Wat moet er dan wel gebeuren? Voor de sp.a zijn de OESO-aanbevelingen klaar en duidelijk:

1) Stop de besparingen in het onderwijs. Geef alle scholen de middelen die ze nodig hebben en zorg dat scholen die meer noden hebben ook meer middelen krijgen. Maak deze middelen structureel en aangepast aan de noden van elke individuele school.

2) Zorg dat de structuren geen bijkomende drempels creëren. De hervorming van het secundair onderwijs, met onder meer een latere studiekeuze, het bestrijden van zittenblijven en het tegengaan van het watervalsysteem worden expliciet onderschreven door de OESO. Deze hervorming moet dan ook onverwijld worden uitgevoerd.

3) Geef scholen de instrumenten in handen om een daadkrachtig studiesuccesbeleid te kunnen voeren. Zo kan een kruispuntdatabank met alle indicatorgegevens (achtergrond leerling, aanwezigheden, schoolresultaten…) scholen helpen de meest kwetsbare leerlingen makkelijker te detecteren en tijdig in te grijpen.

4) Leg niet alle last op de schouders van leerkrachten en directies. Ouders en omgeving spelen een minstens even grote rol in het bestrijden van ondermaats presteren op school. De brede school -waarbij leerkrachten, ouders en de lokale gemeenschap samenwerken- biedt het ideale model om hiervan werk te maken.

“Als deze regering het echt goed voor heeft met alle jongeren, neemt ze de OESO-adviezen ter harte en kijkt ze zelf best eens goed in de spiegel”, besluit Gennez.