Opiniestuk Yamila Idrissi in De Standaard 12 juni 2012

De gespierde standpunten van moslimextremisten worden gretig opgepikt en stellen het verhaal van een tolerante islam in de schaduw. Hoog tijd om de tegenbeweging te versterken, vindt Yamila Idrissi.

'Je kunt hier vandaag niet meer met een baardje op straat komen of ze denken dat je een extremist bent.' De ontslagen islamleraar Hüsmen Ciftci(DS 11 juni) overdrijft gelukkig nog een heel klein beetje, maar hij slaat de nagel wel op de kop. De ratio is compleet weg in het debat over de islam. De islamleraar wordt afgeschilderd als een geschifte extremist(Hij zou geen ambulance hebben gebeld toen een leerling een epilepsieaanval kreeg, maar in de plaats koranverzen zijn beginnen te reciteren, red.) en blijkt twee dagen later te walgen van extremisme, terwijl de echte geschifte extremist, Fouad Belkacem en zijn Sharia4Belgium, in volle hysterie een megafoon krijgt. Kunnen we alstublieft de kalmte bewaren voor we onherstelbare brokken maken?

Tot spijt van wie het benijdt: de islam gaat niet meer weg uit Brussel. We moeten ermee leven, ermee leren omgaan. Onderzoek van professor Felice Dassetto van de UCL toont dat er in de hoofdstad tussen 250.000 en 300.000 moslims wonen. De helft is praktiserend en is actief binnen religieuze verenigingen. Weinig Europese steden hebben zo'n grote moslimaanwezigheid. Volgens Dassetto heeft in Brussel alleen het voetbal een grotere mobiliserende kracht dan de islam.

Die mobiliserende kracht kan een probleem of een oplossing zijn. Dat is de cruciale keuze waar we voor staan. Als Belkacem in Antwerpen bot vangt met zijn haatzaaierij en in Molenbeek wel jongeren kan mobiliseren om zich tegen de politie te keren, dan heeft Brussel een probleem. Als een extremist speciaal uit Frankrijk naar hier reist om twee agenten neer te steken, dan heeft Brussel een probleem. Op dat soort aantrekkingskracht zit je als stad absoluut niet te wachten.

Jongeren zijn vatbaar voor radicalisering als ze het gevoel hebben dat ze er niet bijhoren in de samenleving, als ze zich in de steek gelaten voelen. De context bepaalt welke vorm die radicalisering aanneemt. Sommige jongeren worden gevat door dierenrechtenactivisten en gaan een McDonalds in de fik steken, anderen worden gevat door extreemrechts en gaan linkse jongeren uitmoorden op een Noors eiland, nog anderen worden gevat door moslimextremisten. Het is bijzonder pijnlijk om vast te stellen hoe goed de moslimextremisten zijn geworden in het zieltjes winnen bij jongeren die vatbaar zijn voor radicalisering.

Islamvernieuwers

Hoog tijd om de tegenbeweging te versterken. Laat ons mobiliseren om al die Brusselse moslims, praktiserend of niet, ook een andere stem te laten horen. De islam is in België al sinds 1974 een erkende godsdienst. We moeten de hand in eigen boezem steken en durven toegeven dat we de voorbije veertig jaar bitter weinig vooruitgang hebben geboekt. We discussiëren anno 2012 nog altijd over een fatsoenlijke imamopleiding. Er zijn talloze geëngageerde imams en islamleraars die een moderne, Europese islam promoten. Maar ze moeten nog altijd wedijveren met de Darwin-ontkenners en de duiveluitdrijvers.

Ik wil niet aan de zijlijn staan toekijken welke kant de jonge moslims uiteindelijk kiezen. Terwijl Belkacem en co hun haatboodschappen probleemloos kunnen slijten, zijn boeken van islamvernieuwers als Rachid Benzine in ons land amper verkrijgbaar. Daar moeten we dringend verandering in brengen. In het irrationele klimaat van vandaag is het extra moeilijk om op te boksen tegen gespierde, ongenuanceerde standpunten. Hoe frustrerend dat ook is, het zou ons er net toe moeten bewegen om nog vaker en nog luider te verkondigen dat de overgrote meerderheid van de moslims voor een open en tolerante islam staat. Het zou ons er net toe moeten bewegen om jongeren plat te slaan met de boeken van Benzine en co. Om het andere verhaal te vertellen, om het verhaal van de haatpredikers met argumenten weg te zetten als de onzin die het is.

We moeten de extremisten keihard aanpakken. Maar die repressie mag ons niet ontslaan van de plicht om na te denken hoe we dat radicalisme kunnen tackelen. Niet alleen de moslimgemeenschap moet die denkoefening maken, maar de hele stad. Want nu slagen een aantal idioten met radicale verhalen er wel in om die jongeren het gevoel te geven dat ze erbij horen, en wij als samenleving niet meer.

Als we nu de fout maken om die jongeren die vatbaar zijn voor radicalisme weg te jagen, verliezen we onvermijdelijk. Zowel de moslimgemeenschap als de stad. Sluit de jongeren in, omarm hen. Ik trap een open deur in, maar onderwijs en vooral werk zijn het krachtigste antigif tegen extremisme. We mogen die allochtone jongeren geen dag los laten, we moeten hen desnoods bij hun kraag naar de schoolbanken en naar hun job sleuren. Toen de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb zijn 'achterban' eens op een van zijn vele donderpreken trakteerde, kwam er een vraag uit het publiek. 'U bent toch één van ons, waarom bent u zo streng voor ons?' Aboutaleb antwoordde: 'Omdat ik van u hou.' Ik zou het niet beter kunnen zeggen.