Vlaams Parlementslid voor sp.a Yamila Idrissi roept minister Gatz op om gehoor te geven aan de verzuchtingen van de cultuursector in Brussel: “ Door de besparingen van de afgelopen jaren staat het water hen al aan de lippen. Ik verwacht dan ook dat de minister van cultuur, juist nu de sector onder druk staat door de lockdown, de vele afzeggingen, de extra beveiligingskosten, hen een hart onder de riem steekt”.

Herhaaldelijk ondervroeg Idrissi de minister over de financiële gevolgen van de lockdown en de  terreur in Brussel, en zijn actieplan hieromtrent. (Zie hieronder) Tot zover bleven concrete antwoorden en voorstellen uit, terwijl de vraag om bijstand vanuit de sector steeds groter wordt. “De minister van cultuur moet zijn sector in deze moeilijke tijden steunen.” 


De lockdown van november kostte de Ancienne Belgique  130.000 euro. De ticketverkoop van de zowel de AB als de Botanique daalde na de aanslagen met de helft.  En ook de rest van de cultuursector kampt, net zoals de toeristische sector en de horeca, met de gevolgen van de terreur.

Vicepremier Reynders riep afgelopen week op om een aantal besparingen terug te schroeven en zo de  financiële gevolgen van de aanslagen op te vangen. Yamila Idrissi stelt dat het aan de minister van cultuur is om te onderzoeken wat de beste manier is: of het nu het terugschroeven van besparingen is, of het de opvangen van de extra onkosten. Vast staat dat de cultuursector  al is afgeroomd, het vet is er al af, de minister moet bekijken hoe hij hen kan helpen die extra financiële kosten te dragen. Van een minister van cultuur mag men verwachten dat hij zijn sector in moeilijke tijden ondersteunt, ook financieel.

(foto cc Mark Latham)

 

Vraag om uitleg over de steun aan de Brusselse cultuurhuizen na de lockdown en de aanslagen van Yamila Idrissi aan minister Sven Gatz

 

Commissievergadering

Commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media

donderdag 9 juni 2016, 15.30u

De voorzitter

Mevrouw Idrissi heeft het woord.

Yamila Idrissi (sp·a)

Minister, het is niet de eerste keer dat ik hier vragen over stel. De laatste keer antwoordde u me dat u een maand tijd nodig had om een aantal zaken te laten onderzoeken. Ik heb u iets meer dan een maand gegeven, vandaar mijn vraag vandaag.

Mijn vraag van een maand geleden ging over de financiële weerslag van de lockdown en de terreur op de cultuursector in Brussel. De situatie blijft moeilijk, ook voor de horeca en de toeristische sector.

“Normaal gezien geven wij op jaarbasis zo’n 50.000 à 60.000 euro uit aan security. Ik vermoed dat die factuur nu tot zo’n 80.000 euro zal oplopen. Dat zijn bijna twee voltijdse lonen”, getuigt Tom Bonte, directeur van de Beursschouwburg.

De Brusselse Regering maakt wel geld vrij als compensatie, maar de heer Bonte betwijfelt of de Beursschouwburg hier aanspraak op kan maken. “De regeringen zouden samen een lijst kunnen opstellen van alle organisaties die een potentieel doelwit zijn. Daarna kunnen ze kijken hoe ze de veiligheid en de inkomensderving in al die instellingen willen aanpakken”, zegt de heer Bonte.

Federaal vicepremier Reynders riep al op om een aantal besparingen terug te schroeven en zo de financiële gevolgen van de aanslagen op te vangen. Minister, u reageerde hier in eerste instantie afwijzend op. Besparingen terugdraaien zou budgettair niet mogelijk zijn en het aantal bezoekers niet doen toenemen.

Door de besparingen van de afgelopen jaren staat het water de cultuurhuizen al aan de lippen. Het zou goed zijn om hun een hart onder de riem te steken en hen in deze moeilijke tijden financieel te steunen.

Herhaaldelijk ondervroeg ik u over de financiële gevolgen van de lockdown en de terreur in Brussel, en over een eventueel actieplan daarvoor. In januari stelde ik een schriftelijke vraag over de impact van de terreurdreiging op de cultuurhuizen in Brussel, in april een vraag om uitleg over de financiële gevolgen van de aanslagen voor de Brusselse cultuursector. In antwoord op mijn vraag in april zei u nog een aantal weken tijd nodig te hebben om het nodige cijfermateriaal te verzamelen. We lezen in de pers: “Als blijkt dat er veel verlies is qua inkomsten, dan gaan we bekijken of we compenseren en hoe we dat precies gaan doen.”

