In de Antwerpse gemeenteraad woedt een discussie over de privatisering van de zorg voor de armsten. De sp.a luidt de alarmklok

Antwerpen wordt de eerste stad in Vlaanderen waar de opvang van daklozen mogelijk in handen komt van een commercieel bedrijf. Via een openbare aanbesteding wil het stadsbestuur die opdracht vermarkten.

Momenteel wordt de hulpverlening voor daklozen georganiseerd door het Centrum voor Algemeen Welzijnswerk (CAW), een middenveldorganisatie die al jarenlang expertise heeft opgebouwd. Zelfs het stadsbestuur moet toegeven dat het CAW zijn job goed doet, maar, zo laat schepen van Sociale Zaken Fons Duchateau (N-VA, red.) verstaan: “Het middenveld beweegt te weinig.”

Te veel of te weinig?

De problematische verhouding van N-VA met het middenveld is bekend. De partij vindt helemaal niet dat het middenveld te weinig beweegt, maar net het tegenovergestelde, namelijk dat het te véél beweegt. Volgens de partij is dat middenveld immers te machtig geworden en heeft het een te grote invloed op de uitoefening van overheidstaken.

N-VA ziet het dan ook als haar opdracht om die vermeende macht te breken door te besparen op middenveldorganisaties of hen aan concurrentie te onderwerpen. Dat kan door onderlinge concurrentie, maar ook, zoals Antwerpen van plan is, door hen te laten concurreren met commerciële bedrijven.

Met de zorg voor daklozen, die behoren tot de allerzwakste groepen in de samenleving, is dus straks geld te verdienen. Cynischer hoeft het niet te worden in onze stad.

De vermarkting van de hulp aan de allerzwaksten is uiteraard een vingeroefening voor een grotere politieke droom, namelijk het hele middenveld reduceren tot vrijwilligersverenigingen zonder noemenswaardige invloed en zeker geen mening over het beleid. Invloed en macht komen volgens N-VA immers alleen toe aan de politiek én de markt; een beetje aan de politiek en véél aan de markt, zoals het een neoliberale partij past.

Daklozenzorg als test

Voor N-VA is de belangrijkste functie van het middenveld het doorgeven van normen en waarden en de opbouw van een gemeenschappelijke Vlaamse identiteit. De middenveldorganisaties die in Vlaanderen gegroeid zijn vanuit de sociale bewegingen en die niet uitsluitend vrijwilligers verzamelen, maar ook werknemers hebben aangeworven en een visie hebben ontwikkeld op de samenleving, kan N-VA missen als kiespijn. Die middenveldorganisaties hebben immers historische wortels in de sociaaldemocratische én christendemocratische sociale bewegingen.

N-VA speelt in die Vlaamse traditie van het middenveld geen enkele rol. Dat betekent ook dat de partij er nauwelijks invloed op heeft. Dat is de reden voor de vijandigheid tegenover dat middenveld. Het moet en zal sneuvelen, zodat N-VA definitief een machtspositie kan verwerven in Vlaanderen.

Makkelijk zal dat niet gaan, en daarom moeten er eerst 'proefprojecten' worden uitgevoerd. De vermarkting van de daklozenzorg is zo'n test. De partij vermoedt dat die vingeroefening weinig protest zal opleveren, want ze rekent erop dat het imago van daklozen bij de kiezers niet al te best is.

Om die vermarkting aan de man te brengen, zullen we straks argumenten horen zoals 'efficiëntiewinst' en 'kostenbesparingen'. Dat de vermarkting van de zorg écht efficiëntiewinsten en kostenbesparingen zouden opleveren, daar bestaat geen bewijs van. Wel aantoonbaar is dat bij vermarkting het personeel er steeds bekaaid vanaf komt, want precies daarop zal bespaard worden. Antwerpen wil het ook mogelijk maken dat elke drie jaar een andere 'dienstverlener' de hulpverlening verzorgt, wat bij het personeel voor jobonzekerheid zorgt en bijzonder ongunstig is voor de vaak lange trajecten die daklozen moeten afleggen om opnieuw in de samenleving te integreren.

Comfortabele hangmat?

Maar ook dat werd al ingeschat, want daklozen zullen volgens de bevoegde schepen veel sneller moeten integreren. Of zoals hij het in de bevoegde commissie verduidelijkte: “We moeten ze uit de hangmat van de dakloosheid tillen.” Die metafoor reduceert de allerzwaksten opnieuw tot het 'sociale profitariaat' waartegen N-VA zo graag te keer gaat.

Het plaatje wordt zo duidelijk. De vermarkting van de daklozenzorg heeft niets met efficiëntie te maken, maar is een ideologisch politiek project om het middenveld te treffen, om de eigen macht te betonneren in Vlaanderen én dat desnoods te doen op de kap van een zwakke bevolkingsgroep die gestigmatiseerd wordt: de daklozen in hun “comfortabele hangmat”.

Kathleen Van Brempt en Monica De Coninck