De Europese huurmarkt staat in brand. Jonge gezinnen met een middeninkomen verlaten massaal de grote steden en weinigen doen dat vrijwillig. De stadsbesturen van Parijs, Berlijn en Amsterdam grijpen daarom radicaal in. Zo geldt sinds 1 juli 2019 een maximumprijs voor huurappartementen in Parijs. Het stadsbestuur van Berlijn gaat vijf jaar lang een huurplafond plaatsen op de huurprijzen. In Amsterdam wordt er gesproken over een 'noodknop' om de middeninkomens in de stad te houden. Drastische maatregelen met één doel: de huurmarkt strikt begrenzen om een grote groep middeninkomens weer een kans te geven op een betaalbare woning.

Onze middeninkomens worden door stijgende huurprijs de stad uitgeduwd.

Het is niet ondenkbaar dat deze brand straks overslaat naar Vlaanderen. De gemiddelde private huurprijs in Vlaanderen bedraagt intussen al 637 euro per maand. In de grote steden gaan we daar vlot boven, met gemiddelden in Gent, Hasselt, Leuven, Mechelen of Antwerpen van 700 tot 800 euro.

De helft van de Vlaamse huurders geeft meer dan één derde van zijn inkomen uit aan huur. Dat is alarmerend veel en roept op tot actie. We mogen niet in dezelfde val trappen als onze buurlanden en onze steden ten prooi laten vallen aan speculanten en ontwikkelaars die verhuren op maat van de allerrijksten. Sociale huisvesting vormt gelukkig een tegengewicht tegen de hoge prijzen, maar ook daar is er een tekort aan en sociale woningen bieden geen soelaas voor de middeninkomens. De middeninkomens vallen tussen wal en schip en worden stilaan maar zeker de stad uitgeduwd. We kunnen in Vlaanderen nog ingrijpen vooraleer we op de noodknop moeten drukken. De open oorlog tussen huurders en verhuurders, zoals die is losgebarsten in Berlijn of Parijs, valt hier nog te vermijden. We moeten als overheid dan wel ingrijpen op de private huurmarkt en dat niet langer met fluwelen handschoenen doen.

We mogen niet in dezelfde val trappen als onze buurlanden.

Stap één: stoppen met onze gemeenschapsgronden uit handen te geven. Overheidsgronden- en panden worden al te vaak verkocht aan vastgoedontwikkelaars die zich richten op het duurste huursegment. Of aan vermogende huisjesmelkers die hun panden in kleine stukjes hakken om er zo veel mogelijk te kunnen verhuren aan veel te hoge prijzen.

Daarom een oproep aan onze steden en gemeenten om de eigen gronden en gebouwen niet langer te verkopen. Veel steden en gemeenten verkopen hun stadsgronden om de kas te spijzen, maar verliezen zo elke macht om een divers aanbod aan te bieden. Als jonge gezinnen geen betaalbare plek meer vinden in de stad, is het aan de stad om die doelgroep te bedienen. Dat is mogelijk door haar grond in erfpacht te geven, eigen gebouwen te verhuren of via een private samenwerking nieuwe te bouwen, maar enkel mits behoud van de eigen grond. Eens je geen grond meer hebt om mee te werken, sta je machteloos. Private ontwikkelaars mag je niet de sleutel geven voor de ontwikkeling van je stad. Dit proces is momenteel aan de gang en daar moeten we paal en perk aan stellen.Een tweede deel van de oplossing ligt bij duidelijke afspraken rond de huurprijs. Ik pleit hierbij niet voor Berlijnse toestanden, waarbij we als overheid eenzijdig een huurplafond opleggen, maar voor een afspraak tussen overheid en verhuurders: de huurconventie.

Private ontwikkelaars mag je niet de sleutel geven voor de ontwikkeling van je stad.

Deze conventie is een akkoord tussen overheid en verhuurder, te vergelijken met dat tussen overheid en tandartsen of dokters. Het systeem is simpel: op basis van de waarde van de woning, bepaalt de overheid een maximale huurprijs. De verhuurders die dat maximum aanvaarden, respecteren de vastgelegde prijs en krijgen een voordeel in ruil. Dat voordeel kan variëren, van een belastingkorting tot een renovatiepremie. Geconventioneerde huurwoningen krijgen een label op immowebsites en publieke affiches. We controleren gratis de kwaliteit van de geconventioneerde woning zodat die meteen ook een kwaliteitslabel inhouden. Lokale besturen kunnen zich in hun woonbeleid specifiek richten op geconventioneerde huurwoningen en zo het systeem promoten. Hoe meer verhuurders zich conventioneren, hoe sneller ontwikkelaars die niet-geconventioneerd verhuren, hun prijs zullen moeten bijstellen. Via zo'n systeem van geconventioneerde huur, verbinden we huurders en verhuurders in een voor beiden aantrekkelijk akkoord. We zorgen voor meer betaalbaarheid en woonzekerheid voor de huurder. Door als faciliterende overheid op te treden, maken we het ook makkelijker voor de verhuurder. Door op onze eigen gronden een woonaanbod te creëren en over de hele stad goede prijsafspraken te maken met verhuurders, zorgen we voor een kwaliteitsvol en ruim stedelijk aanbod voor onze middeninkomens en halen we de lont uit het kruitvat dat in onze buurlanden reeds is ontploft.