Nu er een akkoord is over Griekenland en de volgende crisis nog even weg is, verschuift de aandacht naar de gevolgen voor de toekomst van de eurozone. Herman Van Rompuy, de eerste president van de EU, stelde in december 2012 (1) : ‘The Union has perfected the art of compromise. No drama of victory or defeat, but ensuring all countries emerge victorious from talks. For this, boring politics is only a small price to pay .‘ Het Grieks akkoord schendt die Van Rompuy-doctrine, en niet alleen omdat het politiek spannend was. Neen, de Grieken werden verslagen én vernederd.

Duitsland heeft zijn slag thuisgehaald, maar zonder gevolgen is dat niet. Precies daarom gaat deze blog niet over de grote verliezer, maar over de grote winnaar: Duitsland, de onbetwiste politieke leider van de eurozone. Het leiderschap is niet te danken aan een extra grote inspanning van de Duitsers. De Duitse belastingbetaler heeft niet meer dan andere eurozone-inwoners in Griekenland gepompt: afgerond 1.100 euro per inwoner of 3% BBP, evenveel als de belastingbetaler in Oostenrijk, België, Finland, Frankrijk, Italië en Nederland. Het leiderschap is eerder politiek van aard.

1. Moralistische macro-economie
Het Angelsaksische cliché wil dat het Duitse woord voor financiële schuld (debt) en morele schuld (guilt) hetzelfde is. Duitsland heeft in de Griekse crisis inderdaad een uitgesproken moralistische kijk op het macro-economisch beleid in de eurozone. Boeiende en onderbouwde insteken van denktanken, economisten of het IMF konden niet op tegen het politieke dictaat dat Griekenland een lesje geleerd moest worden. En samen met Griekenland, meteen de radicalere Europese linkerzijde.

Deel uitmaken van de eurozone betekent anno 2015 zo snel mogelijk begrotingsevenwicht én structurele hervormingen. Stimulerend groeibeleid? Reken daar maar niet op. Je moet de crisis maar uitzieken op wilskracht, niet met een medicijn. Duitsland neemt graag zichzelf als voorbeeld. In 2000 was het de zieke man van Europa. In 2007  was de staatsschuld van Duitsland bijna gelijk met dat van de eurozone. Nu, in 2015, ligt de staatsschuld van de eurozone 22.5% hoger dan dat van Duitsland. Bovendien steeg de economische voorsprong van Duitsland de voorbije jaren van 2.3% meer BBP per capita naar 6%.

De resultaten voor Duitsland zijn er, maar klopt de redenering ook voor Griekenland en de EU? Helaas niet.

Ten eerste is aangetoond dat de eerste golf van het bezuinigingsbeleid tot een grotere recessie heeft geleid dan gedacht (2). Daardoor is de schuld in % BBP veel minder gedaald dan voorzien. Het Griekse akkoord gaat volledig door op die lijn en herhaalt daarmee de fouten van 2012. Het akkoord dwingt Griekenland immers tot een snelle terugkeer naar primair overschot en voorziet automatisch extra besparingen als de economie inzinkt. De huidige Europese Commissie is intussen van die strenge interpretatie van de begrotingsregels afgestapt omdat die tot meer crisis en meer schuld leidde. Alleen voor Griekenland blijft dit mislukt beleid nu onverkort gelden.

Verder is het akkoord gebaseerd op de mythe dat structurele hervormingen op korte termijn voor groei zorgen. Die mantra is nog nergens bewezen, ook niet in Spanje, Ierland, Portugal en zelfs niet in Duitsland. Zo heeft het succes van Duitsland veel meer te maken met een laag loonbeleid, onderinvestering en lage interestvoeten (3), eerder dan met structurele hervormingen (4). Duitsland heeft een competitieve devaluatie gedaan, niet van de munt maar van de lonen en de investeringen. De dominantie van het Duitse ordo-liberalisme in het economisch beleid van de eurozone is een kwestie van geloof en niet van wetenschap. Vele van de zogenoemde structurele hervormingen zijn bovendien ook in Duitsland niet geïmplementeerd - denk maar aan de afschaffing van de zondagsrust - en tot een failliet leidde dat niet. Slotsom: of iemand moet de reden eens grondig aantonen of een deel van het Griekse akkoord is werkelijk zo belachelijk als het lijkt.

2. De regels moet iedereen respecteren. Ook Duitsland.

Een andere mantra van de Duitse regering is dat lidmaatschap van de euro betekent dat je de regels van de eurozone-club moet respecteren. De redenering is dat we alleen die regels hebben. Er bestaat niet zoiets als een eurozone-regering met economische en fiscale bevoegdheden (5). Er zit logica in die redenering. Alleen blijft dan de vraag: welke regels precies en hoe ze toepassen?

Duitsland heeft in ruil voor het eerste Griekse reddingsplan heel de EU in een strak economisch beleid gedwongen. De meeste aandacht gaat traditioneel naar het begrotingsluik, maar er is ook een procedure voor macro-economische onevenwichten (waar sp.a in het Europees Parlement voor heeft gestemd in tegenstelling tot de begrotingsregels). Duitsland overtreedt al jaren de Europese macro-economische regels: het houdt vast aan een begrotingsoverschot én een heel groot overschot op de lopende rekening. Dat is om twee redenen van belang.

