Dirk Van der Maelen, sp.a-Kamerlid, reageert op Francine Mestrums laatste boek ‘Ontwikkeling en solidariteit'. Hierin poneert Mestrum dat onze ontwikkelingshulp onbruikbaar is: "in plaats van aan onrechtvaardige structuren te tornen, houdt onze hulp het dikwijls bij liefdadigheid." In een debat gaven Van der Maelen en deskundigen van 11.11.11, fos, wereldsolidariteit en de Verenigde Naties hun mening hierover. De sp.a'er brak een lans voor een meer ontwikkelingsgericht buitenlands beleid.

Volgens Mestrum beperkt ontwikkelingshulp zich vijftig jaar na de onafhankelijkheid van vele Afrikaanse landen te vaak tot armoedebestrijding. Onze hulp moet voor meer economische en sociale ontwikkeling. Daarom pleit ik een voor een aantal broodnodige hervormingen op politiek niveau zoals het versterken van de staat of een Tobintaks. Ook de werking van ngo neemt ze onder vuur: "Hun bedeltocht is niet nuttig, tenzij ze ook een structurele oplossing voor ontwikkeling brengt."

Dirk Van der Maelen beaamt een deel van Mestrums kritiek: "Het Europees handels- of financieel beleid schroeft nog steeds resultaten van onze ontwikkelingshulp terug. Een rapport van het Europees Parlement berekende dat ontwikkelingslanden 13 keer meer geld verliezen aan oneerlijke handel dan wat ze aan ontwikkelingshulp ontvingen. Voor elke euro die aan ontwikkelingssamenwerking wordt besteed, gaat er 10 euro verloren als gevolg van illegale kapitaalvlucht. Bovendien betaalden ontwikkelingslanden decennialang meer schuldaflossingen aan Westerse landen dan wat ze aan ontwikkelingshulp van hen kregen. Daarom pleit ik voor een coherent ontwikkelingsbeleid. België zou het Noorse voorbeeld kunnen volgen." In 2006 erkende Noorwegen als eerste staat haar medeplichtigheid in het toekennen van illegale schulden aan dictators die geld hebben gevraagd voor projecten die nooit zijn uitgevoerd of die nergens toe dienden. Ze haalde een streep door de schulden van vijf debiteurlanden.

Annuschka Vandewalle (algemeen-secretaris fos) voelt Mestrums boek niet aan als kritiek, al erkent ze dat het moeilijk is om het structurele verhaal te verkopen: "Jan Modaal hoort liever concrete zaken, zoals medische 'kits', in plaats van diepgravende analyses. We jagen mensen weg door te veel op de barricades te staan en hoe meer mensen meedoen, hoe meer er verandert. Daarom moeten we de hulpverlening nog niet afbreken. Wel dienen we meer rechten af te dwingen en naast economische ontwikkeling een sterke sociale pijler uit te bouwen."

Bogdan Vandenberghe (algemeen-secretaris 11.11.11) weerlegt Mestrums kritiek op ngo's: "De campagne 'Waardig Werk' en voor de Tobintaks zijn voorbeelden dat ngo's structurele oplossing aanreiken. Onder druk van ngo's  geraken kwalitatieve eisen rond ontwikkelingshulp tot bij de politici. De afschaffing van ontwikkelingshulp zet ook miljoenen mensenlevens op het spel. Dit moeten we vermijden."

André Kiekens (algemeen-secretaris Wereldsolidariteit) is het grotendeels eens met Mestrum: "acties zoals het Glazen Huis van Studio Brussel zijn te simplistisch en ontgoochelend. Jongeren zijn niet dom, ze staan wel open voor een structurele boodschap. Lokale machten doorbreken kan bijvoorbeeld door stakingen te organiseren in de ontwikkelingslanden, door de sociale strijd daar mee te helpen ondersteunen. Dat soort ontwikkelingswerk wordt helaas niet vaak gesteund door ontwikkelingswerkers ter plaatse of NGO's."

Jan Vandemoortele (onafhankelijk onderzoeker, voormalige VN-medewerker) verdedigt ontwikkelingssamenwerking door te stellen dat Mestrum de hulp in een positiever daglicht zou mogen bekijken: "Kijk naar verwezenlijkingen zoals een bijdrage in de daling van de moedersterfte." Maar hij volgt Mestrums kritiek op instellingen zoals het IMF: "Nationale leiders worden aan banden gelegd, kijk recentelijk maar naar Ierland."

Jean Bossuyt (hoofd Strategie European Centre for Development Policy Management, Maastricht) stelt "dat de Verenigde Naties waardevol zijn, maar blijven hangen in het klassieke verhaal van behoeften, in plaats van rechten." En hij wijst ook op "de verpletterende verantwoordelijkheid van corrupte regimes. Die zaken komen te weinig aan bod in het boek."

Het panel is het erover eens dat er zeker lokaal veel moet veranderen: herverdeling door een sterke fiscale administratie, aanpak van corrupte regimes, een eigen geldpot ... En het panel beseft dat er niet zoiets is als één oplossing, één blauwdruk. Ieder ontwikkelingsland kent zijn eigen problemen, en oplossingen.