Nieuwe tariefakkoorden: meer remgeld, minder tariefzekerheid.

902 miljoen wordt bespaard op de gezondheidszorg in 2017. Daarvan werd 247 miljoen gezocht bij de zorgverstrekkers. Zo wordt 2/3de van hun index ingehouden.  Van bij de afkondiging van die maatregel werd duidelijk dat de patiënt hiervan de dupe zou worden. Nu alle akkoorden vastliggen, maken we de balans op.  Voor de patiënt betekenen de akkoorden meer remgeld (betalen) en minder tariefzekerheid.


Wat vooraf ging

Bij de opmaak van de begroting 2017 besliste de regering om ook op gezondheidszorg opnieuw fiks te besparen: 902 miljoen euro. Dat het besparingsbeleid schadelijk is voor onze gezondheidszorg werd in eerdere blogs al toegelicht. 

Van de besparingen 2017 werd een groot stuk (247 miljoen euro) afgewenteld op de zorgverstrekkers, althans dat was bedoeling. Onmiddellijk werd duidelijk dat minister Maggie De Block met haar draconische maatregel zwaar weer afriep over de tariefakkoorden. Die akkoorden zijn een set afspraken tussen zorgverstrekkers en ziekenfondsen waarin ook de wettelijke tarieven worden vastgelegd. Enkel zorgverstrekkers die toetreden tot het akkoord, of beter gezegd niet uitstappen, engageren zich om de wettelijke tarieven te volgen en dus geen supplementen aan te rekenen.  In ruil genieten zijn van een aantal voordelen in de vorm van premies. 

Het waren de artsen en de kinesisten die eind 2016 het meest van zich lieten horen. De artsen beschouwden de besparing als eenzijdige contractbreuk en zagen hierin het einde van het nog lopende akkoord (2016-2017). Hoewel de ontbinding van het akkoord juridisch niet hard gemaakt werd, werd het akkoord wel opengebroken en opnieuw voorgelegd. Bij de kinesisten en de tandartsen raakten de onderhandelingen over nieuwe akkoorden in een impasse. Uiteindelijk zou het tot respectievelijk maart en april duren tot men tot nieuwe akkoorden kwam.

In afwachting van de akkoorden steeg de patiëntenfactuur 

De onvrede van de zorgverstrekkers werd voor de patiënt snel voelbaar.  Op aanraden van hun beroepsvereniging, Axxon, trokken heel wat kinesisten hun tarieven per 1 januari op. Zo wilden zij de druk op de minister opvoeren. Het was evenwel de patiënt die hiervan het slachtoffer werd, met een meerkost van 32 tot 38%. Dat véél kinesisten gehoor gaven aan deze oproep bleek duidelijk uit de cijfers van de socialistische mutualiteiten.  De eerste maanden van het jaar steeg het aantal attesten kinesitherapie waarbij supplementen werden aangerekend spectaculair. Ook de beroepsverenigingen van tandartsen gaven hun leden het advies om hun tarieven op te trekken in afwachting van een akkoord. Tot slot viel op dat ook de artsen-specialisten dat deden, zelfs al waren zij wel nog gebonden door een eerder tariefakkoord.

 

KnipselKine (1).JPG


Het resultaat van de nieuwe akkoorden: meer remgeld, vaker supplementen

  • kinesisten: dubbel zo vaak supplementen 

Op 10 maart werd, tegen de wil van de beroepsvereniging, in een individuele overeenkomst voorgelegd. Een eerste belangrijk element is dat de patiënt hiervoor in de buidel moest tasten. Vooral via een verplaatsingsvergoeding kost het akkoord de patiënt 4,7 miljoen euro per jaar. 

Maar daarnaast verdubbelde het aantal kinesisten dat het akkoord niet volgt (van 8 naar 16%).  Dit willen zeggen dat dubbel zo veel kinesisten dan voorheen hun tarieven vrij bepalen.  Bovendien krijgt de patiënt bij een niet geconventioneerde kinesist(e) 25% minder terugbetaling.  De eigen bijdrage loopt dus hoog op.

Tot slot ging de vereniging ook in beroep bij de Raad van State tegen de verminderde terugbetaling bij niet-geconventioneerde kinesisten.  Zonder die verminderde terugbetaling had wellicht nog een groter percentage kinesisten uitgetreden. Een groot aantal kinesisten wilde immers het tariefakkoord enkel verwerpen, als ze met voldoende waren (40%+1), om te verhinderen dat de conventie, en dus ook de verminderde terugbetaling, in werking trad.                                                                                                                                                                                  

  • tandartsen: remgeld omhoog, conventiegraad omlaag 

Bij de tandartsen liet het akkoord nog langer op zich wachten.  Pas op 12 april werd een akkoord bereikt.  Ook voor dit akkoord moet de patiënt ‘een inspanning’ leveren.  Bij de tandarts gaan de remgelden in 2018 omhoog.  Bovendien zullen ook geconventioneerde tandartsen voor twee ondergewaardeerde ingrepen een supplement (met een maximumtarief) mogen aanrekenen. Een gevaarlijk precedent dat de tariefzekerheid voor de patiënt in gevaar brengt.

Bovendien levert die verhoging van de factuur de patiënt niets op. Ten opzichte van het vorige akkoord gaat het aantal tandartsen dat de wettelijke tarieven volgt erop achteruit. Maar 61,37% onderschrijft het akkoord. Het vorige akkoord werd nog onderschreven door 62,64% van de tandartsen. 

In Vlaanderen neemt de conventionering af. Het aantal tandartsen dat de wettelijke tarieven niet wenst te volgen, stijgt van van 40,5% naar 44%. In 5 regio’s volgen zelfs minder dan de helft van de tandartsen de wettelijke tarieven. In Antwerpen en Mechelen is er vandaag te weinig tariefzekerheid om het akkoord in werking te doen treden. Voor de volledigheid: in Brussel daalt het aantal tandartsen dat uittreedt (van 38 naar 34%).  Waalse tandartsen passen het vaakst de wettelijke tarieven toe. Slecht 30,5% van de Waalse tandartsen verliet de conventie.

  •  artsen: een aantal artsen haakt af 

Bij de artsen is het verhaal iets minder dramatisch. Het akkoord ter vervanging van het opgezegde akkoord bevat geen nieuwe lasten voor de patiënt. Er werden vooral engagementen bedongen over eerdere beloftes.Maar toch lieten ook de artsen hun ongenoegen blijken. Iets meer huisartsen (van 10,6 naar 11,5%) en specialisten (van 16,7 naar 18,9%) wensen de tarieven niet langer te volgen.

Conclusie

De besparing op de index van de artsen werd doorgerekend aan de patiënt. De tariefonderhandelingen liepen moeizamer dan ooit. Tot het moment dat een overeenkomst gevonden werd, rekenden véél meer zorgverstrekkers supplementen aan.Op kap van de patiënt. Daartegenover stond alleen een daling van de tariefzekerheid. Zowel de patiënten die nog een geconventioneerde zorgverstrekker vinden als de patiënten die er nu geen meer vinden, voelen de besparing van minister De Block.

Deze discussie werd gesloten.