen leven.