Minister, hoever staat uw administratie met het onderzoek? Is er intussen zicht op de geleden schade door de cultuurhuizen?

Zijn er al concrete plannen voor het compenseren van het geleden verlies?

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Mevrouw Idrissi, zoals ik al stelde in mijn eerdere antwoorden op uw vragen over dit onderwerp is het niet eenvoudig om de impact van lockdown en de aanslagen precies in kaart te brengen. De schade kan immers zeer verschillend zijn afhankelijk van de inhoud van contracten met artiesten, extra kosten voor bewaking, verlies aan inkomsten enzovoort. Dit kan dus niet eenduidig uit bijvoorbeeld de jaarrekeningen van de betrokken organisaties worden gehaald waar wij eerder in een oorspronkelijke aanpak op gemikt hadden. Mijn administratie is dan ook nog niet klaar met haar onderzoek.

Uit eerste heel ruwe vaststellingen blijkt dat er wel degelijk een impact is, met zowel een aantal bijkomende kosten als een verlies aan inkomsten. Toch lijkt de impact minder zwaar dan men op het eerste gezicht zou verwachten. Daarnaast blijkt er een duidelijk verschil te zijn tussen november en maart, waarbij blijkt dat in maart er een grote vastberadenheid was om ondanks het drama van de aanslagen toch te blijven deelnemen aan het culturele leven in Brussel.

Zo waren bijvoorbeeld de drie voorstellingen van ‘Drumming’ van Rosas in de week van 28 maart in het Théâtre National allemaal volledig volzet.

Hoe gaan we nu verder? Want we gaan wel degelijk verder. Aan de hand van een leidraad van elementen die ter sprake kunnen worden gebracht, zal het departement een gesprek aangaan met een aantal instellingen uit Brussel. Deze gesprekken zullen worden getoetst aan een financiële analyse over het jaar 2015, waarmee ik voornamelijk het laatste kwartaal van 2015 bedoel en het eerste kwartaal van 2016, voor zover er daarover al cijfers zijn.

De instellingen die zullen worden bevraagd, zijn de zogenaamde grotere Vlaamse instellingen met een presentatieplek. Concreet gaat het om Kaaitheater, Koninklijke Vlaamse Schouwburg, Beurs, BRONKS en Ancienne Belgique. Deze gesprekken zullen voor het zomerreces plaatshebben en tegen het einde van de zomerperiode zal ik beschikken over een rapportering. Op basis van die rapportering zal ik nagaan of en welke maatregelen nodig zijn, rekening houdend met de draagkracht en de financiële situatie van elk van de instellingen.

Er zijn nog geen concrete plannen voor het compenseren van het geleden verlies. Ik heb u ook uitgelegd waarom. De situatie van de verschillende huizen is te verschillend op basis van de jaarrekening, ook van de instellingen die ik net heb opgesomd. Ik heb ook nog geen concrete vragen uit het veld hierover ontvangen. Elke vraag die ik hierover ontvang, zal ik sowieso grondig laten onderzoeken om ze op de meest constructieve manier te kunnen beantwoorden.

De voorzitter

Mevrouw Idrissi heeft het woord.

Yamila Idrissi (sp·a)

Minister, uw antwoord stelt me een beetje teleur. Ik blijf op mijn honger. Dat het niet eenvoudig is, daar kan ik u in volgen. U hebt zelf de timing vooropgesteld, maar nu blijkt dat men helemaal niet klaar is met dat onderzoek. Het gaat nochtans niet over zoveel instellingen. U had het zelf over de grotere instellingen, en dat zijn er geen honderden. Wanneer zij extra middelen hebben moeten gebruiken voor de veiligheid en inkomsten hebben moeten derven, dan moet u geen halfjaar wachten, om tot een bepaalde conclusie te komen over meer steun. Het is belangrijk, al was het als een symbolische maatregel, om de instellingen die schade hebben opgelopen of inkomsten hebben gederfd, een aanvraag te laten indienen. Op dit moment is er niets. Ik heb het gevoel dat u het kalf aan het verdrinken bent door te wachten tot het eind van de zomer.

