Het blijft me verbazen hoe we er als samenleving niet in slagen om een fundamenteel debat te voeren over de organisatie van onze zorg. Zeker de zorg voor ouderen, die - hoe je het ook draait of keert - echt ieders zorg is. Op een dag ook die van onszelf. Af en toe worden we wakker geschud door onheilspellende berichten van een verpleegkundige, een verontrustend overlijden, of een Pano-reportage, maar we blijven telkens steken in vingerwijzen en doen koppig verder. Het is hoog tijd om onze zorg fundamenteel in vraag te stellen.

Begin dit jaar kwam ik in contact met enkele mensen die zich hadden verenigd na hun ervaringen met onze ouderenzorg. Samen zijn ze verbolgen over de mensonwaardige behandeling die elk van hun ouders moest doormaken in de laatste fase van hun leven. Vol vertrouwen droegen ze de zorg voor hun ouders over aan een zorginstelling. Al gauw werd hen duidelijk dat onze zorg bandwerk is geworden. Waarbij zorgzaamheid en menselijkheid moeten wijken voor snelheid en efficiëntie.

Het verhaal van één van hen is tekenend. Toen haar moeder gedragsproblemen ontwikkelde, speldde de huisarts haar snel de diagnose Alzheimer op. In het ziekenhuis werd ze zowel 's nachts als overdag gefixeerd (vastgezet) omdat men geen tijd had om bij haar te blijven. Jarenlang kreeg ze een massa aan neuroleptica en benzodiazepines toegediend. Vertoonde ze uit angst moeilijk gedrag, dan kreeg ze nog meer pillencocktails toegediend. Geen tijd voor een zachte hand of kalmerend woord - alleen de quick fix van kalmeringspillen. Haar toestand verslechterde zienderogen maar de artsen bleven bij hun standpunt. Bijna 15 jaar later bleek haar diagnose fout: de vrouw had geen Alzheimer maar frontotemporale dementie. Een aandoening die door antipsychotica nog verergerd wordt. Ze kwam tienmaal zieker uit haar zorg dan ervoor.

De oorzaak van wat misloopt in onze zorg, ligt niet bij iemand aanwijsbaar. Die ligt in ons hele zorgsysteem: in het feit dat we onze zorg steeds meer organiseren volgens neoliberale marktprincipes. Die willen ons doen geloven dat we van zorg een efficiënte zorgfabriek moeten maken. En zo wordt zorgen, met te veel bureaucratie, te weinig personeel en te hoge werkdruk, bandwerk in plaats van bindwerk.

U mag dat letterlijk nemen. De laatste jaren zijn we volop aan het evolueren naar 'zorgfabrieken' die draaien op marktprincipes. En als je zorg puur in die economische termen bekijkt, dan moet al wat niet 'efficiënt' is, al wat het werkproces 'vertraagt' of niet voldoende rendeert, wijken. Maar goede zorg bestáát net uit al wat traag en onmeetbaar is. Tijd nemen en geven. Rust en aandacht. Vriendelijkheid. Die maken geen winst. Maar ze zijn de kern van zorgzaamheid.

Wonen op de werkvloer van de zorgfabriek

Als je ouderen wil verzorgen met aandacht en zorg, dan vraagt dat tijd. Maar in een neoliberale zorg, is er geen tijd meer voor tijd. Het personeel is met veel te weinig waardoor hun werkschema's volgepropt zitten met zorghandelingen die ze moeten aframmelen. Zo snel en efficiënt mogelijk, in plaats van traag en effectief: fabriekszorg. In plaats van te luisteren naar de oudere, hoe die wil leven en verzorgd worden, of wat die misschien zelf nog kan, kan het personeel enkel nog aan de lopende band 'afwerken': wassen, eten geven, verluieren, kleden, plassen, in bed stoppen - repeat. Bejaarden wonen op de werkvloer van de zorgfabriek. Het ritme en de gewoonten waar zij een leven lang mee hebben geleefd, moeten op het einde nog wijken ten bate van de efficiëntie. Zo wordt zorgen een uitvoerendberoep in plaats van een aanvoelend beroep. Zonder ruimte voor de zorgverlener om aan te voelen wat de oudere nodig heeft en daar op een zorgzame manier naar te handelen.

Iemand vertelde me dat haar vader vrouwenluiers aankrijgt in het rusthuis, die natuurlijk niet goed passen, en bovendien moet hij het doen met maximum twee zo'n luiers per dag. De vele urinelekken maken de boel onwerkbaar en onleefbaar. Maar 't is wel goedkoper. Met dat soort 'efficiëntie' wordt de druk op het zorgpersoneel groter. Nieuwe regel om de zaak te 'managen': één keer per dag een poetsploeg in de kamer. Heb je na de poetspassage een ongelukje, dan kan je enkel hopen dat familie of vrienden een handje bijsteken. Zo niet, kan je uren met een plas urine in je kamer zitten.

Efficiënt - of effectief?

Aanvoelende zorg wordt onderdrukt door een groeiende zee aan regels en procedures vanuit een drang om alles nog meer "efficiënt" te maken. Maar efficiëntie zonder effectiviteit levert misschien wel snel werk, het is zelden goed werk. De strakke organisatie, het opdrijven van de werkdruk en het opdelen van taken in timesheets zoals aan een fabrieksband is een neerwaartse spiraal.

