Zorgen voor een zieke of een bejaarde ouder of familielid, bijna elke Vlaming doet het gedurende bepaalde periodes in zijn leven wel een of meerdere dagen per week. Maar terwijl de nood aan zorg elk jaar toeneemt, daalt het aantal zogenaamde mantelzorgers in Vlaanderen sterk. Dat is een zorgwekkende evolutie. Ik roep dan ook minister Vandeurzen op om dringend werk te maken van de uitvoering van de heel duidelijke voorstellen die onder meer Kom op Tegen Kanker eind 2015 lanceerde. Het is immers vijf voor twaalf om deze onmisbare zorgverleners beter en concreter te ondersteunen.




Er is dringend nood aan een beter maatschappelijk kader voor de mantelzorger

De Studiedienst van de Vlaamse Regering stelt vast het aantal mantelzorgers in Vlaanderen op 3 jaar tijd sterk is gedaald, terwijl de belasting voor de resterende mantelzorgers stijgt.  Op 3 jaar tijd zijn er 40.000 Vlamingen minder die minstens 1 dag van de week voor een naaste zorgen. In diezelfde periode zie je logischerwijze de druk op de professionele thuiszorg groeien. De nood aan hulp verdwijnt immers niet. Er zijn dus twee dingen nodig: investeringen in onze professionele zorg en vooral hulp aan de mensen die vrijwillig zorgen voor anderen. Anders komen we als samenleving simpelweg in de problemen.

De combinatie van werk en gezin lijkt voor steeds minder mensen ruimte te laten om ook nog eens te zorgen voor iemand uit zijn of haar omgeving. Geen gebrek aan engagement, verre van. Wel een gebrek aan tijd, getuige het hoge aantal mantelzorgers die kampen met burn-outs, depressies of conflicten krijgen met hun baas of hun gezin. Nu is de gemiddelde mantelzorger 51 jaar, bij verderzetting van de huidige trends is de gemiddelde mantelzorger binnen 15 jaar pensioengerechtigd. En ook dat geeft problemen: zal de zorgverlener, hoe gemotiveerd ook, het fysisch nog aankunnen? Riskeren ze niet overbevraagd te worden? Wat als zowel je vader als je partner tegelijk zorgbehoevend zijn, en je ondertussen ook nog eens een goede mama, papa, oma of opa wil zijn?  

Er is met andere woorden dringend nood aan een beter maatschappelijk kader voor de mantelzorger. Een kader waarbij het mogelijk moet worden werk, gezin en zorg voor een naaste beter te combineren en de inspanningen niet structureel gelegd worden bij de groep die niet meer actief is op de arbeidsmarkt, of het niet meer kan zijn omwille van de zorgbehoefte van een naaste. Er is nood aan een betere ondersteuning van zorgverleners: globale en heldere informatie over de mogelijkheden die een mantelzorger heeft, inspraak in het zorgplan, psychosociale ondersteuning, dagopvang ...

Nu maakt de overheid pas haar intrede wanneer de mantelzorger overbelast is of moegetergd uitvalt, terwijl onze woon- en thuiszorgdiensten heel wat expertise hebben die vanaf het begin de mantelzorg kan verlichten. De zorgsector is bij uitstek ook een sector die sterk innoveert; we moeten van deze innovatie gebruik maken om de zorgtaken fysisch minder belastend te maken, om de zorg ICT-matig beter te ondersteunen. En ook de mentale belasting moeten we aanpakken door tijdig een luisterend oor en psychosociale omkadering te voorzien voor wie het nodig heeft. Het kan en mag immers niet de bedoeling zijn dat je vrijwillig engageren in de mantelzorg leidt tot een groter risico op depressieve gevoelens en onbehagen.  

Er liggen hiervoor voorstellen op tafel. We kunnen en moeten dat op korte termijn aanpakken. Al mijn collega's in de commissie welzijn van het Vlaamse parlement kennen en erkennen de dringende nood aan ondersteuning. Ik doe dan ook een oproep, aan mijn collega's en de minister. Laat ons de koe bij de horens vatten. Laat ons er werk van maken dat we op de nakende dag van de mantelzorg, 23 juni, concrete ondersteuning kunnen bieden, daden in plaats van enkel woorden. Want het komt er meer dan ooit op aan goed zorg te dragen voor onze zorgers. Ze zijn onmisbaar.