U zegt dat u geen vraag hebt ontvangen. Nochtans heeft Ancienne Belgique publiekelijk aan de noodrem getrokken en heeft ook de Beursschouwburg via de media bekendgemaakt dat zij extra kosten hebben en inkomsten hebben gederfd. Dat het moeilijk is om uit de jaarrekeningen te halen, wil ik best geloven, maar er moet toch een manier zijn om een systeem te ontwikkelen voor dat extraatje aan ondersteuning. De federale overheid heeft dat gedaan, de Brusselse Regering heeft dat gedaan, Vlaanderen had dat ook kunnen doen vanuit Cultuur, al was het maar symbolisch. Ik vind het bijzonder jammer dat daar zo lang mee getalmd wordt.

De voorzitter

Mevrouw Coudyser heeft het woord.

Cathy Coudyser (N-VA)

Dit is een debat dat wordt voorgezet. De impact van de terreur en van de aanslagen is er wel degelijk. We hebben eerder al gezegd dat het goed is dat dit wordt opgevolgd en gemonitord.

Ik hoor dat er wel degelijk impact is, ook in de culturele sector, eventueel wat minder dan gedacht. Grote instellingen trekken meer buitenlanders en hebben dus meer impact dan kleinere instellingen die vooral met de lokale en regionale bevolking werken. Dat lijkt me logisch.

Mevrouw Idrissi blijft op haar honger zitten en wilde meer actie met bekwame spoed. Wij vinden het goed dat er eerst goed gemonitord werd en dat er gesprekken gevoerd worden met die instellingen en dat er bekeken wordt wat kan en niet kan. Alle sectoren hebben onder de omstandigheden geleden, vooral de kunststeden, niet enkel Brussel maar heel Vlaanderen. Ik weet zeker dat de Westhoek ook moeilijke momenten kent, en niet alleen de cultuursector maar ook de horeca en het toerisme. Als we middelen of maatregelen zouden nemen, moet daar grondig over worden nagedacht. Als we de impact van de terreur willen opvangen, mogen het niet zomaar wat middelen zijn om de besparingen te lenigen of voor andere zaken. We moeten eerlijk zijn, ook tegenover andere sectoren.

U doet er goed aan, minister, om daar grondig over na te denken, en om overleg te hebben. Als er voor de zomer – dat is dus binnenkort – nog verder aan wordt gewerkt, ben ik zeer tevreden.

De voorzitter

De heer Poschet heeft het woord.

Joris Poschet (CD&V)

Dit is inderdaad de voortzetting van een debat dat we al langer voeren. Ik heb daar de laatste vraag over gesteld in de plenaire vergadering op 27 april. Toen hebt u aangekondigd, minister, dat u een onderzoek zou doen naar de werkelijke daling van de inkomsten. Het zou in de eerste plaats een symbolische steun zijn, in de zin van: laten we als Vlaamse overheid de culturele sector niet in de steek laten. Of er nu klaarheid komt of niet die tot een beslissing kan leiden, nu of in juli of augustus of september, zal het voorbestaan van culturele huizen niet in gevaar brengen.

De Brusselse Regering heeft in een budget van 400.000 euro voorzien voor de beveiliging van evenementen en cultuurhuizen. Is er op een bepaald moment overleg geweest met u of uw diensten om te bepalen wie hiervoor in aanmerking komt?

Minister Sven Gatz

Het overleg is nog niet beëindigd. Er is nog geen uitkomst.

Yamila Idrissi (sp·a)

Minister, ik zou u willen vragen om toch dat signaal te geven. Ik weet dat het – zoals de heer Poschet zegt – symbolisch zal zijn. Het voortbestaan van de Brusselse cultuurhuizen staat of valt niet met dat bedrag. Het is een belangrijk signaal voor de erkenning van de winstderving en van de inspanningen die worden geleverd om het publiek veilig in de theaters en zalen te krijgen. Juist omdat het water al aan de lippen stond, door de besparingen, zou een geste, als is het een symbolische, hier zeker op haar plaats zijn.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

 

 

Vraag om uitleg over de financiële gevolgen van de aanslagen voor de Brusselse cultuursector

van Yamila Idrissi aan minister Sven Gatz

Commissievergadering Commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media

donderdag 14 april 2016, 10.00u

 

De voorzitter

Mevrouw Idrissi heeft het woord.

