Caroline Gennez reageerde in de commissie onderwijs op het rapport van het Rekenhof en de HIVA-studie over de toekenning en besteding van de werkingsmiddelen. Ze pleit voor het vergroten van de bandbreedte zodat scholen met kansarme kinderen meer werkingsmiddelen krijgen. Minister Crevits bevroor de enveloppe dit jaar op 14,56 procent en week hiermee af van het jaarlijkse groeipad dat voorop stelt dat de middelen moeten evolueren naar 15,5 procent in 2017.

“We moeten meer inzetten op het ondersteunen van scholen waar de noden het grootst zijn”, zegt Gennez. “Het financieringsmechanisme mag zelfs in grotere mate gebaseerd zijn op dubbele gelijkheidsmechanisme op basis van leerlingen- en schoolkenmerken. Scholen die extra inspanningen leveren en dus bijkomende kosten moeten maken om voor alle kinderen gelijke onderwijskansen te garanderen, moeten deze ook gecompenseerd zien. We moeten de lat hoger leggen voor alle leerlingen en de kloof verkleinen. Want een sterk beleid op schoolniveau komt ook ten goede aan de kansrijke kinderen in die scholen.”

Gennez pleit echter wel voor het vergroten van de effectiviteit van de werkingsmiddelen door meer transparantie en controle mogelijk te maken, dit zonder dat de autonomie van scholen in het gedrang komt of planlast vergroot. “Het betrekken van stakeholders op niveau van school- of ouderraad bij de aanwending en de beoogde resultaten van de werkingsmiddelen kan al versterkend werken.” Tot slot besloot Gennez met een oproep om de algemene kosten voor onderhoud van de schoolgebouwen, energiekosten enz. los te koppelen van het pedagogische beleid. Die zaken hebben immers niets te maken met hun pedagogische onderwijsopdracht.