De ongelijkheidsstudie van André Decoster en collega's roept drie ongemakkelijke waarheden op.

De kloof tussen arm en rijk krimpt in België, in tegenstelling tot elders. 'Een ongemakkelijke waarheid', tweette econoom Geert Noels. Hoezo ongemakkelijk? Voor wie? Wellicht bedoelde hij dat de verzamelde linkse oppositie nu wel een toontje lager mag zingen. Het gaat goed met de ongelijkheid in België. Stop nu vooral met zagen, zoiets?

Ophouden zullen we niet. Ja, we zijn de kampioenen van de gelijkheid en we blijven er ook de grootste supporters van. Ons werk is nooit af. De verleiding is groot om zo'n studie te koppelen aan deze of gene maatregel van deze of de vorige regering, maar dat ga ik niet doen.

Terwijl professor André Decoster en zijn collega's aantonen hoe we de voorbije 25 jaar de inkomensongelijkheid in de hand hebben gehouden door de fundamentele bouwstenen van de welvaartsstaat te beschermen, geeft dat geen enkele garantie voor de toekomst. Daar gaat het mij om. Als je dieper op de cijfers ingaat en de bredere context bekijkt, zijn er enkele ongemakkelijke waarheden. Ongemakkelijk voor wie met die KU Leuven-studie verdere stappen in de strijd tegen de ongelijkheid weg wil relativeren.

De studie van Decoster en zijn collega's legt het Belgische stuk in de Piketty-puzzel. De vraag die ze onderzochten: hoe evolueert de inkomensongelijkheid vóór de herverdelende belastingen. Het gaat dus om sociaal-economische ongelijkheid die het resultaat is van de prestatie van onze economie en van onze arbeidsmarkt, en niet over fiscaliteit. België is daarbij onderhevig geweest aan dezelfde grote technologische evoluties en dezelfde globalisering als andere landen.

Wat verklaart dan de verschillende prestatie van België? Hier komt de eerste ongemakkelijke waarheid: België heeft meer dan andere landen vastgehouden aan het sociaal overleg tussen werkgevers en vakbonden met betrekking tot lonen, arbeidsomstandigheden en sociale bescherming, aan een gereguleerde arbeidsmarkt, en aan toegang tot kwaliteitsvolle publieke diensten zoals onderwijs.

Meer dan regeringen alleen

In die zin mag de studie beschouwd worden als de eindafrekening van 25 jaar socialisten in de regering. Niet wegens één bijzondere maatregel, maar wegens vele kleine beleidsimpulsen samen en de bekwaamheid om sociaal te hervormen. Gelijkheid is geen werk van regeringen alleen, maar ook van sociale partners, van werkgevers en vakbonden, van het maatschappelijk middenveld, van experts en beleidsmakers die stabiliteit brengen in ons chaotische land.

Precies de soort lastposten die de Vlaamse rechterzijde liever kwijt dan rijk is, net omdat ze ongemakkelijke waar- heden vertellen. Dus durf ik nu al te wedden dat dezelfde studie over vijf of tien jaar andere resultaten zal opleveren als het huidige beleid doorzet. Opnieuw: niet wegens één bepaalde maatregel van de regeringen-Michel en -Bourgeois, maar door de agressie tegenover de actoren die ons land zo gelijk hebben gemaakt, en door de achteloosheid ten aanzien van sociaal beleid in het algemeen.

Behalve sociale hervormingen met sociale partners zijn ook sociale investeringen nodig om de gelijkheid in een divers Vlaanderen op een hoog peil te houden. Want inkomensongelijkheid is onlosmakelijk verbonden met een bredere set van ongelijkheden, die al vanaf de wieg beginnen. Het weekblad The Economist pakte vorige week uit met een studie die aantoont dat op de leeftijd van twee jaar al een kloof van zes maanden bestaat inzake taalontwikkeling tussen arme en rijke kinderen. De ongelijkheid in de Vlaamse onderwijsresultaten tussen kinderen van rijke en arme gezinnen is bekend, net als het trieste lot van de hervorming die er de remedie voor had moeten zijn.

Dat brengt me bij een tweede ongemakkelijke waarheid. Als die onderwijs- ongelijkheid de volgende twintig jaar naar de arbeidsmarkt overslaat - die door sociale dumping en flexibilisering ook onder druk staat - dreigt de inkomensongelijkheid fors te stijgen. Daarom is een breed beleid gericht op grotere gelijkheid nodig, vanaf de vroege kinderjaren tot de eerste stappen op de arbeidsmarkt.

Vermogens

Tot slot een derde ongemakkelijke waarheid: de inkomsten uit vermogen tellen niet mee in deze ongelijkheidsmeting. Hoe groot is dat vermogen, hoe groeien die vermogens en hoe zijn die verdeeld? Blijkbaar mogen we dat in België niet weten, terwijl het een grote bron van ongelijkheid kan worden in de toekomst. Wat we internationaal zien gebeuren, gebeurt wellicht ook bij ons: het vermogen dat véél sneller groeit dan het inkomen, precies zoals de Franse econoom Thomas Piketty voorspelde.

De toegenomen macht van multinationals is daar niet vreemd aan. Baanbrekend onderzoek van Decosters collega's aan de KU Leuven, de professoren Jan De Loecker en Jan Eeckhout, toont dat de winstmarges van grote Amerikaanse bedrijven zoals Facebook en Apple stijgen ten nadele van de consumenten en de werknemers. De reden? Gewoon, omdat ze het kunnen. De Amerikaanse overheid komt te weinig op voor een gezonde marktwerking en laat de 1 procent met superwinsten weglopen.

Dat moet een les voor ons zijn: om de kloof tussen arm en rijk beperkt te houden, moeten we de marktmacht van de top durven aan te pakken en multinationals aan strengere regels onderwerpen. Ook dat is werken aan gelijkheid voor de toekomst.

Jan Cornillie

Politiek directeur sp.a