Het bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk (BFF) werd in 1998 uitgetekend als een raster van 12.000 km fietspaden dat woonkernen, bedrijventerreinen, winkelcentra en scholen in heel Vlaanderen met mekaar moet verbinden. De voorbije jaren maakte de regering 100 miljoen euro per jaar vrij voor fietsinfrastructuur. Daarmee werd ongeveer 250 km fietspaden per jaar aangelegd. Van die 12.000 km is vandaag bijna 4.000 km aangelegd. Nog eens 4.000 km ligt er, maar is niet conform de voorschriften. De laatste 4.000 km moet nog worden aangelegd.





“De Vlaamse regering en mobiliteitsminister Ben Weyts zeggen dat ze willen inzetten op de fiets als alternatief voor de auto. Deze doelstelling valt absoluut toe te juichen als je weet dat ruim de helft van onze verplaatsingen korter zijn dan 5 km”, zegt Joris Vandenbroucke. “Als vrijetijdsbesteding nemen we vaak de fiets, voor verplaatsingen naar het werk, de winkel of school nemen we nog massaal de wagen. Daar valt dus de grootste winst te rapen om ons meer op de fiets te krijgen.”

“Ik was dan ook verheugd dat het regeerakkoord en de beleidsnota van minister Weyts letterlijk stellen dat de investeringen in fietsinfrastructuur opnieuw worden verhoogd. Minister Weyts heeft zelfs al openlijk gezegd dat hij beter wil doen dan de vorige Vlaamse regering. Maar ik stel vast dat het bij mooie woorden blijft: in de ingediende begroting is niets terug te vinden over extra middelen voor fietspaden.”

Het Rekenhof komt ook tot dezelfde conclusie: “Uit de toelichting bij de ontwerpbegroting 2015 blijkt dat het investeringsniveau niet eens wordt gehandhaafd, laat staan verhoogd”, luidt het. Vandenbroucke vraagt zich dan ook af hoe minister Weyts zijn ambitie gaat waarmaken om het beter te doen dan de vorige Vlaamse regering. “Hij voorziet geen enkele euro extra. Aan het huidige tempo zal het fietsroutenetwerk pas in 2044 klaar zijn. En dat terwijl Vlaanderen vandaag al filerecordhouder in Europa is.”