Yamila Idrissi (sp·a)

Minister, ons verbindt de liefde voor de Brusselse cultuursector, vandaar mijn vraag. Via de pers vernamen we dat de cultuursector in Brussel te lijden heeft onder de nasleep van de aanslagen. Uiteraard geldt dit niet alleen voor de cultuursector. Ook de toeristische sector en de horeca voelen de gevolgen, maar vandaag wil ik het alleen hebben over de cultuursector.

De ticketverkoop daalt, artiesten zeggen af en de kosten voor de beveiliging wegen zwaar op het budget van de huizen.

De sector kan de totale impact nog niet overzien, maar het ziet er niet goed uit. De directeur van de Ancienne Belgique (AB), de heer De Clippeleir getuigt: “Ik weet niet hoe lang we dit blijven voelen. Maar in november heeft de lockdown ons 130.000 euro gekost, op een jaarbudget van 10,5 miljoen euro. Als vzw hebben wij geen reserves. Maar beknibbelen op veiligheid is op dit moment geen optie. Een deel van het publiek verwacht duidelijk dat we maatregelen treffen.” De AB hoopt dan ook dat er financiële steun komt van de overheid. Maar ook de musea en andere cultuurhuizen maken zich zorgen.

Mijnheer de minister, ik heb u in november een schriftelijke vraag gesteld over dezelfde thematiek. U stelde toen dat u niet over cijfers beschikte over de financiële extra kost voor de cultuurhuizen. U verwees toen naar een noodfonds waarvoor u een beroep wou doen op de solidariteit van de sector. In de krant stelt u ook dat de culturele sector solidair moet zijn met Brussel. Maar er zijn natuurlijk grenzen aan solidariteit. En bij deze overmacht denk ik dat ook u uw verantwoordelijkheid moet nemen, en ik vraag me af of u de kosten van de beveiliging kunt compenseren.

Minister, hebt u zicht op de financiële meerkost die de aanslagen met zich meebrengen voor de Brusselse cultuursector? Hebt u inzicht in het aantal afzeggingen van artiesten en bezoekers? Welke financiële verantwoordelijkheid kunt en wilt u hierin nemen? Ik dank u alvast voor uw antwoord, maar het zou nog fijner zijn indien de voorzitter u niet zou beletten om naar mijn vraag te luisteren …

De voorzitter

U hebt gelijk, mevrouw Idrissi. Ik pleit schuldig: ik was met de minister aan het babbelen. Ik excuseer me daarvoor.

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Mevrouw Idrissi, ik heb ook gelezen wat er in De Morgen stond over de moeilijkheden waarmee de cultuursector op dit ogenblik kampt. Zoals ik reeds stelde in mijn antwoord op de vraag naar aanleiding van de terreurdreiging in november, is het nog te vroeg om al een exact beeld te krijgen van deze meerkost voor de Brusselse cultuursector. Ik leg u straks uit waarom. Bovendien is het voor mij enkel mogelijk om een beeld te krijgen op de organisaties die op basis van het Kunstendecreet in Brussel ondersteund worden. De bredere cultuursector is weer een ander verhaal. Maar goed, de aanleiding zijn de organisaties waarmee we beleidsmatig verbonden zijn.

Op basis van het toezicht op de werkingsverslagen die door de gesubsidieerde organisaties eind maart werden ingediend bij mijn administratie, zal misschien blijken wat het effect is van de terreurdreiging in november op het resultaat van 2015. Ik heb de administratie dus wel degelijk gevraagd om dit meer concreet in beeld te brengen, niet omdat ik bepaalde signalen overdreven zou vinden, want daar gaat het mij niet om. In het najaar werden na de aanslagen in Parijs, bedragen genoemd door bepaalde organisaties die achteraf niet bleken te kloppen. Het gaat hier niet over een vorm van wantrouwen, ik wil enkel de juiste kostprijs kennen. We zullen dit nu correcter in beeld brengen. Het in beeld brengen van de geleden schade of de gederfde inkomsten van het verleden, zullen ons ook een correcter beeld kunnen geven van wat er nu gebeurt. Dit zal nog enige tijd in beslag nemen. Ik heb het niet over maanden, maar ik zal de gegevens ook niet overmorgen hebben.

