“Terwijl ieder van ons zijn eigen dromen najaagt, blijven we een Amerikaanse familie die samen valt en samen opstaat.” De nieuwe, én de oude, Amerikaanse president Barack Obama begon in zijn indrukwekkende overwinningsspeech meteen bruggen te bouwen. Naar al zijn landgenoten, ook naar diegenen die niet op hem gestemd hebben. Hij liet zich op geen enkel moment leiden door euforie of revanchisme, hij vervelde onmiddellijk na het tellen van de stemmen tot een staatsman. Een leider. Het is een kunst om eervol te verliezen, maar het is misschien wel een nog grotere kunst om eervol te winnen. Grote politici zijn niet alleen groot in de nederlaag, ze zijn ook groot in de overwinning.

"Het is een kunst om eervol te verliezen, maar het is misschien wel een nog grotere kunst om eervol te winnen. Grote politici zijn niet alleen groot in de nederlaag, ze zijn ook groot in de overwinning."

De speeches van Barack Obama zijn pareltjes, één voor één. Zijn overwinningsspeech van vier jaar geleden kon hij onmogelijk evenaren. Maar hij kwam heel erg dicht in de buurt. Zelfs op televisie, met een slaapkop haastig koffie slurpend en met één voet al buiten de deur, was Obama groots en meeslepend. Een kippenvelmoment. Toegegeven, in het Vlaams parlement maak je ze zelden mee. Nu ik erover nadenk: nooit eigenlijk. We zijn allemaal Obama’s in het diepst van onze gedachten, maar daar houdt het op.

Vergelijken is onmogelijk. Obama komt als Amerikaan weg met woorden waar je hier nooit mee wegkomt. Schaamteloos emotioneel. “Michelle, ik heb nog nooit zoveel van je gehouden”, richtte hij zich tot de First Lady. Mijn vrouw zou het wel graag horen, maar ik vrees dat de rest van de zaal gegeneerd met de ogen zou rollen moest ik hier zo’n liefdesverklaring te berde brengen. Schaamteloos patriottistisch ook. Zouden de toehoorders hier even fanatiek juichen als we zouden verkondigen dat ‘we in de beste natie ter wereld leven’? Ik vrees ervoor.

En natuurlijk zijn woorden geen daden. Obama heeft de lat met zijn maiden speech als president in 2008 zo hoog gelegd dat hij de torenhoge verwachtingen nooit helemaal heeft kunnen waarmaken. Hij heeft geen wereldvrede gebracht, heeft de verdeelde Verenigde Staten niet kunnen verenigen, heeft de economische crisis niet kunnen oplossen. Niet dat hij de illusie had dat allemaal te kunnen doen, hoewel hij zeker en vast geprobeerd heeft, maar hij wilde wel minstens die indruk wekken. Vlamingen zijn sceptischer dan Amerikanen: “Jaja, eerst zien en dan geloven”.

En toch, hoewel we eigenlijk allemaal beter weten, pakte Obama’s boodschap van hoop en eendracht ons opnieuw helemaal in. Omdat hij een briljante redenaar is, zoals er elke generatie maar eentje opstaat? Een redenaar die zo goed is dat je elke zin die hij uitspreekt ook echt gelóóft? Zeker en vast, maar dat verklaart niet alles. We zijn ook van onze sokken geblazen omdat Obama een ander verhaal vertelt. Een hoopvol verhaal, dat indruist tegen het cynisme en het doemdenken dat ook bij ons wild om zich heen slaat.

“The best is yet to come”. Het was waarschijnlijk het zinnetje uit de speech van Obama dat het meest is blijven nazinderen. Het is vandaag bon ton om zo luid mogelijk te verkondigen dat ons systeem op instorten staat, dat de hele wereld naar de haaien gaat en dat we met zijn allen mee zullen verzuipen. De machtigste mens ter wereld beukt dwars tegen die onheilsprofeten in, verenigt in plaats van te verdelen, steekt zijn hand uit in plaats van ze krampachtig in zijn eigen zakken te houden. Ik daag u uit: bekijk de speech van Obama, en probeer niet te geloven dat het beste nog moet komen en niet zelf de goesting te krijgen om de handen uit de mouwen te steken.