In juni 2009 werd er wettelijk bepaald dat er een Belgisch centrum voor alternatieven voor dierproeven moest worden opgericht. Door deze wet voldeed België op papier aan de Europese richtlijn betreffende de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt. In de praktijk bestaat het centrum nog steeds niet. En er bestaat dus vandaag, ondanks de wet van 2009, nog steeds geen gecoördineerd beleid inzake alternatieven voor dierproeven. We komen dus ook onze Europese verplichting niet na en dat is een spijtige zaak, vindt s.p.a.-parlementslid Els Robeyns.

Het centrum moest het onderzoek, de ontwikkeling en de validatie van alternatieven voor dierproeven stimuleren, onder meer via betrouwbaarheids- en nuttigheidstesten. Binnen het centrum zou een wetenschappelijk comité opgericht worden dat uit deskundigen inzake alternatieven moest bestaan. Els Robeyns neemt deze zaak ter harte: “Ik denk nochtans dat iedereen ervan overtuigd is dat we in de mate van het mogelijke het aantal gebruikte proefdieren willen reduceren. Daarvoor moet natuurlijk samen met de sector bekeken worden hoe de ontwikkeling van alternatieven kan gestimuleerd worden. Op eerdere vragen om uitleg en bij de bespreking van de beleidsnota en beleidsbrief heeft ook de minister dat ondersteund. De oprichting van dit centrum zou daar perfect de motor (katalysator) voor kunnen zijn.”

Ook maatschappelijk is daar een groot draagvlak voor. Uit een recente bevraging van Ipsos, in opdracht van Gaia, bleek dat maar liefst 81% van de bevraagden het eens was met het feit dat er een centrum voor alternatieven voor dierproeven moet worden opgericht.

Anno 2016, bijna 7 jaar na in werking treding van de federale wet, lijkt het (net als 81% van de Vlamingen) ook wel tijd om eindelijk werk te maken van dit centrum voor alternatieven. Dat centrum zou ook voor meer transparantie qua cijfergegevens kunnen zorgen. Vandaag bestaan er wel statistieken over het aantal dieren dat in Belgische laboratoria wordt gebruikt (in 2013 waren dat er 626.742).

Robeyns: “Met deze resolutie vragen we eigenlijk aan de Vlaamse regering en aan de minister voor dierenwelzijn in het bijzonder om eindelijk uitvoering te geven aan die federale wet van 2009 en om daar samen met de andere gewestelijke collega’s het initiatief toe te nemen. Los van de uitvoering van die wet van 2009 gaan we nog een klein stapje verder door ook te vragen om in overleg met dat centrum streefcijfers op te leggen om het aantal proefdieren jaarlijks te verminderen. Tot slot hebben we in de praktijk ook al meermaals vastgesteld dat er ook op vlak van milieuvergunningen het één en ander schort. Zo worden bij milieuvergunningen m.b.t. dierproeven steeds terecht de effecten op omgeving en leefmilieu in rekening gebracht maar de effecten op dierenwelzijn ten onrechte niet. Ook daar vragen we aan de regering om te onderzoeken hoe die lacune in het vergunningenbeleid weg gewerkt kan worden.”