Wilrijk heeft een aantrekkelijk aanbod  aan winkels, diensten en horeca op wandelafstand. Toch blijkt uit de laatste ‘Meting van Antwerpse winkelstraten’ dat de leegstand in Wilrijk hardnekkig blijft. Ook de winkeldichtheid daalt. En dat zijn de belangrijkste indicatoren voor de "gezondheid" van een winkelgebied. "De toestand is niet problematisch en Wilrijk is en blijft heerlijk om te winkelen, maar deze signalen mogen we niet negeren," zeggen Johan Peeters en Güler Turan (sp.a). Zij gingen op bezoek bij Wilrijkse handelaars.

Het Wilrijkse winkellandschap bevindt zich hoofdzakelijk op De Jules Moretuslei en rond de Bist-Winkelcentrum De Kern. Beiden staan in de nieuwe meting van de Antwerpse winkelgebieden in de top 10 van winkelgebieden met de hoogste stijging in leegstand. In vergelijking met andere districten had de Bist in de vorige metingen altijd een van de lagere leegstandscijfers, maar nu zijn er steeds meer lege vitrines. Tegenover 2013 is de leegstand er bijna verdubbeld. Met meer dan 7% overschreidt de leegstand er nu het frictiepercentage van 5%. Dat is het “normale percentage leegstand” dat je altijd in de vastgoedmarkt hebt als gevolg van verkopen, renovaties en verbouwingen. Ook op de Jules Moretuslei neemt de leegstand toe en bedraagt nu bijna 11%.

De tweede indicator van de ‘gezondheid’ van een winkelgebied is de dichtheid. Hoe hoger die is, hoe dichter de winkels bij elkaar liggen en dus hoe aangenamer de winkelervaring. Want zo vinden consumenten snel alles wat ze nodig hebben, terwijl handelaars profiteren van een grotere toeloop. Ook hier staan de Jules Moretuslei en de Bist in de top 10 van winkelgebieden met de hoogste daling in winkeldichtheid.

“Helaas moeten we vaststellen dat het detailhandelsbeleid van dit bestuur weinig zoden aan de dijk zet. We zien gelijkaardige tendensen ook in andere winkelgebieden. Als beleidsmakers moeten wij meer inspanningen doen om het winkelen kort bij huis te promoten en aangenamer te maken. Vooral het feit dat de dichtheid afneemt, is een probleem. Zo is het voor een winkelcentrum niet goed als een handelszaak sluit en er bijvoorbeeld een immo- of verzekeringskantoor in de plaats komt. Want dat is weer een winkel minder”, zegt Turan.

Bij het aantreden van het huidige bestuur, schoof schepen voor middenstand Koen Kennis (N-VA) “6 speerpunten voor een bloeiende detailhandel” naar voor. Het cijfermateriaal van de meting maakt het mogelijk om een evaluatie te maken van enkele van die speerpunten. De balans is niet positief, vindt Güler Turan: “In zijn eerste speerpunt nam de schepen zich voor om te zorgen voor aantrekkelijke en geconcentreerde winkelbuurten. Uit de meting blijkt nu dat zowel het aantal winkelpanden als de dichtheid afneemt. Die tendens zet zich bovendien het hardst door in de winkelkernen van de districten, zoals in Wilrijk, maar bijvoorbeeld ook op de Gitschotellei en Deurne-Noord”.

Ook wat betreft het tweede speerpunt, het aanpakken van de leegstand, krijgt het stadsbestuur een onvoldoende van de sp.a’ers. “De leegstand stagneert op zo’n 12%. Bovendien ondervinden winkelgebieden die in de vorige metingen nooit of amper met leegstand te maken hadden nu een significante groei van leegstand. Die evolutie is het duidelijkst zichtbaar op de centrale as Meir-Stadsfeestzaal-GB Shopping Center, maar ook in districtskernen zoals Ekeren Dorp en de Bist in Wilrijk, die in de vorige metingen tot de ‘gezondste’ winkelgebieden behoorden”, legt Johan Peeters uit.

Turan concludeert “dat er werk aan de winkel is, als dit stadsbestuur haar voornemens wil realiseren”. Toch erkennen ze ook dat een aantal winkelgebieden in positieve zin evolueren, zoals de Offerandestraat-Dambruggestraat in Antwerpen-Noord en de Abdijstraat-Den TIR op het Kiel. “Dat komt doordat deze winkelgebieden zich meer zijn gaan richten op de noden van de buurtbewoners. Ook hier zullen we op ronde gaan langs lokale handelaars, zodat we kunnen leren van hun positieve transformatie,” aldus Güler Turan.

Ze benadrukken dat ze naar de problemen van de handelaars willen luisteren, maar dat ze hen ook een hart onder de riem willen steken, omdat ze ondernemerschap waarderen. Johan Peeters: “Handelaars zijn bepalend voor de leefbaarheid en het karakter van onze wijken. Ze zorgen voor economische activiteit, maar versterken ook het sociaal weefsel en spelen een cruciale, verbindende rol. De meesten ondernemen met een hart voor hun buurt: ze sponsoren lokale verenigingen of evenementjes, maar minstens even belangrijk zijn de talloze, warme babbels met klanten.”