Het vluchtelingenplan van de Nederlandse minister Diederik Samsom (PvdA) heeft tot een intens debat over principes en pragmatiek in de aanpak van de vluchtelingencrisis geleid. Dat is normaal. De discussie over de aanpak van de vluchtelingencrisis gaan naar de kern van wie we als sociaaldemocraten willen zijn. En dat beeld van wie we willen zijn, contrasteert scherp met de dagdagelijkse realiteit van de Europese Unie die we op dit moment zijn voor de vluchtelingen. Die spanning tussen droom en realiteit is typerend voor het politieke bedrijf, en zeker voor sociaaldemocraten. We zijn het gewoon om te wroeten in de richting van onze utopie, om moeizame maar duur bevochten stappen te zetten in de richting van een betere wereld.

Het is te makkelijk om de kloof tussen wie we willen zijn en wie we zijn af te doen als een gebrek aan idealisme of als mee heulen met de rechterzijde. Er zijn namelijk enkele onbehaaglijke feiten die onze trouw aan principes uitdagen en die een echt antwoord behoeven. In de politiek moet je namelijk ook tonen dat je principes kunt toepassen en dat die toepassing een oplossing vormt voor de echte problemen die zich stellen.

Feit 1: Zolang EU asielrecht enkel kan uitgeoefend worden op EU-bodem, dwing je oorlogsvluchtelingen uit Syrië, Irak en Afghanistan om de Middellandse Zee over te steken naar Griekenland om op die manier voet in de EU te zetten (1).

In 2015 hebben volgens de vluchtelingenorganisatie van de VN (UNHCR) 3775 vluchtelingen het leven gelaten bij de oversteek van de Middellandse Zee. In januari 2016 alleen al vielen er nog eens 378 doden, waarvan meer dan honderd in het laatste weekend alleen.

Niemand wil die doden. Maar het huidige beleid kan die duidelijk niet vermijden. We respecteren in België en de buurlanden de internationale regels ter bescherming van vluchtelingen en asielzoekers. Op voorwaarde dat ze eerst levend aan wal geraken na een gevaarlijke tocht in de handen van mensensmokkelaars.

In afwachting van het einde aan de oorlogen in het Midden-Oosten en het begin van de wederopbouw, zijn er drie mogelijkheden om die oversteken te vermijden. Twee daarvan zijn onwenselijk en onhaalbaar: de sluiting van alle grenzen van de EU voor oorlogsvluchtelingen en – aan de andere kant van het spectrum - open grenzen zodat alle vluchtelingen over land, via de lucht of normaal maritiem verkeer de EU mogen binnen reizen. In de eerste optie sluiten we ons af voor 12 miljoen Syriërs op de vlucht (2). Met de sluiting van de Grieks-Macedonische grens is die optie bijna de realiteit. In de tweede optie, open grenzen, moeten we ons organiseren voor de onmiddellijke opvang van 10 tot 20 miljoen vluchtelingen. Dat zou niet alleen het democratische draagvlak voor een dergelijke beslissing maar ook de opvang van vluchtelingen zelf en finaal onze welvaartstaat ernstig uitdagen. 

Enkel de derde optie, een combinatie van toekomstperspectief voor vluchtelingen in de buurlanden en een directe, veilige en wettelijke route naar de EU vanuit de buurlanden van Syrië  is een humanitair en haalbaar alternatief voor die oversteek. Als we willen dat de dodelijke overtochten stoppen en de selectie gebeurt door mensensmokkelaars, en we willen geen volledig gesloten noch volledig open grenzen, dan moeten we de EU asielprocedure losmaken van de voorwaarde om eerst op EU bodem aan te komen. Dan moeten we via veilige gebieden, de zogenoemde safe havens, in de regio toegang bieden tot de EU. Dan is er voor vluchtelingen geen goede reden meer om hun leven te wagen om toch maar één voet op EU-oevers te zetten. In de safe havens zullen de lidstaten instaan voor de behandeling van de aanvragen. Wie geen vluchteling is, wordt ter plaatse afgewezen en weet dat hij de EU niet binnen mag. Wie dat toch probeert kan veilig én menselijk begeleid worden, terug naar de safe haven . Want als er een veilige, directe en wettelijke route wordt gecreëerd naar de EU, dan is het niet wenselijk om daarnaast dodelijke, illegale routes te laten bestaan. 

