De meeste mensen die opgroeiden na de Tweede Wereldoorlog konden ervan uitgaan dat ze het beter zouden hebben dan hun ouders. Helaas, die tijd van vooruitgang voor iedereen lijkt voorbij. Althans, dat is het besluit van een lijvig internationaal rapport van het consultancybedrijf Mckinsey. Na onderzoek in 25 landen, waaronder ook België, blijkt dat vooral de jongste generaties de prijs betalen. “Jongeren voor het eerst armer dan hun ouders”, titelden de kranten.

Hoe is het zover kunnen komen? Uit het onderzoek komen een aantal verklaringen naar voor waarom jongeren het vandaag zo moeilijk hebben. (1) Te veel jongeren zijn werkloos, (2) wie toch werk vindt, komt vaak terecht in tijdelijke en minder goed betaalde jobs, en (3) voor wie geen diploma hoger onderwijs heeft, is het extra moeilijk om nog aan de bak te komen. Voor het eerst sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog zien we dus een ommekeer van de regel dat de nieuwe generatie het beter zal hebben dan de vorige. Genoeg reden om ons zorgen te maken.  Het was dan ook opvallend dat  er na het verschijnen van het rapport heel wat stemmen waren die vonden dat dit niet erg was.

Het rapport getuigt nochtans van een kwalijke evolutie. Want als je kijkt naar het totaal inkomen in die 25 geïndustrialiseerde landen (dus de lonen samen met inkomsten uit spaargeld), dan zag tussen 1993 en 2005 maar liefst 98 procent van de mensen hun inkomen vooruitgaan. De economie groeide en deze groei werd verdeeld onder 98 procent van de bevolking.. Ook tussen 2005 en 2014 groeide de economie. De winst werd echter niet verdeeld onder 98% van de bevolking. Neen, slechts 34 procent van de bevolking kon meegenieten van de groei.  Hierdoor hebben ongeveer 550 miljoen mensen hun inkomen zien stagneren of dalen. Ondanks een groeiende economie. Het is een alarmbel die kan tellen. Zeker als je die vaststelling verbindt met de armoedecijfers bij ons. Uit de jongste cijfers van Kind en Gezin blijkt immers dat 12% van de zeer jonge kinderen in Vlaanderen opgroeit in kansarmoede. Meer dan de helft van die kinderen woont in de centrumsteden. Om na te gaan of er sprake is van kansarmoede kijkt Kind en Gezin naar diverse criteria, zoals huisvesting en onderwijs. Maar ook naar het maandinkomen van het gezin, de opleiding van de ouders en hun arbeidssituatie.

Ongelijkheid en herverdeling moeten dus opnieuw hoog  komen te staan op de politiek agenda. We zijn het verplicht aan onze kinderen. Als de economie er enkel nog is om wie al rijk is nog rijker te maken en nauwelijks nog kansen biedt om mensen vooruit te helpen, dan staan onze kinderen en kleinkinderen stijgende armoedecijfers en een onzekere toekomst te wachten.  Als aan mensen (terecht) wordt gevraagd om deel te nemen aan de arbeidsmarkt, productief te zijn en dus de economie vooruit te helpen, is het dan ook niet normaal is dat ze er ook zelf op moeten vooruit gaan?

De Franse econoom Thomas Piketty kreeg wel veel aandacht met diezelfde vraag. Zijn conclusie is dat we onszelf uiteindelijk in de vernieling zullen rijden als we op deze manier verder doen. Voor ons, socialisten is dit geen verrassing. Overheidskeuzes en arbeidsmarktbeleid zijn bepalend om die negatieve tendens niet alleen te stoppen, maar ook om te gooien. Ook bij ons zien we dat een steeds kleiner deel van de middelen naar lonen en jobcreatie gaat voor jongeren en mensen zonder deftig diploma. De jobgroei in België bestaat voor twee derde uit interim contracten en deeltijdse contracten. Bouw daar maar eens een toekomst mee!

Het alternatief? Een arbeidsmarktbeleid dat investeert in degelijke jobs en deftige lonen, dat zekerheid biedt op de lange termijn en tegelijk onze economie versterkt. Een beleid dat daarentegen blijft focussen op besparingen en loonmatiging, verzwakt diezelfde economie. In Zweden hadden ze dat op tijd begrepen. Precies door voluit in te zetten op een actieve arbeidsmarkt, met echté en volwaardige jobs die een deftig loon garanderen, deed de middenklasse in Zweden het opmerkelijk beter dan in andere landen. De keuzes die we maken in ons beleid maken dus wel degelijk een verschil.

Ook in Europa moeten we als socialisten het verschil maken voor betere jobs en een hoger loon. Daarom moet hard worden opgetreden tegen sociale dumping. De huidige Unie is een enorme verwezenlijking, maar goede jobs met een eerlijk loon en een sterke sociale bescherming kunnen enkel gecreëerd worden als de grensoverschrijdende mobiliteit op een faire, eerlijke en sociale manier gebeurt. Omdat veel buitenlandse bedrijven – vooral in de transport en de bouw – niet correct hun sociale bijdrages betalen en hongerlonen uitbetalen, moeten vele Belgische bedrijven verhuizen of gaan ze zelfs failliet. Veel werknemers verliezen zo hun baan of staan onder druk om ook tegen minder gunstige voorwaarden te werken. Het is een vorm van oplichting, een sluipend gif, dat ons systeem van sociale bescherming en onze economie kapot maakt.

Cijfers en rapporten die ons zeggen hoe we het tij moeten keren hebben we intussen in overvloed. Het recept om onze economie sterker te maken én tegelijk de ongelijkheid te doen dalen? Een eerlijke verdeling - (1) met een overheid die afstapt van het besparingsdiscours en durft te investeren, (2) die een actief arbeidsmarktbeleid voert (degelijke jobs, deftige contracten, goeie lonen, en betaalbare universele diensten van goeie kwaliteit) en (3) maatregelen neemt tegen sociale dumping. Een onmisbaar element in dit recept is een fundamentele wijziging in ons belastingsysteem. We hebben nood aan een verschuiving die de loonlasten voor onze bedrijven verlaagt om jobs te creëren én het nettoloon voor elke werknemer verhoogt. Dit kan door de inkomens uit vermogen eerlijk te laten bijdragen. Dat is nodig om iedereen een realistisch perspectief op vooruitgang te bieden, en niet alleen de happy few. Iedereen knikt al jaren dat er inderdaad iets niet klopt en dat het eerlijker moet. Maar van knikken alleen is nog niemand beter geworden. Het is vreemd dat ondanks een resem onafhankelijke rapporten en analyses vandaag nog altijd een beleid gevoerd wordt dat daar regelrecht tegen indruist. Niet zo lang geleden was het nog doodnormaal dat 98% van de mensen erop vooruitging. Dat moet het opnieuw worden. De winst van ons harde werk moet weer naar de mensen gaan. Punt. De komende maanden en jaren zullen we met sp.a alvast voorstellen blijven doen om het tij te keren, tegen al wie het verhaal van de happy few blijft belijden. We zullen dan zien wie het bij knikken houdt, en wie écht met ons het tij wil doen keren.Hiervoor reken ik ook op jou. Om mee tegen de stroom in te zwemmen. Samen kunnen we onze toekomst terug in handen nemen en de maatschappij veranderen zodat ook de volgende generatie weer kan genieten van een eerlijk en welvarend Europa.

Warme groet, John