Het Belgische en Nederlandse Rekenhof bundelen de krachten in het Fyraonderzoek. Eén probleem: voorlopig geraken ze nergens wegens te weinig wettelijke bevoegdheden.

"Op deze manier kunnen we onvoldoende de rol van de spoorwegen onderzoeken", waarschuwen de Nederlandse onderzoekers in een brief aan het parlement.

Eind juni keurde het Belgische parlement een resolutie goed waarin het Rekenhof wordt gevraagd om de Fyra te onderzoeken. Het

Rekenhof moet zowel de aanbesteding, de testen en de lancering van de Fyratreinstellen onder het licht houden. Aanleiding was de flop van de Fyra, waarbij sprake was van steekpenningen en corruptie. Dat is echter nooit bewezen.

Op 3 juli verstuurden Belgische parlementsleden een brief naar hun Nederlandse collega's. Daarin vroegen ze om onderzoek naar de Fyra samen te organiseren. Met succes. Maar sindsdien wordt de hoop op de opheldering steeds kleiner. Volgens de Belgische als de Nederlandse inspecteurs raakt het onderzoek maar niet van de grond.

"Het probleem is dat het Rekenhof alleen een onderzoek mag voeren naar de openbare diensten van de NMBS, niet naar haar commerciële projecten. De Fyra was een commercieel project, maar het werd wel gefinancierd met overheidsgeld. Hoewel de belastingbetaler dus opdraait voor deFyra, kan de overheid niet nagaan waar het fout is gelopen", verklaart David Geerts (sp.a), voorzitter van de commissie infrastructuur.

Wil de overheid toch nog zelf een onderzoek voeren naar de Fyra, dan zal ze allicht de bevoegdheden van het Rekenhof moeten uitbreiden. Minister van Overheidsbedrijven Jean-Pascal Labille (PS) buigt zich over de zaak.

Verschenen in DE MORGEN 22/07/2013 ANN DE BOECK ■