Feit 2: Spreiding van vluchtelingen tussen veilige landen vereist regels voor wettelijke terugkeer

Art 33 van het VN-Vluchtelingenverdrag vestigt het principe van non-refoulement: het verbod om mensen terug te sturen naar een land waar ze vervolgd kunnen worden of waar hun leven of veiligheid in gevaar zijn. Vluchtelingenwerk Vlaanderen stelt terecht op basis van dit artikel dat pushbacks illegaal zijn (3). Maar keer het even om: terugkeer is dus wel wettelijk mogelijk naar een land waar de vluchtelingen niet vervolgd worden en hun leven of veiligheid niet in gevaar zijn. Binnen de EU wordt dat principe toegepast door het Dublin-verdrag waarin staat dat een lidstaat een vluchteling mag terugsturen naar de eerste lidstaat waar een asielaanvraag is ingediend. Buiten de EU wordt dit toegepast door de regel van de terugkeer naar veilige derde landen, landen die het vluchtelingenverdrag hebben geratificeerd en de nodige maatregelen hebben genomen om het toe te passen.

Respect voor de internationale regels moet niet als dooddoener gebruikt worden. Terugkeer kan wettelijk tussen veilige derde landen. Elk plan dat de crisis onder controle brengt en aan vluchtelingen hun wettelijk recht geeft, zal gepaard gaan met spreiding van kandidaat-vluchtelingen. Dus wettelijke terugkeer naar veilige derde landen binnen en buiten de EU zal deel uitmaken van een oplossing.  

Feit 3: Als Turkije geen echt veilig derde land wordt, zullen finaal miljoenen oorlogsvluchtelingen van miserie de oversteek naar de EU wagen.

Turkije is op dit moment geen veilig derde land. Turkije heeft het vluchtelingenverdrag niet geratificeerd en ontzegt een hele reeks rechten aan oorlogsvluchtelingen. Terugkeer naar Turkije is onder de huidige omstandigheden niet mogelijk.

Turkije moet wel een veilig derde land worden, in de eerste plaats voor de 2 à 3 miljoen vluchtelingen die er nu al verblijven. Turkije moet vluchtelingen toegang geven tot een volwaardig bestaan. Met de mogelijkheid om er asiel aan te vragen en erkende vluchteling te worden, met menswaardige opvang, vrij van vervolging en volwaardige deelname aan de Turkse samenleving. Daarom is samenwerking met Turkije hoe dan ook nodig en wenselijk. Niet door te zwaaien met lidmaatschap maar door een akkoord te maken over de kern van de zaak: de menswaardige opvang van de vluchtelingen.

Die safe havens moeten onder het gezag en toezicht staan van de VN, bij voorkeur onder het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen (UNCHR). In deze safe havens moeten de vluchtelingen menswaardig kunnen leven en een volwaardig bestaan kunnen opbouwen. Dat betekent onder andere voorzien in onderwijs voor kinderen en jongeren. Het spreekt vanzelf dat deze safe havens alleen kunnen werken als wij als EU-landen technische, logistieke en financiële steun bieden aan de landen waar die safe havens geïnstalleerd worden. De nodige middelen lopen in de miljarden en werden al deels beloofd door de EU-landen, maar nog niet gestort. Voor de buurlanden van Syrië is er 4.53 miljard dollar gevraagd en 2.68 miljard (59%) toegezegd. De VN berekende dat VN agentschappen en NGO's in 2016 7.7 miljard USD zullen nodig hebben om tegemoet te komen aan de noden van de getroffen bevolking binnen Syrië en de vluchtelingen die worden opgevangen in de buurlanden.

Elke oplossing zal in de realiteit altijd een akkoord met Turkije bevatten. Daarmee verloochenen we geen principes; daarmee zetten we ze om in de realiteit. Het engagement van Turkije om een meer volwassen asielsysteem uit te werken en werk te maken van een volwaardige en menswaardige opvang, zal pas realistisch worden als de EU er een meer dan serieuze tegenprestatie voor in de plaats stelt. In de eerste plaats door een mechanisme te installeren waarbij Europa zich ertoe verbindt, een groot aantal vluchtelingen die in Turkije erkend zijn, over te nemen. Ten tweede door Turkije, maar ook Griekenland en de Balkanlanden, financieel bij te staan in hun inspanningen die ze door hun ligging buitenproportioneel leveren in de opvang van vluchtelingen.

