“Ook in Brussel maakt het hulpnummer deel uit van het achtpuntenplan tegen radicalisering. Wij zien het nummer als een soort loket, met daarachter een heel netwerk van verschillende instanties en overheden: van politie tot sociaal werkers, van scholen tot moskeeën”, licht Fouad Ahidar toe. “Naargelang de situatie kijken ze hoe en wie moet ingrijpen.”

“De Brusselse regering moet nu haar plannen voor het hulpnummer uitvoeren, liefst in samenwerking met de initiatieven van de andere overheden”, zegt Fouad Ahidar. “Alle plannen ten spijt, van federaal tot lokaal, kunnen ouders en hulpverleners nog steeds nergens terecht met hun vragen. Die mensen staan alleen.”

“Naast de repressieve maatregelen moet er ook werk gemaakt worden van preventieve maatregelen. Er is echt nood aan een laagdrempelig initiatief waar mensen op kunnen vertrouwen dat er zorgvuldig en proportioneel gereageerd wordt,” besluit Fouad Ahidar.