Opiniestuk van Yamila Idrissi en Elke Roex, verschenen op 29/05/2013 in De Morgen

Er is misschien wel een groot zorgaanbod in Brussel, maar dat is ook versnipperd en ontoegankelijk. 

De nieuwe cijfers van de perinatale kindersterfte in Brussel zijn onaanvaardbaar. Een schandvlek voor de hoofdstad van Europa. In het gewest met de duurste materniteit sterven het meeste kinderen. Er sterven meer kinderen vlak voor en na de geboorte in Brussel dan in Roemenië. Het aantal kinderen dat in de buik sterft na 22 weken zwangerschap steeg met tweederde, tot 8,9 op 1000 kinderen. Elke Brusselse politicus moet door de grond zakken van schaamte bij het aanhoren van deze cijfers. Om dan snel weer op te staan en eindelijk de inefficiënte en ontoegankelijke Brusselse zorg radicaal te hervormen.

Groot maar duur zorgaanbod

 

Kinderen zijn de eerste slachtoffers van armoede, zelfs als ze nog ongeboren zijn. De cijfers leren ons dat gezinnen in armoede het moeilijker hebben om hun zwangerschap tot een goed einde te brengen en dat ze minder makkelijk toegang vinden tot de juiste zorg. De overheid draagt een verpletterende verantwoordelijkheid om toekomstige moeders te begeleiden doorheen hun zwangerschap en de drempels naar de juiste zorg weg te nemen. De versnipperde organisatie van de Brusselse zorg vormt veelal een bijkomende drempel. Vandaag is er in Brussel wel een groot en kwalitatief aanbod, maar tegelijk vinden te veel mensen er de weg niet in. Nergens worden zorgen zo lang uitgesteld als in Brussel. Dat betekent dat toekomstige moeders met klachten langer wachten voor ze een dokter bezoeken. De zo belangrijke 'eerstelijnszorg' is in Brussel veel te weinig uitgebouwd: Brussel telt een derde minder huisartsen dan het Belgische gemiddelde. Dat betekent dat toekomstige moeders geen advies inwinnen van hun huisdokter, of hoe ze alvast hun levensstijl kunnen aanpassen aan hun zwangerschap. Preventie is dan weer in handen van drie verschillende overheden die verschillende campagnes ontwikkelen, in andere talen, met andere prioriteiten en terugbetalingsregelingen. Grote kans dus dat geen enkele daarvan de kwetsbare moeder bereikt. En Brussel heeft dan wel veel kwalitatieve ziekenhuizen, maar die werken niet samen en zijn te duur. Dat betekent dat de toekomstige moeder misschien niet bereid zal zijn de dokterskosten voor te schieten. Maar het ergste is dat er in dit kluwen geen enkele instantie bestaat, geen enkele politicus rondloopt die eindverantwoordelijkheid draagt. Niemand die verantwoording moet afleggen over het feit dat de prenatale kindersterfte met meer dan de helft is toegenomen.

Eén organisator nodig

Hoe kunnen we de Brusselse zorg beter organiseren? Het uitgangspunt moet zijn dat elke Brusselaar gelijk is, en recht heeft op een gezond leven. Om dat te garanderen hebben we één regisseur nodig die over de communautaire, gemeentelijke of ideologische grenzen heen een Brusselse zorg uitbouwt. Die erover waakt dat er meer huisartsen komen, dat we efficiënte preventiecampagnes kunnen voeren. In de wijken hebben we wijkgezondheidscentra nodig die toekomstige moeders opvolgen van bij het begin. Vanaf het moment dat de geboorte geregistreerd wordt, moeten Kind&Gezin en haar Franstalige tegenhanger ONE samenwerken zodat elk kind gegarandeerd een consulent op bezoek krijgt. We kunnen vandaag al deze Brusselse zorg uitbouwen. Door de staatshervorming wordt Brussel bovendien ook bevoegd voor preventie, eerstelijnszorg, en programmatie van de ziekenhuizen. Als Brussel de afgelopen 20 jaar al vooruitgegaan is, is het op die domeinen waar het nieuwe Gewest eindverantwoordelijkheid had en daar ook verantwoording moest voor afleggen. Daarom pleiten we voor één eindverantwoordelijke voor het gezondheidsbeleid, en de uitbouw van een volwaardige Brusselse zorg. De dramatische kindersterfte in Brussel moet een eye-opener zijn voor de politiek. We mogen de nood aan een Brusselse zorg niet langer doodzwijgen.