Feit 4: Zonder afspraak over EU spreiding zijn de Griekse eilanden ofwel eindpunt ofwel louter transit naar bestemming naar keuze.

Er wordt nu geen asiel aangevraagd in Griekenland. Van de 1 miljoen vluchtelingen die sinds januari 2015 in Griekenland zijn aangekomen hebben er ongeveer 15.000 asiel aangevraagd in Griekenland (4). Het lijkt erop dat de vluchtelingen dat niet willen - anders moeten ze in Griekenland blijven en de toekomstperspectieven zijn er niet goed - én dat de Grieken dat niet willen: zij verwachten dat andere EU lidstaten ook hun deel doen. De Grieken vrezen dat ze als zij vlot oorlogsvluchtelingen zouden erkennen, ze op eigen kosten de opvang zullen moeten voorzien voor miljoenen vluchtelingen.

De EU-landen moet hier ingrijpen: ofwel wordt er beslist dat we al die vluchtelingen willen opvangen in Griekenland, en dan moet de EU daar gezamenlijke opvang- en administratieve capaciteit opbouwen. Ofwel reizen de vluchtelingen door naar de andere EU landen. Dan moet er een eerlijke verdeling zijn van het totaal aantal vluchtelingen dat aankomt. Er zijn keuzes te maken. Het belangrijkste is dat ze consequent worden gemaakt, en niet halfslachtig zoals nu het geval is. Griekenland moet de asielregels toepassen, maar moet er ook kunnen op vertrouwen dat de andere EU lidstaten hun deel van de verantwoordelijkheid nemen. 

Feit 5:  In 2015 werden ongeveer 260.000 vluchtelingen erkend in West-Europa

Er is op dit moment geen zicht op het totaal aantal erkenningen in 2015 in de EU. Maar een blik op de cijfers van de lidstaten die het meest asielzoekers opvangen leert dat er in 2015 ongeveer 260.000 vluchtelingen zijn erkend. Er zijn een miljoen asielaanvragen hangende. Gezien de administratieve verwerkingstijd moet er een stijging worden verwacht in 2016 en zal het aandeel erkenning ten opzichte van het aantal aanvragen allicht stijgen. Een correcte inschatting van het aantal mensen per jaar dat na een asielprocedure erkenning zouden krijgen in die landen in de volgende jaren ligt tussen 250.000 en 500.000.

Bron: Eurostat (enkel aanvragen), Bundesamt für Migration und Flüchtlinge, Migrationsverket, Ministère de l’Intérieur, Immigratie en Naturalisatiedienst, CGVS, Bundesamt für Fremdenwesen und Asyl, Asylum Information database

 

Principes moeten toegepast worden in de praktijk. Iedere vluchteling moet zijn individueel recht kunnen uitoefenen. Maar we moeten evenzeer beseffen dat ongeveer de helft van de aanvragers uiteindelijk geen erkenning zullen krijgen. De niet-erkende vluchtelingen moeten terugkeren naar hun land van herkomst, vrijwillig of gedwongen. Ook dat zijn de internationale regels. Maar ook hier zijn we voor een uitdaging gesteld: nog nooit hebben we een terugkeeroperatie van die omvang gerealiseerd. De kost ervan loopt in de honderden miljoenen. 

Als vluchtelingen vanuit een veilig derde land een EU-erkenningsprocedure kunnen doorlopen en bij erkenning hervestigd kunnen worden naar een EU-land vermijd je de gevaarlijke en dure omweg van mensen op de vlucht die een veilig onderkomen in de Unie nastreven. Dat is niet immoreel of tegen het internationaal recht. Het is een efficiëntere toepassing ervan.

De EU aanpak van de vluchtelingencrisis zit in een doodlopend straatje. Oorlogsvluchtelingen krijgen niet de menselijke opvang waar ze recht op hebben. EU burgers krijgen geen antwoord op de vraag hoe de crisis opgelost zal worden met toepassing van internationale regels. De grenzen sluiten of openstellen zijn schijnoplossingen die het probleem verleggen naar elders of naar later. Enkel een gecontroleerde, wettelijke toegang tot de EU vanuit safe havens in de buurlanden van Syrië kan werken. Daarvoor is vertrouwen, leiderschap en veel geld nodig. Benieuwd of die te vinden zal zijn in de Europese toppen vandaag en in volgende weken.