Ook in België raakt het maatschappelijk debat rond het TTIP eindelijk in een stroomversnelling. Het handelsverdrag tussen de VS en de EU dreigt dan ook een aanzienlijke impact te hebben op onze maatschappij. Op 10 juni organiseerde Beweging.net een paneldebat in Antwerpen met Güler Turan (sp.a), Bart Staes (Groen) en Els Van Hoof (CD&V). Vooraf waren er toelichtingen door Prof. Ferdi Deville (UGent) en vertegenwoordigers van de christelijke organisaties.

Momenteel onderhandelen de Europese Unie en de Verenigde Staten over het zogenaamde TTIP (Transatlantic Trade and Investment Partnership), een alomvattend vrijhandelsakkoord. Via dit akkoord willen de EU en de VS de handel in goederen, diensten en de investeringen tussen de twee grootste handelsblokken ter wereld bevorderen, via onder meer het wegwerken van douanetarieven en de harmonisatie van allerlei reguleringen, standaarden en goedkeuringsprocedures. Het akkoord gaat met andere woorden over veel meer dan handel en belangt de hele samenleving aan.

Tijdens het panelgesprek bleek al snel dat de ongerustheid die bij de bevolking en het middenveld leeft door de politiek gedeeld wordt. Zowel Güler Turan (sp.a) als Bart Staes (Groen) toonden zich bijzonder kritisch. Ze waarschuwden ook voor CETA, het handelsverdrag met Canada, dat in een verder stadium zit en al in oktober ondertekend zal worden. Turan kwam nog met een primeur: “Wij hebben zonet een resolutie neergelegd in het Vlaams parlement, waarin we de regering vragen om het CETA niet goed te keuren. Deze verdragen zijn antidemocratisch en bedreigen ons samenlevingsmodel.”

Sarah Claerhout (CD&V) verdedigde TTIP en CETA, en stond alleen in haar standpunt. Haar partij zit zowel in de Vlaamse als de federale regering en zij willen kost wat kost en liefst zo snel mogelijk deze handelsverdragen er door krijgen. In tegenstelling tot Turan en Staes, is Claerhout er van overtuigd dat er voldoende garanties zijn dat onze normen en standaarden niet verlaagd zullen worden, dat de publieke dienstverlening niet geprivatiseerd zal worden en dat het recht van overheden om regelgeving in te voeren in het publieke belang niet aangetast wordt. Ze kwam echter in nauwe schoentjes te zitten, want zowel het publiek als de andere panelleden waren duidelijk een andere mening toegedaan.

De belangrijkste redenen waarom TTIP én CETA volgens Turan en Staes tegengehouden moeten worden:

  • Buitenlandse investeerders kunnen overheden aanklagen in exclusieve tribunalen waar gewone mensen en binnenlandse bedrijven geen toegang tot hebben. Wanneer investeerders menen dat plaatselijke wetgeving hun winsten in het gedrang brengen, kunnen zij de overheid in kwestie aanklagen bij een ‘Investment Court System’ en een schadeclaim indienen. Dit ondermijnt het democratisch recht van overheden om regelgeving in te voeren in het belang van het volk en remt de totstandkoming af van ambitieuze regelgeving op domeinen zoals milieu, klimaat, fiscaliteit, arbeidsrechten, mensenrechten, gezondheid, veiligheid en voedselveiligheid. Anderzijds krijgen investeerders geen verplichtingen, noch verantwoordelijkheden opgelegd inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen en het respecteren van arbeids- en mensenrechten.
  • Er is een gebrek aan transparantie over deze onderhandelingen, ook al zijn er stappen in de goede richting gezet. Turan hekelde bijvoorbeeld de ‘reading room’, waar parlementsleden een deel van de onderhandelingsteksten kunnen gaan inkijken, maar verplicht worden tot strikte geheimhouding.
  • De deur wordt nog verder opengezet voor multinationals om regelgeving naar hun hand te zetten, met een ‘race-to-the-bottom’ van normen en standaarden tot gevolg. De regelgevende samenwerking waarin deze akkoorden voorzien dreigt de besluitvorming te verplaatsen van onze parlementen en regeringen naar technische werkgroepen waar commerciële belangen van multinationals zwaarder doorwegen dan de belangen van het volk. En grote Amerikaanse bedrijven hebben vooral belang bij minder strenge sociale en milieustandaarden, want die maken producten veelal duurder. Wanneer multinationals door verdragen als TTIP en CETA niet langer moeten voldoen aan deze standaarden en toegang krijgen tot de Europese markt, komt onze economie van kleine kmo’s onder druk te staan en verzwakt hun concurrentiepositie. Daardoor komt onze regelgeving nog meer onder druk te staan.
  • Er zijn onvoldoende garanties voor de uitsluiting van haar toepassingsgebied van huidige en toekomstige publieke diensten van algemeen belang, bijvoorbeeld op het vlak van de sociale zekerheid. Voor het eerst worden ook negatieve lijsten gebruikt voor de liberalisering van diensten, waardoor alle huidige en toekomstige sectoren geliberaliseerd moeten worden, tenzij ze in de lijst worden opgenomen. Liberalisering wordt dus de regel. De keuzevrijheid van overheden om diensten publiek te organiseren wordt daardoor ingeperkt.