De minister gaf gisteren aan dat er een nieuw, flexibel watertarief komt dat de factuur doet dalen voor ‘mensen die een inspanning doen om hun waterverbruik te beperken’. “Ze kán haar belofte gewoon niet waarmaken”, aldus Rob Beenders en Els Robeyns.

“De waterfactuur bestaat uit drie delen”, legt Rob Beenders uit. “Er is de prijs van het water zelf, maar ook de gemeentelijke bijdrage (voor de aanleg van rioleringen) en bovengemeentelijke bijdrage (voor de zuivering van het water). Door de recente afschaffing van de gratis kubieke meter water en het deels doorschuiven van de factuur van de waterzuivering naar de burger, zal een gezin met twee kinderen al 32 euro meer moeten betalen.”

Bovendien verwacht de SERV dat door de verhoging van de bovengemeentelijke bijdrage ook de gemeentes en steden meer geld zullen aanrekenen voor de aanleg en het onderhoud van rioleringen. “Als de bovengemeentelijke bijdrage stijgt, dan ook de gemeentelijke”, zegt Els Robeyns. “Bij ongewijzigd beleid komt dit neer op een kostprijs van 58 miljoen euro voor de Vlaamse gezinnen.”

“Beide maatregelen kunnen de waterfactuur, afhankelijk van de gemeentes, doen stijgen tot 100 euro per gezin”, aldus Rob Beenders en Els Robeyns

“Daarnaast zijn de prijzen van het drinkwater nog niet gekend door minister Schauvliege waardoor ze nu onmogelijk kan beloven dat de factuur van leidingwater zal dalen”, besluiten Rob Beenders en Els Robeyns. “Door enkel de tarieven van het water progressief te laten stijgen laat de minister uitschijnen dat de totale waterfactuur zal dalen, dit zal echter niet het geval zijn.”