HBVL - 23/01/2017: “Terwijl onze wegen dichtslibben, krimpt Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA) het Pendelfonds in. Vanaf dit jaar kunnen enkel zes Limburgse gemeenten en de instellingen en bedrijven op hun grondgebied, nog subsidies aanvragen voor projecten om woon-werkverkeer duurzamer te maken”, hekelt Vlaams Parlementslid Els Robeyns (sp.a). “Wij willen de middelen gerichter en efficiënter inzetten”, reageert de minister.

Maandag lanceerde minister Weyts de tiende oproep van het Pendelfonds. Dat fonds werd in 2006 opgericht om woon-werkverkeer duurzamer te maken. Het subsidieert projecten die het aantal autoverplaatsingen op vlak van woon-werkverkeer willen verminderen. Bedrijven, publieke en private instellingen, maar ook overheden kunnen de subsidie aanvragen. Die bedraagt maximaal de helft van de kosten die aan het project verbonden zijn, met een maximum van 200.000 euro. Aanvragen voor deze tiende oproep moeten voor 1 mei 2017 zijn ingediend.

“Enkel Vlaamse ruit”
“Bij de vorige negen oproepen mochten er vanuit alle 308 Vlaamse steden en gemeenten projecten worden ingediend”, zegt Els Robeyns. “Nu heeft minister Weyts plots beslist dat de aanvragen enkel nog uit filegevoelige gemeenten mogen komen. Het gevolg is dat er in Limburg nog maar zes gemeenten in aanmerking komen: Hasselt, Genk, Sint-Truiden, Bilzen, Leopoldsburg en Lanaken.”

Robeyns vindt dit onverantwoord. “In heel Limburg is er nood aan ondersteuning door het Pendelfonds. Verschillende studies hebben al meermaals aangetoond dat het autogebruik voor woon-werkverkeer in Limburg het hoogste ligt omwille van het gebrekkige openbaar vervoer en de grote afstanden tussen woon- en werkplaats. Door de inkrimping van het Pendelfonds gaan de subsidies opnieuw naar de gebieden in de Vlaamse ruit, en zijn Limburg en West-Vlaanderen wederom het slachtoffer.”

Helft valt af
Bij de laatste vijf oproepen werden 23 dossiers vanuit Limburg ingediend. Daarvan werden er 11 goedgekeurd. Van die 11 komen er maar vijf uit een van de zes Limburgse gemeenten die nu als filegevoelig gebied zijn ingekleurd.

Een van de ‘afvallers’ wordt de vzw Christelijke Woon- en Zorgcentra (CWZC), dat ouderen opvangt in twee vestigingen in Zonhoven en een in Munsterbilzen. “Bij de laatste oproep in 2015 hebben wij een dossier ingediend. Dat werd goedgekeurd en is in de periode 2017-2020 goed voor 60.000 euro subsidie”, zegt directeur Sebastien Dudal. “We zien dat veel van onze 260 medewerkers kort bij het werk wonen maar die verplaatsingen toch met de wagen doen. Met ons project willen we dat zij de switch maken van de auto naar de elektrische fiets. Daardoor bewegen ze meer en wordt de druk op onze parkings weggenomen.”

Naast de vzw CWZC komen De Wroeter in Borgloon/Kortessem, het Technisch Heilig-Hartinstituut in Tessenderlo, dienstencentrum ter Engelen in Maaseik en technologiebedrijf Melexis in Tessenderlo - zij krijgen middelen uit het Pendelfonds - niet meer in aanmerking om projecten in te dienen omdat ze niet in een filegevoelig gebied liggen.

Meer efficiëntie
“Voor deze tiende oproep van het Pendelfonds is een neutraal model uitgedokterd dat objectief de congestieproblematiek in kaart brengt”, zegt Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts. “De bedoeling is om de middelen gerichter in te zetten met een duidelijke focus op de zones met de meeste congestieproblemen. Dit is op geen enkele manier een besparingsoperatie”, nuanceert hij. “Het klopt dat niet elke provincie evenveel filegevoelige zones telt. Maar je zou toch blij moeten zijn als jouw regio niet opduikt in het lijstje van filegevoelige zones, niet?”