Deze opinie van Bart Wolput, doctorandus in de ingenieurswetenschappen en Kempenaar, verscheen in De Morgen van 29 april 2015.

Sp.a lanceerde maandag haar totaalvisie voor een hervorming van De Lijn. Na slechts een paar uur had Annick De Ridder (N-VA) het geheel al naar de prullenmand gekegeld. Nochtans staan er heel wat interessante punten in, en is een constructief debat toch meer op zijn plaats dan een tackel met de voet vooruit.

Het plan pleit voor een slimme hiërarchische opbouw van ons openbaar vervoer. Je kunt het vergelijken met onze kanalen, stromen en waterlopen. Grote stromen met veel verkeersvraag ga je vlotter maken. Op deze hoofdlijnen zet je treinen, metro's en trams in. Daar waar het mogelijk is, ga je vervoerspatronen samenvoegen en graaf je kanalen. Regionaal verbinden we centrumsteden via hotspots zoals industriegebieden met bussen via een snel expresnet. Waar er gespreide, beperkte vraag is, ga je naar je kleinere waterlopen. Je hoeft immers niet overal een kanaal te graven. Lokaal ontsluiten doe je met meer tussenstops om wijken te verbinden met mobiliteitscentra zoals treinstations, stadscentra en dergelijke meer. Bij lage vervoersvraag gebruik je kleinere vervoersmiddelen, zoals minibussen en taxi's.

Deze hiërarchische benadering is common sense en wordt breed aanvaard in de academische wereld.

Het aandeel van openbaar vervoer in de totale verkeersvraag stijgt niet omdat het vaak trager is dan de wagen, voornamelijk omdat bussen steeds alle haltes moeten aandoen. De reistijd is nog altijd de belangrijkste beslissingsfactor om voor openbaar vervoer te kiezen. Een dubbel gelaagd net van trage en snelle bussen verlaagt de reistijd, waardoor openbaar vervoer een aantrekkelijker transportmiddel wordt. Dit systeem van bus rapid transit blijkt in vele landen goed te werken.

Voor kriskrasverplaatsingen met lage vervoersvraag moet je niet met een kanon op een mug schieten (lees een lege bus), zo geeft sp.a impliciet toe. De partij gaat voor een flexnet, waar meer vraagafhankelijk en kwaliteitsvoller bediend kan worden. Het is naïef te denken dat taxi's alles gaan dekken. Ze kunnen elkaar aanvullen, maar De Lijn zal de basisvoorziening voor haar rekening moeten nemen als je openbaar vervoer als betaalbaar alternatief wilt. Uiteraard zijn er goede initiatieven zoals Taxistop vzw, die meer dan 400.000 taxiritten voorzag met de Minder Mobielen Centrale. Een samenwerking tussen deze verschillende actoren, met de Lijn als coördinator-operator, lijkt me een logische stap.

Het verwerpen van het volledige plan lijkt eerder een schijnmanoeuvre voor privatisering. Wie openbaar vervoer moet organiseren, dat is een ideologisch debat. Zoals blijkt uit de buurlanden is de privatisering goedkoper geworden voor de overheid door minder onderhoud en besparingen op de loonvoorwaarden.

Nederland sukkelt daardoor al een decennium met een veroudering van zijn buschauffeurs en veel jobverloop. In tegenstelling tot wat sommigen beweren, is er na privatisering geen groei in het aandeel van het openbaar vervoer geweest in Nederland. Althans niet bij de bus. Die was er wel bij de trein. Al is 95 procent van de spoorwegen nog steeds in handen van de Nederlandse staat.