"Vervolging van Bradley Manning is buiten alle proporties." Dirk Van der Maelen (SP.A), Eva Brems (Groen), e.a. over de onterechte en buitenproportionele vervolging van Amerikaans klokkenluider Bradley Manning.  

Tijdens de verkiezingscampagne voor zijn eerste termijn als president van de VS heeft Barack Obama zich in 2008 over het fenomeen klokkenluider uitgelaten. "Government whistle-blowers are part of a healthy democracy and must be protected from reprisal."  

Toen anderhalf jaar later op een basis bij Bagdad de militaire inlichtingenanalist Bradley Manning werd gearresteerd, op verdenking van het doorspelen van geclassificeerd materiaal naar WikiLeaks, was Obama een van de eersten die op vervolging aandrong. ‘He broke the law', zei hij tijdens een openbare meeting, en daarmee verklaarde hij Manning dus schuldig nog voordat zijn rechtszaak was begonnen.

Terwijl de feitelijke rechtszaak nog moet beginnen sloot de hoogste baas van het Amerikaanse leger, voorzitter van de Joint Chiefs of Staff generaal Martin Dempsey, zich onlangs bij dit oordeel aan. Op 9 maart zei hij op een persconferentie in Hawaii over Manning: "We're a nation of laws. He did violate the law." Zelfs het grondwettelijke recht ‘onschuldig tot het tegendeel bewezen is' wordt hem niet gegund.

Op de dag (21 april 2011) dat Obama over Manning, deze ongekend voorbarige constatering ventileerde, zat Manning al ruim acht maanden onder mensonwaardige omstandigheden opgesloten in de militaire gevangenis van Quantico, Virginia. Op vragen over die bedenkelijke behandeling van een mogelijke klokkenluider ging Obama niet in. Dit terwijl kort daarvoor de speciale VN-gezant voor marteling Juan Mendez bekend had gemaakt dat hem een gesprek onder vier ogen met Bradley Manning werd geweigerd en dat hij aldus werd belemmerd in de uitoefening van zijn mandaat van de Verenigde Naties.

Mendez wilde de berichten over Mannings mishandeling onderzoeken. Drie maanden eerder had Amnesty International bij de toenmalige minister van Defensie Robert Gates geprotesteerd tegen het buitenproportionele isolatieregime waaraan Manning werd blootgesteld. Amnesty noemde de condities ‘onnodig streng en onmenselijk' en wees erop, dat voor de toen al maandenlang durende 23-urige opsluiting per etmaal geen deugdelijke gronden waren. Alleen een volstrekt onhandelbare arrestant kan, en dan nog slechts zeer tijdelijk, aan dergelijke dwangmaatregelen worden onderworpen.

Begin maart rapporteerde VN-gezant Mendez aan de VN-Mensenrechtencommissie in Geneve dat hij nog steeds geen toestemming had om Manning ongemonitord te bezoeken. Hij zei: "I believe Bradley Manning was subjected to cruel, inhuman and degrading treatment in the excessive and prolonged isolation he was put in during the eight months he was in Quantico".

Moreel gesproken, maar ook naar maatstaven van de internationaal geldende mensenrechtenverdragen zou de vervolging van Bradley Manning alleen al op grond van de gerapporteerde strafbehandeling in voorarrest - een mogelijk doelbewuste poging om met structureel geweld zijn schuldbekentenis af te dwingen (ook wel marteling genoemd) -  onmiddellijk moeten worden gestaakt.

Dat is niet waar de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken aan denkt. Kamervragen van Arjan El Fassed (GroenLinks) over het belemmeren van onderzoek in de Manning-zaak door de VN-rapporteur voor marteling beantwoordde Rosenthal eind maart opmerkelijk ontwijkend.

In plaats van zich zorgen te maken over het feit dat het handelen van een belangrijke bondgenoot van de regering nu onderwerp van onderzoek is geworden van de VN-rapporteur die gaat over marteling, beperkt de minister zich tot de vaststelling, dat VN-rapporteur Juan Mendez de genoemde uitspraken inderdaad gedaan heeft, en dat de eenzame opsluiting weliswaar een schending van het folterverdrag zou kunnen opleveren, maar dat Mendez een dergelijke schending nog niet formeel heeft vastgesteld.

Hoewel Mendez in zijn rapport schrijft, dat hetgeen hij alleen al van buitenaf had geconstateerd ‘absoluut verboden is' ("an absolute prohibition"), vond Rosenthal dat onvoldoende reden om zich zorgen over te maken, laat staan om hierover de VS-ambassadeur in Den Haag nader te horen.

Eén van de aanklachten tegen Manning betreft het doorspelen naar WikiLeaks van een video die bekend is geworden onder de titel Collateral Murder.  Hierop is te zien, hoe in een wijk van Bagdad vanuit een Amerikaanse helikopter een groepje niet-geüniformeerde en ongewapende mensen wordt beschoten. Later bleek dat het om een fotograaf van Reuters en zijn Iraakse assistent ging, die hielpen met het evacueren van burgers, waaronder kinderen, uit een risicozone. De verantwoordelijke militairen worden niet vervolgd. Boodschapper Manning kan de doodstraf krijgen.

De andere aanklachten gaan over het lekken van talloze als geheim geclassificeerde documenten. De aanklagers vinden dit hulp aan de vijand , meer in het bijzonder van Al Qaida of the Arabian Peninsula, een groep die aanslagen heeft gepleegd tegen de Amerikaanse bezetting van Irak.

Maar is het realistisch om een, zo blijkt uit chatsessies met zijn aangever, overtuigde klokkenluider heulen met de vijand in de schoenen te schuiven? Bewezen zal dan niet alleen moeten worden, dat Bradley Manning informatie heeft doorgegeven die terecht als staatsgeheim geclassificeerd was, maar bovendien dat deze informatie door zijn toedoen in handen van ‘de vijand' is geraakt en dat die vijand daarmee de VS ernstige schade heeft berokkend.

Let wel, wij hebben het over informatie in de trant van de video Collateral Murder, in de trant van militaire rapportages over gevechtsacties, in de trant van mogelijke rapportages van informanten over gevechtsdoelen in Irak. Alles gepubliceerd op WikiLeaks twee tot drie of meer jaren na dato!

De zaak-Manning laat zien dat de legertop en Obama, ondanks zijn mooie woorden vier jaar geleden, de vervolging van de klokkenluider gebruiken als waarschuwing voor iedereen die het waagt oorlogsmisdaden of andere minder gunstige informatie over het optreden van het Amerikaanse leger te onthullen. Voortijdige beschuldigingen, langdurige eenzame opsluiting en foltering, dit alles is een rechtsstaat onwaardig. Bondgenoten Nederland en België kunnen hier niet zwijgend blijven toekijken.   

Ondertekend door:

Nederland

- Harry van Bommel, lid Tweede Kamer voor de Socialistische Partij
- Arjan El Fassed, lid Tweede Kamer voor GroenLinks

België

- prof. mr. Eva Brems,  lid Kamer van Volksvertegenwoordigers voor Groen, hoogleraar Mensenrechten
- Dirk Van der Maelen, lid Kamer van Volksvertegenwoordigers voor SP.A

De steunverklaring  van het Nederlands-Belgisch Bradley Manning Steuncomité is te vinden op http://bradleymanningmoetvrij.blogspot.com