Vlaanderen is de ongekroonde Europese filekampioen. Die files groeien elke dag aan, remmen onze economie, brengen schade toe aan het milieu en bedreigen onze gezondheid. Tegelijkertijd is er een probleem van te weinig mobiliteit: 1 op 6 gezinnen heeft geen eigen wagen en veel mensen zijn dagelijks afhankelijk van openbaar vervoer. Het openbaar vervoer kan hierop een antwoord bieden maar dan is een omslag nodig.

Omslag of kaalslag

De Vlaamse regering vult die omslag in als een kaalslag met zware besparingen die de bus- en tramgebruiker rechtstreeks treffen. Die moet immers fors meer betalen voor zijn busabonnement of -ticket en krijgt er minder (bel)bussen voor in de plaats. De mensen meer laten betalen voor minder lijkt ons geen goed recept om hen te stimuleren om de wagen te laten staan. Wie geen eigen wagen heeft, moet zijn plan maar trekken. Want ook de basismobiliteit, de garantie dat iedereen een bus kan nemen aan een bushalte in zijn buurt, verdwijnt. Wat ervoor in de plaats komt, is onduidelijk. De voorstellen die gelanceerd werden door de meerderheidspartijen – liberalisering, OCMW-busjes inzetten, dorpsauto’s of Uber-taxi’s – hebben één ding gemeen : De Lijn wordt verder afgebouwd en anderen moeten het maar overnemen. Deze Vlaamse regering vindt dat openbaar vervoer organiseren gewoon niet meer tot haar kerntaken behoort. Zij rekent op anderen en stuurt de factuur naar de mensen. Zij heeft geen visie en ontvlucht haar verantwoordelijkheid. Sp.a wil opnieuw een toekomst geven aan het openbaar vervoer.

Daarvoor schuiven we drie fundamentele keuzes naar voor, ingebed in een duidelijke visie. Onze keuzes bieden de beste garantie aan alle Vlamingen om zich in de toekomst vlot en duurzaam te kunnen verplaatsen. Wij zien het openbaar vervoer niet als een besparingspost maar als een hefboom om files en milieu- en gezondheidsschade door verkeer aan te pakken.

De Lijn, van iedereen

Waar de Vlaamse regering twijfel zaait over het al dan niet liberaliseren van het stads- en streekvervoer, kiest de sp.a resoluut voor een openbare dienstverlening als waarborg voor een betaalbare toegang tot mobiliteit voor iedereen. Het is De Lijn die het openbaar vervoer uittekent en, zoals vandaag, gedeeltelijk uitvoert in samenwerking met private partners. De Lijn is een performant bedrijf met veel expertise. Dit willen wij niet overboord gooien. In een kleine, verstedelijkte regio zoals Vlaanderen heeft de reiziger nood aan één goed geïntegreerd netwerk, niet aan een versnipperd aanbod van verschillende spelers of aan een grote Europese aanbieder voor wie Vlaanderen hooguit een wingewestje is.

De Lijn, voor iedereen

Iedere Vlaming draagt bij tot onze openbare vervoersmaatschappij, die moet er dan ook voor iedereen zijn. Waar de Vlaamse regering de basismobiliteit afschaft en in het beste geval rekent op anderen om een noodrantsoen te voorzien in de vorm van dorpsauto’s, buurtbusjes of taxi’s, kiest de sp.a voor de garantie dat elke Vlaming zich zonder eigen wagen vlot kan verplaatsen. Het recht op een bus in de buurt waarderen we op tot de garantie dat elke Vlaming een vlotte toegang krijgt tot een sneller, betrouwbaarder en comfortabeler openbaar vervoer. Van basismobiliteit naar mobiliteitsgarantie. Daarvoor is een grondige herziening van het vervoersnetwerk van De Lijn nodig.

Sneller verbinden, beter ontsluiten

Het vervoersnetwerk van De Lijn is een spaghetti van lange, trage en kronkelende buslijnen die heel veel haltes bedienen. Je stapt er makkelijk op maar je geraakt maar traag op je bestemming. Dit spaghetti-model willen we veranderen in een leesbaar netwerkmodel met een veel scherper onderscheid tussen buslijnen die belangrijke knooppunten snel en frequent met elkaar verbinden, en buslijnen die dorpen en wijken ontsluiten. Het nieuwe netwerk van De Lijn bestaat uit drie lagen. Een kernnet vormt de ruggengraat van het netwerk en sluit naadloos aan op het treinaanbod. Snelheid, comfort en directheid staan centraal met een bediening door lightrail, tram en snelbus die niet mee in de file staan of om de haverklap stoppen. Dit zijn de verbindingen waarvoor je je auto graag laat staan. Een tussennet bestaat uit buslijnen zoals we ze kennen, kronkelend en met meer haltes, maar een stuk korter. Met deze bussen geraak je in omliggende (deel)gemeenten en wijken of deze bus brengt je naar een knooppunt van het kernnet waar je vlot en zonder tijdverlies overstapt op de snelbus of tram. Het sluitstuk is het flexnet met flexibusjes die je op vraag komen oppikken aan een toegewezen, al dan niet virtuele, halte in je buurt. Het lappendeken van (te) kleine belbusgebieden vervangen we door grotere regio’s met meerdere busjes. Zo ben je zeker van een busje dat je bovendien niet al een uur of langer vooraf moet reserveren. Je bestelt je rit via sms, app, website of per telefoon. Flexibusjes rijden op de eerste plaats in landelijke gebieden, maar ook elders waar vaste buslijnen wegvallen tijdens dal- en avonduren. In plaats van om de twee uur een bus te laten passeren, sturen we er eentje als je er echt een nodig hebt en waarop je niet lang hoeft te wachten.

Duurzaam investeren

Deze zogenaamde investeringsregering heeft voor het openbaar vervoer niet meer ambitie dan de uitvoering van beslissingen uit het verleden. sp.a heeft meer ambitie en kiest ervoor om te investeren in beter openbaar vervoer. Waar de Vlaamse regering de opbrengst van jaarlijks 700 miljoen euro uit de kilometerheffing voor vrachtvervoer in beton wilt investeren, kiest sp.a ervoor om een gedeelte daarvan te investeren in het kernnet van ons openbaar vervoer. We denken dan bijvoorbeeld aan investeringen in doorstroming, het opwaarderen van drukbezette buslijnen tot tramlijnen en het doortrekken van bestaande tramlijnen. Investeringen met een duurzaam positief effect op snelheid, stiptheid en comfort. Het zijn immers deze bus- en tramlijnen die de filedruk op onze wegen moeten verlichten. Waar de visie van de Vlaamse regering op de toekomst van De Lijn volstrekt onduidelijk is en ondertussen allerlei voorstellen worden gelanceerd die alle kanten opschieten, legt de sp.a in het Vlaams Parlement een plan neer voor een kwaliteitssprong van ons openbaar vervoer tegen 2017.