Wat betreft het aantal afzeggingen van artiesten en bezoekers, wil ik ook op basis van de jaarverslagen van de organisaties in Brussel die we rechtstreeks subsidiëren, de juiste cijfers kennen. De aanleiding voor uw vraag was een artikel in De Morgen waarin eerder de negatieve teneur de boventoon voerde. U zult ook vorige week het artikel gelezen hebben in Brusselnieuws. Daarin werd gezegd dat het probleem genuanceerder is dan men zou denken.

Blijkbaar weegt het in de muzieksector zwaarder door en in de theatersector dan weer minder. Voor zover we weten waar de bezoekers vandaan komen, blijken de Brusselse bezoekers nog altijd de weg naar de cultuurtempels te vinden. Voor wie verder van Brussel woont, ligt dat moeilijker, en dat geldt zeker voor internationale bezoekers, maar dat speelt hier minder. Ook daar wil ik per subsector een beeld van krijgen.

Voor ik uitspraken doe over de financiële verantwoordelijkheid die ik hierin kan nemen, wil ik eerst een zicht hebben op wat er mogelijk is. Uiteraard beschikken de organisaties en instellingen over een – zij het beperkt – aantal juridische instrumenten. In sommige gevallen kan overmacht worden ingeroepen, waardoor bepaalde vergoedingen niet moeten worden uitgekeerd. De sector kan ook gebruikmaken van maatregelen zoals tijdelijke technische werkloosheid, maar we hopen natuurlijk dat dat niet nodig zal zijn. Dan nog zal de factuur er uiteraard op een bepaald moment liggen, en ik wil eerst weten hoe hoog die is.

Ik wil ook wat meer uitleg geven bij een ietwat verkeerde berichtgeving in de krant over het solidariteitsgegeven in de sector. Ik heb zelf toen geen contact gehad met de betrokken journalist. Dat heeft mijn woordvoerder, uiteraard na overleg, gedaan. Het leek alsof ik suggereerde dat de sector een benefietactie moest opzetten. Dat heb ik helemaal niet willen zeggen. We hebben de volgende zinsnede meegegeven: “Misschien kan er overlegd worden over een of andere vorm van solidariteit.” Dat is iets anders dan een benefietactie. Los van de gederfde inkomsten wil ik met de sector ook kijken welke buffer hij heeft. Die is er namelijk wel degelijk, maar ik weet ook dat een buffer niet zomaar wordt aangesproken en dat hij ook niet bedoeld is om in één keer op te gebruiken. Het is een zorgvuldig opgebouwde spaarpot, een eigen vermogen. Over andere mogelijkheden waarover de sector, individueel per organisatie, maar ook globaal beschikt, doe ik nu verder geen uitspraken, omdat het dan lijkt alsof ik al bepaalde zaken in mijn hoofd heb. Maar dat bedoelde ik dus met een vorm van solidariteit. Van wat we nu meemaken, worden de zwaarste pijnen gevoeld in bepaalde organisaties in Brussel, maar er zijn nog sectoren of streken in Vlaanderen die te maken hebben met problemen van gederfde inkomsten.

Ik heb uw vraag goed gehoord. Ik wil ze objectiveren, en dan zal blijken wat we kunnen en moeten doen en welke rol de solidariteit van de sector daarin zal spelen. Meer zal ik op het ogenblik niet zeggen. Ik zal u zo andermaal op uw honger laten, maar dat heeft alles te maken met een goede voorbereiding. 

De voorzitter

Mevrouw Idrissi heeft het woord.

Yamila Idrissi (sp·a)

Ik dank u voor uw antwoorden, minister. U wilt terecht de juiste draagwijdte kennen. Vandaar ook mijn vraag. Ik ben al blij dat u alle gederfde inkomsten en kosten in kaart wil brengen. Ik ben het daarmee ook eens. We houden ons hart vast voor het geval er nog iets gebeurt. We zitten in een soort spiraal die elke keer een beetje naar beneden gaat. Het klopt wel dat de cultuurhuizen wellicht eigen middelen hebben en dat de cultuurhuizen met man en macht werken. Ik weet dat verschillende cultuurhuizen er echt op stonden om enkele dagen na de aanslagen al te openen. Dat zijn moeilijke beslissingen. Het is niet evident, want wat als er iets gebeurt? Je wilt daarvoor niet mee verantwoordelijk zijn. Ik weet dat er heel moeilijke beslissingen zijn genomen, ook door de kunstenaars. Sommige hebben onmiddellijk afgezegd, onder andere grote theatergezelschappen uit Nederland; andere, kleinere gezelschappen wilden toch komen, als een soort statement. Het is goed dat u dat mee in kaart probeert te brengen en probeert te objectiveren.

