Toen ik mij 12 jaar geleden aansloot bij sp.a en me kandidaat stelde voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 leverde me dat nagenoeg alleen maar positieve reacties op. Uiteraard hielden heel wat familieleden en vrienden er een andere overtuiging op na, maar ze konden allemaal ergens wel respect opbrengen voor mijn keuze voor sp.a en mijn motivatie: meewerken aan een solidaire, eerlijke en gelijke samenleving.

Op 12 jaar tijd is er op dat vlak helaas veel veranderd. Net als zovele sp.a-leden word ik de laatste tijd vaak geconfronteerd  met hoongelach. ‘Socialist’ is bijna tot een scheldwoord verworden.

De negatieve framing van de N-VA, gekopieerd door onze vroegere coalitiepartners, is daar uiteraard niet vreemd aan. De slagzin ‘het is de schuld van de sossen’ is wellicht de meest gebruikte zin van het decennium in de Wetstraat. En toegegeven: ‘we’ hebben zelf ook goed ons best gedaan om aan dat negatieve imago mee te werken. Door schandalen, zelftwijfel en interne strijd. Het heeft echter geen zin om verongelijkt in een hoekje te zitten kniezen noch om de verontwaardiging op onszelf te richten.  

Ik ben  een trotse socialist. Trots op wat we hebben gerealiseerd én op onze drive om nog meer te bereiken. Als we vandaag in één van de meest welvarende en meest gelijke regio’s ter wereld leven, dan is dat voor een groot stuk aan ons te danken, aan die nu zo verguisde socialisten. Al die verwezenlijkingen zijn er gekomen door mee beleid te voeren en compromissen te sluiten. En uiteraard waren die compromissen niet altijd even makkelijk om door te slikken, maar door als  puristen aan de zijlijn te blijven staan bereik je helemaal niets.

Onze ideologie is ook vandaag brandend actueel in deze snel veranderende samenleving waarbij de gelijkheid die we hebben bereikt, dreigt verloren te gaan. Hoe gaan we bijvoorbeeld om met de robotisering van de industrie? Vinden we écht dat als we ’s avonds iets bestellen dat pakketje de volgende ochtend al bij ons aan huis moet worden geleverd, ook als dat betekent dat de werkomstandigheden en de sociale bescherming van de werknemers van dergelijke bedrijven abominabel zijn? Blijven we koterijen aanbouwen aan ons belastingsysteem of gaan we nu eindelijk voor een drastische vereenvoudiging en een sterke verschuiving van de lasten op arbeid naar lasten op kapitaal? Pakken we de ongelijkheid in de samenleving fundamenteel aan of doen we aan paternalistische liefdadigheid met 1 euro-maaltijden? Dat er geen alternatieven zouden zijn is een illusie, die door de regeringspartijen graag in stand gehouden wordt.

In tegenstelling tot een aantal politieke commentatoren, die zich lijken te verkneukelen over de moeilijke positie van onze partij kijk ik met heel veel vertrouwen naar de toekomst. De basiswaarden van onze partij blijven rotsvast overeind en worden breed gedragen. Uit tal van onderzoeken blijkt dat de Vlaming  solidair is. Aan ons, de jonge generatie op kop, om op een moderne en hedendaagse manier invulling te geven aan die solidariteit en opnieuw duidelijk te maken aan de mensen dat dàt is waar wij, socialisten, voor staan: een sociale, eerlijke samenleving waarin niemand vergeten wordt. En niet de karikatuur die men helaas succesvol van ons heeft gemaakt.

Wij zijn broodnodig, zeker nu. Ik ben er van overtuigd dat het vernieuwingscongres van 17 maart het kantelmoment kan worden, als (en slechts als) we met zijn allen engagement tonen, actief strijden voor onze idealen en aan hetzelfde zeel trekken. En dan zullen we nog wel eens zien wie er het laatst lacht in oktober.