Exact drie weken na de laffe aanslagen op de vertrekhal van Zaventem en het metrostation Maalbeek richt ik mij in een open brief aan Premier Charles Michel om eindelijk een reeks taboes te laten sneuvelen en werk te maken van een performant en efficiënt veiligheidsbeleid. U vindt deze brief hieronder terug:

 

Geachte premier,

Ik schrijf u als burgemeester van Vilvoorde, een fiere Vlaamse stad aan de rand van de hoofdstad. Vilvoorde is 1 centimeter verwijderd van Brussel. Heel wat inwoners van mijn stad groeiden op in Brussel, lopen er school, werken er of genieten er van het ruime culinaire en culturele aanbod. Vilvoorde is de jongste en sterkst groeiende stad van Vlaanderen. Geen enkele stad ziet haar bevolking zo snel toenemen, geen enkele stad heeft een groter aandeel kinderen en minderjarigen.

Vilvoorde is al eeuwen een stad van nieuwkomers. Vandaag ontvangen we mensen uit het Vlaamse hinterland (doorgaans mensen die het gehad hebben met de files naar Brussel), vanuit het buitenland (heel wat expats en eurocraten zoeken een plaatsje dicht bij de luchthaven en de EU-instellingen) én vooral gezinnen vanuit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Die laatste instroom heeft vooral te maken met de zoektocht naar veiligheid en ruimte. Als voormalig buurt- en jeugdwerker in de buurt van de Zwarte Vijvers in Sint-Jans-Molenbeek begrijp ik die beweegreden. Ook deze gezinnen willen hun kinderen zien opgroeien in een veilige en kansrijke omgeving.

Vilvoorde haalde de voorbije jaren het wereldnieuws als stad van jihadi's. Nergens ter wereld kende men een dergelijke concentratie van radicale jongeren die de vlucht namen naar Syrië. Het zette onze stad en vooral het maatschappelijke middenveld in beweging om met zijn allen - de onderwijswereld, de hulpverlening, de politiediensten, de moslimgemeenschap en bij uitbreiding ook de andere religieuze gemeenschappen, het jeugdwerk, de stadsdiensten, de hogere veiligheids- en informatiediensten - een vuist te maken tegen het oprukkende radicalisme. En opnieuw keek de wereld toe. De exodus werd in juni 2014 gestopt toen twee minderjarige meisjes - een Vilvoordse van 14 en een Brusselse van 15 - op weg naar Syrië werden tegengehouden in een luchthaven in Duitsland. Tot vandaag proberen we alle signalen van radicalisering op te pikken en ermee aan de slag te gaan. De politiediensten kijken nauwlettend toe en ondersteunen waar nodig. Al onze partners, niet het minst de moskeeverantwoordelijken en mensen uit de islamitische gemeenschap, geven het beste van zichzelf om onze stad te vrijwaren van het probleem. We leerden veel van uitwisselingen met andere Europese steden. We kregen Amerikanen en Afrikanen op bezoek, we gaven toelichting in Taiwan en Washington, in Kopenhagen en Parijs. Onze politiediensten leerden het Amerikaanse Homeland Security kennen en overleggen geregeld met salafistische jongeren. Ze spreken over Vilvoorde als een laboratorium en noemen onze medewerkers experts. Het zijn vooral harde werkers die het probleem niet schuwen of ontlopen maar ermee aan de slag gaan. Allemaal samen.

Vandaag is Vilvoorde - net als de rest van het land - in diepe rouw. Drie weken na de ellendige aanslagen in Zaventem en Brussel verwerken onze brandweermannen hun trauma's. Onze mug-diensten en chirurgen krijgen de gruwelbeelden nooit meer van hun netvlies, onze OCMW-medewerkers bekomen van hun ellendige opdracht om getroffen reizigers op te vangen. Terwijl op 22 maart onze politiezone instond voor de veiligheid rond de luchthaven, kreeg ik van de Vilvoordse moskee de vraag of ze konden meehelpen door getroffen mensen op te vangen, eten voor hen klaar te maken of een bloedinzameling te organiseren. Heel wat Vilvoordenaren verdienen sinds jaar en dag (of 's nachts) hun brood op de luchthaven of vervoeren dagelijks duizenden mensen als chauffeur bij de MIVB. De moslims onder hen wordt vandaag gevraagd om verantwoording af te leggen voor de terreurdaden van een aantal losgeslagen gekken die in naam van de islam elk islamitisch voorschrift naast zich neerlegden.

Mijnheer de eerste minister, we weten wat ons te doen staat. Veiligheid is geen kwestie van links of rechts, evenmin van meerderheid tegen oppositie. Het is veeleer een kwestie van engagement, efficiëntie en samenwerking. De problemen liggen op tafel. Ik zou kunnen verwijzen naar mankementen en disfuncties die vroeger werden aangekaart en in de doofpot belandden. Ik kan herhalen dat de strijd tegen radicalisme en potentieel terrorisme beslecht zal worden in de klassen, op de pleinen en de straten, in moskeeën en sportverenigingen, in de instellingen en gevangenissen. Een parlement en strengere wetten zijn relatief machteloos. Wie in staat is zichzelf op te blazen om onschuldigen te doden of in de uitzichtloze Syrische strijd wil sneuvelen, kun je niet tegenhouden met strengere straffen, nachtelijke huiszoekingen of telefoontaps. Laten we eindelijk werk maken van de lessen die allang getrokken werden. De Brusselaar - en bij uitbreiding het land en Europa - heeft recht op een hedendaagse performante veiligheidsstructuur waar eenheid van commando realiteit wordt. Laten we de inlichtingendiensten versterken en integreren in een eengemaakte structuur met een dynamische databank waar alle veiligheidsdiensten toegang toe krijgen. Zie erop toe dat álle lokale besturen de Foreign Terrorist Fighters-richtlijn nauwgezet opvolgen en dat alle gemeenten in het land (hun wettelijk verplichte) bevolkingsregisters op orde hebben. Ondersteun de steden die kampen met radicalisme door samenwerkingsakkoorden met de regio's te maken, waardoor er eveneens preventief kan gewerkt worden.

Geachte premier, u heeft de leiding over het volledige land en hebt zelf verschillende maatregelen in de strijd tegen terreur aangekondigd. Maar wat baat het als bepaalde steden er alles aan doen om het probleem onder controle te krijgen terwijl we vaststellen dat ze daar in de Brusselse gemeenten niet in slagen?

Binnenkort gaat de onderzoekscommissie in het parlement van start die deze mankementen opnieuw zal blootleggen en documenteren. Dat hoort blijkbaar bij het politieke ritueel. Maar terroristen wachten daar niet op. Laten we vandaag op alle niveaus de handen in elkaar slaan om onze samenleving en onze jeugd te beveiligen tegen gewelddadig radicalisme. Daarom (opnieuw) mijn suggestie om een regeringscommissaris aan te stellen om snel orde op zaken te stellen daar waar er vandaag chaos heerst. Ik leg daartoe een voorstel neer in de Kamer. Ik hoop dat de aanslagen van 22 maart niet alleen onschuldige mensen de dood hebben ingejaagd, maar dat nu ook daadwerkelijk een reeks taboes mag sneuvelen.

 

Deze open brief verscheen eerder in De Standaard en Le Soir (12/04).