Als een soort uitsmijter hebt u gezegd dat u ook naar de solidariteit binnen de sector wilt kijken. Ik denk dat de solidariteit van de bevoegde minister daarin ook wel een rol mag of kan spelen.

De voorzitter

Mevrouw Coudyser heeft het woord.

Cathy Coudyser (N-VA)

We spreken inderdaad van uitzonderlijke omstandigheden. We hebben Parijs gehad in november en nu Brussel, en we zien dat de cultuursector, maar ook de horeca en de toeristische sector daarvan zware gevolgen dragen. Het is belangrijk nu niet te panikeren, maar de zaak goed te monitoren, zodat we objectieve gegevens hebben om te bepalen hoe zwaar de impact is en wat de gevolgen zijn. Ook in de toeristische sector hebben we vastgesteld dat de gevolgen tijdens de eerste weken zeer zwaar waren, maar dat januari en februari al een herstel lieten zien. Misschien is dat ook zo in de cultuursector. Natuurlijk hebben we nu in maart een tweede dreun gekregen. Monitoren is heel belangrijk, niet alleen voor de cultuursector in Brussel, uiteraard, maar ook elders. Misschien stellen we dan wel vast dat er niet alleen in Brussel een impact is, maar ook in heel Vlaanderen. Aan de hand van die objectieve gegevens moeten we dan inderdaad kijken of er maatregelen nodig zijn. De federale overheden hebben al aangekondigd dat ze maatregelen zullen bekijken om de pil wat te vergulden, maar dan in de brede zin van het woord, met bijvoorbeeld maatregelen voor economische werkloosheid. Al blijft het natuurlijk een zware dobber. We moeten zorgen dat we kunnen ingrijpen als het nodig is. We moeten echter wel weten wat we doen. Iedereen is solidair, en ik weet dat de cultuursector altijd de eerste is om solidair te zijn. We moeten het verder in de gaten houden, en ik ben blij, minister, dat u dat aan de hand van de gegevens inderdaad wilt doen.

Ik heb alleen niet goed begrepen of er inderdaad al stappen zijn gezet in de richting van een noodfonds.

De voorzitter

De heer Poschet heeft het woord.

Joris Poschet (CD&V)

De impact van de aanslagen en de dreiging met aanslagen op de culturele sector is reëel en de bekommernis hier in het parlement is zeer breed. In een gesprek dat ik vorige maand met hem had, maakte Dirk De Clippeleir gewag van 130.000 euro kosten. In verhouding tot het totale budget lijkt dat misschien niet zo veel, maar al die instellingen stellen hun begroting op zonder buffers, omdat ze zo veel mogelijk artiesten aan bod willen laten komen en nieuw talent een kans willen geven. Van die 130.000 euro, zei hij, gaat 14.000 euro naar veiligheidsagenten, en daar kunnen ze niet op beknibbelen. Daarnaast gaat het bijvoorbeeld ook om schadeloosstelling van artiesten en minder inkomsten door het afgelasten van concerten. We moeten daar met een zekere mildheid naar kijken, niet te hard zijn en bekijken hoe we de sector verder kunnen ondersteunen, want hij draagt mee bij tot de uitstraling van onze hoofdstad.

Bart Caron (Groen)

Ik wil dit zelf ook nog even aanvullen. Zoals mevrouw Coudyser en ook de minister het daarnet al zegden: hoe internationaler het publiek voor bepaalde cultuuruitingen was, hoe meer afzeggingen er werden genoteerd. Dat geldt bij uitstek voor de culturele instellingen in Brussel omdat die het meest internationaal gericht zijn, maar bijvoorbeeld ook voor In Flanders Fields in Ieper. Dat draait in grote mate op een Engels publiek, ook van scholengroepen. Daar zijn monsterlijk veel afzeggingen genoteerd, en in de slipstream daarvan delen ook jeugdverblijfcentra in de Westhoek in de klappen. We praten dan al snel over honderdduizenden afgezegde overnachtingen.

