Vandaag bestellen we eten via een app of nieuwe schoenen voor de kinderen via een site. Eén muisklik zijn we verwijderd van de winkel. De manier waarop we leven en werken, verandert razendsnel. Nieuwe werkplatformen en nieuwe werkvormen schieten als paddestoelen uit de grond. Jongeren - vaak nog maar net afgestudeerd - ontdekken elke dag nieuwe mogelijkheden in die nieuwe economie. Die vooruitgang is fantastisch. Reden te meer om die jobs van de toekomst - vaak van zelfstandigen en freelancers - te omarmen en die jonge vrouwen en mannen zekerheid te bieden. Daarnaast moeten we ook zekerheid bieden aan diegenen voor wie het té snel gaat. Meer dan ooit vragen mensen vandaag om meer tijd. Voor de kinderen, voor zichzelf, voor die dingen die het leven gewoon plezant maken, of - en ik wens het niemand toe - om een tijdlang te zorgen voor een dierbare die ziek is.  


Zekerheid bieden voor wie snel wil gaan, maar ook zekerheid bieden voor wie het te snel gaat. Het lijken onverzoenbare tegenpolen, maar dat hoeft zo niet te blijven als we gangbare systemen - waarin we vandaag verroest lijken geraakt - durven te veranderen. Helemaal omgooien zelfs. Ons pensioensysteem speelt daar een cruciale rol in. Hij zal er nu nog niet van wakker liggen, maar dat een jonge gast vandaag uren werkt aan een nieuwe app, terwijl hij die uren niet vertaald ziet in zijn pensioen later, is niet vol te houden. Net zoals dat niet vol te houden is voor die moeder van 2 die er zelf voor kiest om even minder te gaan werken, of dat noodgedwongen doet om voor een van de grootouders te zorgen. Dat kan als we ons pensioensysteem drastisch anders benaderen en niet langer uitgaan van de leeftijd waarop iemand met pensioen kan gaan. Dat is een discussie zonder einde, met altijd winnaars en verliezers.


Hoewel ze bijgedragen hebben aan het systeem is de vaststelling vandaag dat veel te veel mensen moeten rondkomen met een pensioen dat beschamend laag is. Dat betekent dat datzelfde systeem blijkbaar zo verroest is dat het niet langer in staat is iedereen terug te geven wat hij of zij verdient. Daarom het voorstel om het simpeler en vooral veel transparanter te maken: wie een loopbaan heeft van 42 jaar, moet kunnen rekenen op een minimumpensioen van 1.500 euro. Voor iedereen. Ook voor zelfstandigen en freelancers, ook als je een tijdlang voor een ander hebt gezorgd, ook wanneer je voor jezelf even op pauze duwt of moet duwen. En wie meer werkt tijdens die 42 jaar - of langer werkt - verdient gewoon meer pensioen. Zo simpel is het. 


Om het pensioenbedrag te bepalen, tellen we bovendien elk gewerkt uur, in plaats van gewerkte jaren zoals nu. Zo werkt de jonge app-werker meteen voor zijn pensioen ook, net als iemand die een interimcontract heeft. En de uren die de moeder van 2 bij haar zieke vader doorbrengt, tellen we ook. Omdat wij vinden dat zorgen voor iemand ook werken is en geen financiële straf mag zijn op het moment dat je zelf met pensioen gaat. Beslis je om een maand minder uren te werken omdat je meer tijd wil doorbrengen met je lief, dan weet je dat die uren niet tellen. Pas zo maak je mensen weer écht meester over hun eigen tijd, zonder hun pensioen te hypothekeren. 


Uiteraard zullen anderen zeggen dat wij sossen zot zijn. Dat zoiets niet haalbaar is, laat staan betaalbaar. Dat zeiden ze 75 jaar geleden ook, toen Achiel Van Acker - socialist en architect van de sociale zekerheid - het pensioensysteem bedacht. Achteraf is gebleken dat dat totaal onterecht was, omdat net het omgekeerde gebeurde. Iedereen ging erop vooruit. Ook de economie. Vandaag staan we weer op zo’n kruispunt. Hoe organiseren we ons om de vraag naar tijd en nieuwe werkvormen te verzoenen met een systeem dat je niet afstraft omdat je er niet in past? En hoe zorgen we ervoor dat iedereen die bijdraagt, zeker mag zijn van een goed pensioen? 

Wij zijn bereid om die forse investering in de pensioenen te maken. Dat doen we met een hogere solidariteitsbijdrage van de hoogste pensioenen (soms tot 5.000 euro per maand of meer) én een hervorming van de fiscale bonus - het bedrag dat je van de overheid terug krijgt omdat je aan pensioensparen doet - voor private pensioenplannen. Wie er de centen voor heeft, kan voor zichzelf blijven sparen zoveel hij of zij wil uiteraard. Die vrijheid gunnen we iedereen. Maar door de huidige fiscale bonus geleidelijk om te zetten in het wettelijke pensioenbedrag dat je krijgt na 42 jaar, beloon je mensen die werken in plaats alleen van zij die de luxe hebben om centen opzij te zetten. Bovendien beperk je zo het risico dat banken spelen met spaargeld dat niet van hen is. 


Vooruitstrevende ideeën botsen altijd op een njet van de apostelen van het status quo. Dat is normaal. Reden te meer om een nieuwe strijd te voeren om ook hen te overtuigen. Elke grote verwezenlijking is gekomen van diegenen die de moed hadden om bestaande systemen in twijfel te trekken en radicaal nieuwe te claimen. Ons pensioensysteem heeft 75 jaar lang zijn verdiensten gehad. De tijd is gekomen om de geschiedenis weer voor te zijn. 


Melissa Depraetere
Moad El Boudaati