De fabriek verenigde niet alleen families, ze was boven alles ook zelf een familie. Wie getrouwd was met iemand van 'de Ford', was getrouwd met héél de Ford. En als je problemen had met iemand bij de Ford, had je problemen met heel de Ford.

"De fabriek was decennia aan een stuk de grootste gemene deler in een uiterst diverse streek."

Een kanjer van een déjà-vu vorige week in het parlement. We deden het vragenuurtje van eind oktober gewoon over. 'Ford' werd alleen vervangen door 'ArcelorMittal', 'Genk' door 'Luik'. Voor de rest: copy-paste. Loze beloftes, gebroken eden, verontwaardiging, ontgoocheling, woede, onderling inwisselbaar. Voor iemand die niet uit Limburg of Luik komt, is het moeilijk om in te schatten hoever de impact van de drama's bij Ford en ArcelorMittal precies reiken. Ze treffen niet alleen direct duizenden mensen en gezinnen, ze raken ook een hele stad - en ik beschouw Limburg gemakshalve als één grote stad - in het hart. Economisch, maar ook sociaal.

Een mastodont als Ford of ArcelorMittal - voor de Luikenaars tot in de eeuwigheid der dagen Cockerill, als herinnering aan betere en glorierijke tijden - fungeert als bindmiddel tussen mensen. Sociale maïzena. De fabriek was decennia aan een stuk de grootste gemene deler in een uiterst diverse streek. Ze verenigde families, over afkomst en zelfs over klasse heen. Ze was de motor van sociale vooruitgang, de glimmende trots van een hele streek. En die trots straalde af op iedereen die er werkte, of die iemand kende die er werkte, of die iemand kende die iemand kende die er werkte. Dat is wat het protest vandaag zo fel maakt. Niet alleen het dreigende inkomensverlies en de economische onzekerheid, maar ook de gekrenkte eer van een trotse stad. Het bedrog van de pater familias. Want de fabriek verenigde niet alleen families, ze was boven alles ook zelf een familie.

Naar het beeld van de stad zelfs eerder een Turkse of Italiaanse familie: respect voor de ouderen, groot eergevoel, dat soort waarden uit de oude doos. Wie getrouwd was met iemand van 'de Ford', was getrouwd met héél de Ford. En als je problemen had met iemand bij Ford paste je maar beter op je tellen, want dan had je problemen met heel Ford. "Ik weet uw huis wonen", zoals ze dat zo schoon zeggen in de cités. De fabriek voedde zelfs de kinderen uit de stad op. Of voedde ze opnieuw op, als dat nodig was. Veel arbeiders begonnen bij Ford of ArcelorMittal te werken als ze nog piep waren, vers van de schoolbanken of de straat. In de fabriek moet je betrouwbaar zijn, de collega's moeten op jou kunnen rekenen, elke seconde van de dag. Eén zwakke schakel doet de hele ketting vastlopen, letterlijk.

De ouderen hadden je snel bij je kraag als je voor stoorzender speelde. Geloof me, je wordt nergens zo snel volwassen als aan de band. Relatieperikelen, een zware echtscheiding, financiële problemen, een moeilijk kind, niets bleef lang verborgen bij Ford. Bij ArcelorMittal zal het niet anders zijn, als ik de samenhang aan de piketten daar zie. Altijd helpende handen genoeg om wat oppepwerk te verrichten of om eens met die moeilijke puber een pint te gaan drinken. Die sociale controle, die dam tegen eenzaamheid, dat netwerk - geen toekomstplan dat zo'n verlies kan opvangen. Waarschijnlijk kleurt nostalgie mijn herinneringen nu iets te roze, er waren meer dan genoeg dagen dat ik dat monotone werk en dat helse ritme heb vervloekt.

Maar dat is de grootste merde aan heel dit verhaal: ik ben 32, ik zou nog niet nostalgisch mogen zijn.