Dat gaat over Britse scholieren. En ze hadden al een pak afzeggingen na de aanslagen in Parijs. Nu komen er nog bij door de aanslagen in Brussel. Het waait dus wat breder uit.

Maar ik ben optimistisch. Er is, zoals ook mevrouw Coudyser zegt, een relatief snel herstel geweest. Maar de scholen die hebben afgezegd, pikken dat meestal niet op. Verschillende jeugdcentra moeten vandaag effectief technische werkloosheid inroepen voor hun personeel omdat ze veel te weinig overnachtingen hebben. Er is dus reden genoeg om ons, in eerste instantie, tegen het terrorisme te verzetten, en ook om het fenomeen breed genoeg in kaart te brengen, want het is bijzonder onaangenaam voor welke artiest of welk cultuurhuis ook die ermee is geconfronteerd.

Minister Sven Gatz

Mevrouw Coudyser, tenzij ik mijzelf niet goed heb gehoord, heb ik in mijn antwoord de term ‘noodfonds’ niet in de mond genomen. Dat is een piste die mevrouw Idrissi naar voren heeft gebracht. Ik beperk mij tot wat ik daarnet heb gezegd: ik wil eerst beter de gederfde inkomsten in kaart brengen. Daarnaast heb ik het gehad over de solidariteit in de sector, maar ik ga daar niet verder op in. Het is duidelijk dat dit debat zal worden voortgezet.

Zonder de zaken scheef te trekken, wil ik wel nog even aangeven dat de percentages qua leefbaarheid en inkomensverlies waarmee de verschillende subsectoren van onze samenleving op economisch vlak worden geconfronteerd, toch wel anders liggen. U bent allemaal wel vertrouwd met de toeristische sector, en weet dus dat een hotel rendabel kan zijn vanaf 60 procent bezettingsgraad. Er zijn gelukkig jaren geweest dat het Brusselse hotelwezen tot 80 of 90 procent ging. Dat is goed voor hen en voor de mensen die van onze stad komen genieten en hier ook een beetje uitgaven doen allerhande. Ik geef de cijfers mee als indicatie van dingen die we horen: er zou daar een terugval zijn tot 20 procent. Dat is natuurlijk niet zeer lang vol te houden.

De cijfers binnen de cultuursector zijn gelukkig niet zo nefast. Ze zijn nefast, want de indicatieve cijfers waarover ik beschik, wijzen erop dat een verlies van 15 procent wel vaker voorkomt. Dat is in vergelijking met de hotelsector zeer weinig, maar het maakt voor een cultuurhuis het verschil tussen break-even draaien en de mogelijkheid om te investeren. Dit is de grootteorde waarin we ons nu bevinden.

Zodra ik de detailcijfers heb, zal ik ze met deze commissie delen. Mocht ik dat niet doen, dan zal er daarover terecht een vraag worden gesteld. Laat ons dus nog even tijd om de diepte van de problematiek cijfermatig te objectiveren.

De voorzitter

Mevrouw Idrissi heeft het woord.

Yamila Idrissi (sp·a)

Minister, kunt u zeggen wanneer u klaar zult zijn met die oefening?

Minister Sven Gatz

Ik heb er vandaag contact over gehad met mijn administratie. Zij vraagt nog even tijd. U weet dat er een bijzondere arbeidslast is met betrekking tot het Kunstendecreet, dat zich momenteel voltrekt. Ik kan er geen exacte datum op plaatsen. Geef mij nog enkele weken en stel mij de vraag wanneer het u past. Ik ben dan een weerloos gegeven in deze commissie, om de antwoorden waarover ik dan zal beschikken mee te geven. Ik wil het niet nu in uw plaats doen. De contacten zijn relatief recent. Zij hebben de opdracht gekregen en goed ingeschat, maar ik denk dat ze toch wel enkele weken zullen nodig hebben.

