Steve Vandenberghe, Vlaams parlementslid sp.a en voormalig directeur basisschool De Zandlopertjes. Hij schreef dit stuk met oud-collega directeurs en leerkrachten.

Amper de helft van de leerkrachten en directeurs ziet zichzelf doorgaan tot het pensioen. Tien jaar geleden was dat bijna 75%. Het zegt wat over de manier waarop ze vandaag tekeer moeten gaan. Niet alleen overvolle klassen en de werkdruk eisen hun tol. Ook de onzekerheid die aan hun job vasthangt, ervaren ze als een manifest gebrek aan waardering. Voor wie in het onderwijs stapt telt elk kind, zonder onderscheid. Maar er zit een grens aan wat een mens bolwerken kan. Vandaag doen al die druppels de emmer overlopen. Het alarmerende onderwijsrapport van deze krant is daar het laatste bewijs van, met alle gevolgen van dien voor de kinderen van vandaag die de volwassenen van morgen zijn.

Nochtans zijn we ervan overtuigd dat de minister van Onderwijs wel degelijk luistert naar hun bezorgdheden. Planlastvermindering, extra ondersteuning  voor administratie en zorg, gelijkstelling van werkingsmiddelen tussen kleuter- en lager onderwijs én tussen basis- en secundair onderwijs, … het zijn allemaal termen die de voorbije jaren de revue passeerden.  Helaas bewijzen verhalen uit de praktijk dat op en rond de speelplaats bitter weinig tot niets verandert. De leerkracht van het derde leerjaar die zelf de turnles geeft? Al lang geen uitzondering meer. De leerkracht van het 5e die zijn collega van het 4e bijstaat als hij even ruimte heeft zodat die – al was het maar een uur – zijn overvolle klas kan ontdubbelen? Niet langer ongewoon. De directeur die zelf ook nog eens lesgeeft? Vaker en vaker. De telefoon opnemen in de klas omdat een ongeruste ouder net belt, intussen documenten ondertekenen voor die laatste bestelling voor nieuw educatief materiaal, afspraken maken voor het einde van de week terwijl de kinderen hun toets invullen, het is in vele basisscholen gewoon dagelijkse kost. Probeer dan maar eens een school van pakweg 250 leerlingen te runnen zonder dat je jezelf voorbijloopt of beter, helemaal leegloopt.

Hoeft het dan nog te verbazen dat leerkrachten en directeurs letterlijk wegdeemsteren om uiteindelijk uit te vallen? Dat een burn-out letterlijk achter elke schoolpoort loert? Indien we niet alleen het welzijn van ons onderwijzend personeel in de toekomst willen garanderen, maar ook de schoolprestaties en het welbevinden van onze kinderen verzekeren, zit er maar één ding op: een aantal prioritaire werven in het onderwijs écht aanpakken. Niet met een of ander visieplan op lange termijn, maar concreet met enkele gerichte acties die de druk wegnemen om zo weer plezier in het vak te brengen. Dat betekent eerst en vooral de regeldrift en de administratieve rompslomp dringend inperken, maar ook startende leerkrachten véél beter begeleiden en omkaderen. Dat betekent directeurs écht ondersteunen om hun taak te verlichten én scholen waarin oudere personeelsleden de ruimte krijgen hun lesopdracht af te bouwen en écht de kans krijgen hun ervaring door te geven aan jonge collega's. Het is alvast een begin om leerkrachten en directeurs te bevrijden van hun hoge octopus-gehalte, met aan elke arm een taak. Ze hebben er maar twee. Laten we daar dan vooral zorg voor dragen.