Eén voor één haken mensen af. De vele burn-outs onder het zorgpersoneel ten gevolge daarvan, zorgen voor extra personeelstekorten en dus extra werkdruk. Nóg strakkere timings, nog meer werk met minder mensen, nog minder aantrekkelijk voor nieuw personeel. Het zorgpersoneel raakt afgevlakt: ze kunnen hun werk niet doen op een menswaardige manier en vervreemden van de mensen die ze moeten verzorgen.

Behandel hen als robots, en zo gaan ze zich ook voelen. Zorgpersoneel heeft nood aan 'ongeplande tijd'. Tijd die ze zelf, samen met de bewoner, kunnen aanvoelen en invullen. Verzorgenden en ondersteunend personeel kunnen dan samen meer inspelen op wat de bewoner nodig heeft op elk gegeven moment. Misschien is dat niet de kamer poetsen, maar een fijn gesprek of een spelletje kaart.

Ouderenzorg lijdt aan overmedicatie

In de zorgfabriek wijkt de menselijkheid. Zo wordt er steeds vaker voor alles dat het zorgwerk 'vertraagt' of dat niet voorzien is in de strakke werkschema's een pil gegeven. Is een oude man nog niet moe op het uur dat de zorgverlener hem in bed moet stoppen? Een slaappil dan maar. Zit er iemand te huilen? Een antidepressivum is sneller dan een gesprek. Begint iemand met dementie te roepen of 'lastig' te doen? Een handvol kalmeringsmiddelen.

Maar slaappillen zijn niet bedoeld om mensen op bevel te doen slapen. Antidepressiva zijn er niet om eenzaamheid of heimwee op te lossen. Antipsychotica doen vaak meer kwaad dan goed voor dementerende ouderen met gedragsproblemen.

Dergelijke quick fixes creëren op korte termijn een schijn van efficiëntie en snel werk. Ze maken de volgestouwde werkschema's van het zorgpersoneel even haalbaar. Maar dan komt de keerzijde: overmatige medicatie onderdrukt niet zomaar problemen, het creëert er nieuwe bij. Eetlust ebt weg, met ondervoeding of weigeren te eten tot gevolg. Spieren verzwakken, mensen vallen sneller. Antipsychotica verstarren de oudere, of géven net depressieve gevoelens. Hun mobiliteit daalt en hun afhankelijkheid neemt toe. Gevolgen die de verzorging op termijn nog verzwáren. Waardoor de werkdruk stijgt. Nog sneller werk. Nog minder tijd om te zorgen.

Visie aan het roer

We moeten onze blinde efficiëntiedrang loslaten en opnieuw tijd en ruimte maken om te zorgen. Want ook de zorgzaamheid die mensen elkaar tonen doet wonderen voor iemands herstel.

Hoe kunnen we deze neerwaartse spiraal keren en van onze bandwerkzorg opnieuw bindwerk maken? Voor zo'n omslag zullen we zowel via de politiek als via de leidinggevenden moeten gaan.

Leiding geven in de zorgsector moet opnieuw tussen en met het personeel en de zorgbehoevende mensen gebeuren. Het moet coachen zijn vanuit een missie, een visie op goede zorg, die de leiding zelf dag in dag uit mee uitdraagt, óp de werkvloer. Een leiding die vertrekt vanuit een visie op goede zorg, in plaats van een efficiëntiedrang, kan het personeel opnieuw ruimte, vertrouwen en tijd geven voor echte zorg. Dan kunnen de quick fixes van de pillencocktails plaats maken voor menselijkere manieren om met ouderen om te gaan. Dan hoeven de mensen niet meer in de schema's van de zorgfabriek te passen, maar passen we de zorg aan aan de mensen.

Daarnaast is visie op zorg ook een taak die de overheid moet opnemen. De prestatiegerichte financiering waar men nu voor kiest, en die op neoliberale marktprincipes stoelt, creëert mee deze scheeftrekkingen. We moeten naar andere modellen van financiering die opnieuw tijd geven om goed te zorgen.

De mensen van het collectief waarmee ik sprak moesten dit samen met hun ouders aan den lijve ondervinden. Als ervaringsdeskundigen zagen ze manieren om al op korte termijn een en ander te verbeteren. Ze hamerden erop dat er in de zorg ruimte moet zijn voor feedback en evaluatie door de bewoners van de rusthuizen én hun familie. Én men moet bereid zijn fouten toe te geven en er samen mee aan de slag te gaan. In familieraden in en tussen alle zorginstellingen kunnen bewoners samen met hun familie meebeslissen over de aanpak in het zorgcentrum en leren van elkaar. Creëer onafhankelijke ombudsdiensten en een onafhankelijke controle-instantie die ook 's nachts, onverwacht, of op minder voor de hand liggende momenten langskomt. En breng de opleiding van alle zorgpersoneel naar een nog hoger niveau, met aandacht voor 'aanvoelende zorg'.

Oud worden, maar voor welke prijs?

We willen allemaal graag oud worden. De toekomst van de ouderenzorg, hoe de samenleving haar ouderen behandelt, is dan ook voor ieder van ons een thema van het grootste belang. We moeten als samenleving een keuze durven maken en durven investeren in de ouderenzorg. Die kan en mag niet 'goedkoop' zijn of enkel de farmaceutische sector beter maken. Op een dag zullen ook jij en ik een oudere zijn, en zorg nodig hebben. Er zullen mensen voor ons komen zorgen, bij ons thuis of in het rusthuis. Mensen die we niet kennen maar die in de intiemste hoeken van ons leven komen. We zullen afhankelijker worden van zorg. We moeten ons dus heel goed afvragen hoe we willen dat die zorg eruit ziet. Dit is, heel letterlijk, ook uw zorg.