Ten eerste zijn het vooral de onevenwichten die de crisis hebben veroorzaakt en niet de overheidstekorten. Het surplus aan Duits spaargeld heeft via de banken de vastgoedbubbel in Spanje en Griekenland veroorzaakt. Terwijl het precies diezelfde Duitse banken zijn die door de Spaanse, Griekse en Europese belastingbetaler in 2012 werden gered. Bovendien is het in de eurozone van belang dat wanneer verschillende landen moeten besparen anderen tegengas geven zodat we ons niet collectief verarmen (6). In dat opzicht zijn de Duitse overschotten bijna misdadig. De motor van Europa heeft doelbewust een versnelling lager geschakeld, terwijl andere eurozone-landen zich kapot bespaarden. Duitsland moest dus al lang op de Europese strafbank zitten wegens flagrante schending van de macro-economische regels (7).

Samengevat: de opgelegde Duitse begrotingsregels hebben de crisis verzwaard, terwijl Duitsland zelf ook nog eens belangrijke regels voor macro-economische onevenwichten aan zijn laars lapt. Op deze manier is het Duitse leiderschap in Europa niet vol te houden. 

3. Dé test voor het Duitse leiderschap

De sociale en economische kost van het Duitse leiderschap is groot. Maar leidt het ons ergens heen? SPD-contacten in Berlijn hebben mij een strategische overweging gegeven. Duitsland zou beslist hebben dat de politieke en economische verdieping van de eurozone er in de volgende jaren moet komen: met Benelux, Frankrijk, Italië en Spanje in de kern; de Oost-Europese buren in de wachtkamer; en een lossere band met Groot-Brittannië en de Scandinavische landen. Het is precies wegens die verdieping dat Griekenland moest plooien of opkrassen. Anders zou de nieuwe eurozone met dezelfde fout beginnen als de oude: met name toetreding zonder strakke voorwaarden. Zo niet, dan krijg je aan de Duitse belastingbetaler niet uitgelegd dat we beter ons fiscaal beleid op elkaar afstemmen, automatische stabilisatoren inbouwen en schuld solidariseren.

Die strategische overweging houdt steek, maar alleen op voorwaarde dat Duitsland ook écht in staat is een verdieping van de eurozone door te duwen. En dat moet nog bewezen worden. De crisis van het Europees economisch beleid komt dan wel uit het Zuiden, de aanvallen komen uit het Noorden. Bij elke stemming over een reddingsplan verliest Angela Merkel steun in haar eigen partij. Haar partijgenoten starten juridische acties tegen het beleid van de Europese Centrale Bank, terwijl die vooral compenserend werkt door het gebrek aan fiscaal beleid. De Bundesbank-gouverneur staat bekend als ‘serial dissenter’ binnen de ECB.

Van crisis naar crisis, gaan we naar twee Europese federaties. Een kern-Europa met de euro als munt, en een rand-Europa met de Unie als markt. De vraag is of de houdbaarheidsdatum van deze typische Europese modus niet verstreken is. Is er nog wel een meerderheid in Noord-Europa voor zo’n Euro-federatie? Door de verdeeldheid zo ten top te drijven, heeft Merkel misschien de fundamenten van het Europese huis dat ze wil bouwen aangetast. De centrale vraag is dus: slaagt Merkel erin om 8 jaar crisis af te sluiten met een meer democratische eurozone met echte macro-economische bevoegdheden (8)? De tijd tikt: de nieuwe eurozone moet voor de Duitse Bundestag en Franse presidentsverkiezingen in 2017 beslist zijn. In de kromme logica van de Europese eenmaking is er door de crisis net meer uitzicht op een meer democratische eurozone dan voordien. Anders gezegd: als Merkel nu niet doorduwt, was alle miserie voor niets.

4. Geen sociaaldemocratische steun aan hervorming zonder koerswijziging naar links

Ook voor de Europese linkerzijde is het tijd om wakker te worden en een eigen strategie te bepalen. Als de toekomstige democratische eurozone alleen Duits conservatief beleid kan voortbrengen, is het dan wel de moeite waard? De houding van de Duitse sociaaldemocraten spreekt boekdelen: in ruil voor een minimumloon en een sterk binnenlands programma hebben ze het Duitse Europees beleid aan Merkel en haar minister van Financiën Wolfgang Schaüble gedelegeerd. Het Europese SPD-beleid is samen te vatten als Merkel, maar dan zonder de macht.

Meer en intenser werken onder Europese kameraden is een vereiste om een ernstig plan uit te dokteren voor het toekomstige kern-Europa. Grexit vermijden, handelsakkoorden afzwakken en onzinnige begrotingsregels flexibel interpreteren volstaat niet als gezamenlijk sociaaldemocratisch project. Ons gewicht is trouwens geen probleem, want zonder sociaaldemocraten is er geen stabiele meerderheid mogelijk in een toekomstig eurozone-parlement (9). Daarom moeten we onze voorwaarden om de eurozone te verdiepen expliciteren: dat betekent een koerscorrectie richting gezamenlijk anticyclisch macro-economisch beleid dat mikt op maximale tewerkstelling in plaats van de onzinnige begrotingsregels; dat betekent een bankunie die de banken, ook de Duitse, écht controleert en fiscale transparantie waarmaakt; dat betekent een sociaal beleid dat convergeert naar de beste sociale systemen in plaats van die te ondermijnen; dat betekent handelsakkoorden met sociale en ecologische correcties. Tenslotte moeten we onze PES-leiders verkiezen met een mandaat om die tegenmacht vorm te geven in plaats van - zoals nu - diegenen te plebisciteren die zich het meest aanpassen aan de Duitse koers. Eurozonevoorzitter Dijselbloem, Commissaris Moscovici en Parlementsvoorzitter Schultz hebben hun verkiezing te danken aan de stemmen van de Europese sociaaldemocraten. Tijd dat iemand hen duidelijk maakt dat het payback time is.