Yamila Idrissi (sp·a)

U maakt de vergelijking met de hotelsector in Brussel. Ik kan dat niet vergelijken. De hotelsector speelt in op ‘Brussel congresstad’ en andere zaken. Voor de cultuursector is het belangrijk dat het water hun al aan de lippen staat. Alle room is er al afgeroomd, alle vet is er al af. Elke bijkomende, niet-gebudgetteerde meerkost zullen zij onmiddellijk voelen. Daarom wil ik dat in het juiste perspectief plaatsen.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

 

 

schriftelijke vraag

 

nr. 96

van yamila idrissi

datum: 11 januari 2016

 

aan sven gatz

vlaams minister van cultuur, media, jeugd en brussel

 

 

Cultuurhuizen Brussel  -  Impact door terreurdreiging

 

De terreurdreiging die Brussel afgelopen winter trof, heeft een grote impact gehad op onze hoofdstad. Niet alleen de bewoners en de horeca, maar ook de cultuurhuizen hebben zwaar geleden onder het verhoogde dreigingsniveau en zeker onder de lockdown.

 

De meeste concertzalen, theaters enzovoort hebben gedurende een bepaalde periode de deuren moeten sluiten, artiesten moeten afzeggen en optredens moeten annuleren. Het spreekt voor zich dat dit grote onkosten met zich heeft gebracht, mede daar ze de bar- en restaurantinkomsten op deze dagen ook hebben misgelopen. Later hebben de Brusselse huizen, die sowieso al meer kwijt zijn aan beveiliging dan huizen elders in Vlaanderen, extra veiligheidsmaatregelen moeten nemen, zoals het inhuren van bewakingspersoneel en het installeren van metaaldetectors.

 

Deze financiële kater wordt verergerd door de geleden imagoschade van onze hoofdstad: het aantal bezoekers is flink gedaald sinds de dreiging en de cultuurhuizen vrezen voor de gevolgen die dit ook na het verlagen van het dreigingsniveau nog heeft.

 

  1. Welke cultuurhuizen in Brussel die via het Kunstendecreet gesubsidieerd worden, hebben extra beveiligingspersoneel gevraagd en wat hebben al die extra maatregelen gekost?

 

  1. Hoeveel hebben de cultuurhuizen in totaal aan verlies geleden door de terreurdreiging?

 

  1. Hoeveel voorstellingen zijn er geannuleerd, hoeveel producties stopgezet en hoeveel artiesten hebben hun optreden afgezegd n.a.v. de terreurdreiging?

 

  1. Is het aantal bezoekers van de cultuurhuizen die van Vlaanderen naar Brussel komen gedaald tijdens en na de terreurdreiging? En het aantal bezoekers vanuit Brussel zelf? Wat zijn de exacte cijfers?

 

  1. Hoe gaat de minister deze verliezen opvangen?

 

sven gatz

vlaams minister van cultuur, media, jeugd en brussel

antwoord

op vraag nr. 96 van 11 januari 2016

van yamila idrissi

 

  1. Op dit ogenblik heb ik nog geen beeld van de extra beveiliging die werd voorzien noch op de extra maatregelen die dit mogelijks met zich heeft meegebracht.

 

2.   Dit is zoals steeds in dergelijke gevallen moeilijk te berekenen en afhankelijk van de contracten die deze huizen hebben met de artiesten, managementbureaus enzovoort. Er is vanzelfsprekend een verlies aan inkomsten, maar het is moeilijk in te schatten of er bepaalde engagementen en kosten zijn gemaakt. In een aantal gevallen zal er immers overmacht kunnen zijn ingeroepen waardoor bepaalde vergoedingen niet moesten worden uitgekeerd.

 

3.   Ook daar is op dit ogenblik nog geen zicht op.  Deze vraag in detail beantwoorden zou immers een gedetailleerde navraag en onderzoek met zich meebrengen wat op deze korte tijdspanne niet mogelijk is.

 

4.   Wellicht is dit gedaald aangezien er voorstellingen geannuleerd zijn. Het is echter niet mogelijk na te gaan wat de verhouding bezoekers uit en van buiten Brussels in deze is aangezien niet bij alle voorstellingen en verkoop van elk ticket wordt nagegaan waar de toeschouwer van afkomstig is.

 

5.   Ik heb als antwoord op een eerdere vraag over deze kwestie al geschreven dat ik naar de toekomst toe bereid ben om met de sector samen te zitten over een noodfonds voor dergelijke situaties. Daarbij denk ik onder meer een fonds dat ook kan dienen om organisaties te ondersteunen die hun werking moeten afbouwen.  Het is evenwel niet aan de overheid maar aan de sector om een dergelijk fonds te financieren. Ik ben wel bereid om onderzoek naar de mogelijkheden en hindernissen voor een dergelijk fonds mee te ondersteunen.