Werken moet lonen. En wie een leven lang werkt, verdient een pensioen waarvan je goed kan leven. sp.a stelt een radicale pensioenhervorming voor die mensen toelaat hun loopbaan op een haalbare, minder stressvolle manier op te bouwen, en tegelijk zekerheid biedt op een oude dag zonder financiële zorgen. 


Krachtlijnen van het pensioenplan

Ø  Pensioen van minstens 1500 euro. Na een loopbaan van 42 jaar, heb je recht op een volwaardig pensioen van minstens 1500 euro. Die nieuwe zekerheid voeren we in voor iedereen. Of je nu ambtenaar, zelfstandige, freelancer of werknemer bent, het maakt niet uit. Wij maken komaf met dat onderscheid uit oude tijden.

Ø  Elk uur telt. We hervormen het pensioensysteem zodat elk uur van de loopbaan telt. Om het pensioenbedrag te berekenen schakelen we over naar een pensioensysteem waar we tellen op basis van uren. 42 jaar = 65.000 uren.  Zo beschermen we niet alleen werkenden met flexibele contracten maar kunnen we ook onbetaald werk beter valoriseren, zoals mantelzorg en ouderschapsuren. Op die manier zijn mensen zelf in staat om hun loopbaan in te delen en periodes meer of minder te werken zonder dat hun pensioenopbouw in het gedrang komt.

Ø  Meer werken = meer pensioen. Wie langer werkt, bouwt meer pensioenrechten op en dat betekent een hoger pensioen. Wie langer werkt dan 42 jaar verdient daarom niet enkel de verhoudingsgewijze verhoging van het pensioen, maar ontvangt daarbovenop een pensioenbonus die we opnieuw invoeren. De invloed van werken vs niet-werken wordt dan ook groter.

Ø Meer overhouden van je loon.. Het plafond voor de pensioenen van de eerste pijler - waarboven hogere lonen geen hoger pensioen meer opleveren - wordt opgetrokken. Ook de vervangingsratio – de verhouding tussen het pensioen en het beroepsinkomen - wordt stelselmatig opgetrokken.

Ø Leven duurder = meer pensioen. Wordt het leven duurder, dan stijgen ook de pensioenen mee. De eerste pensioenpijler moet gekoppeld blijven aan de index en ook de algemene welvaartsevolutie moet gevolgd worden.

 

Concrete voorbeelden

  • Minimumpensioen. Jan startte als 18-jarige als voltijds arbeider, heeft nu een minimumpensioen van 1155 euro per maand. Dit wordt in ons voorstel 1500 euro. Hij kan op pensioen vanaf 60 jaar (42 jaar loopbaan). 

  • Meer werken = meer pensioen (1). Pensioenbonus. Als Jan nog 3 jaar langer werkt heeft hij een pensioen van 1607 euro aangevuld met een pensioenbonus van 107 euro, of samen een pensioen van 1714 euro.

  • Meer werken = meer pensioen (2). Minimumpensioen versus IGO. Dirk is alleenstaand en 65 jaar maar was door omstandigheden maar een klein aantal jaren actief op de arbeidsmarkt. Om te vermijden dat hij in te grote armoede terecht komt, heeft hij recht op de inkomensgarantie voor ouderen (IGO). Deze bedraagt 1118 euro. Jan daarentegen werkte 45 jaar en ontvangt 1714 euro. In het huidig systeem zou Jan 1245 euro ontvangen. 


Financiering van het pensioenplan

Om de laagste pensioenen te kunnen verhogen tot 1500 euro na 42 jaar loopbaan, is een forse investering nodig. We zijn bereid om die keuze voor een forse investering in de pensioenen te maken, maar vragen tegelijk ook een solidaire inspanning van de hoogste pensioenen. De rest van de investering compenseren we door besparingen op bedrijfssubsidies en door administraties efficiënter te laten werken. 


TABEL FINANCIERING - DOORGEREKEND DOOR PLANBUREAU



2020

2021

2022

2023

2024

Optrekken minimumpensioen

-194

-392

-596

-806

-1022

Op pensioen kan vanaf 42j loopbaan + invoering pensioenbonus

-263

-580

-629

-639

-679

Geleidelijke verhoging vervangingsratio voor alleenstaande pensioenen

0

-11

-32

-64

-107

Verhoging van het plafond werknemerspensioen

0

0

0

0

-1

Hervorming fiscale ondersteuning derde pijler

0

0

0

100

200

Verhoging solidariteitsbijdrage van de hoogste pensioenen

0

159

339

516

718

Externe financiering (toekomstbegroting)

-457

-824

-918

-893

-891


Investering in pensioenen:         1809 miljoen euro

Solidariteit hoge pensioenen:     718 miljoen euro


  • Van de hoogste pensioenen vragen we solidariteit door het verhogen en progressief maken van de solidariteitsbijdrage op het totaal van de eerste en tweedepijlerpensioenen. Met de opbrengst van deze verhoogde bijdrage trekken we de laagste pensioenen op.

  • De fiscale subsidies voor private pensioenplannen zoals groepsverzekeringen en het individueel pensioensparen worden hervormd. 

    • De tweede pijler ondersteunen we alleen nog fiscaal als die collectief werd onderhandeld en er een voldoende hoog gegarandeerd minimumrendement is. Voor de fiscale ondersteuning voeren we ook een absoluut pensioenplafond in. 

    • Parallel met de verbetering van het wettelijk pensioen door de verhoging van de vervangingsratio, hervormen we (voor de toekomst) het fiscaal voordeel voor de zogenaamde derde pijler. We verhogen het percentage van de fiscale aftrek, maar verlagen het aftrekbare bedrag. Zo blijft de belastingvermindering voor wie weinig kan sparen buiten schot. 

    • De (instap)kosten die banken aanrekenen aan pensioenspaarders beperken we voor pensioenfondsen die in aanmerking komen voor de fiscale subsidie. Zo houden de pensioenspaarders meer over.  


Externe financiering (Toekomstbegroting): 891 miljoen euro

De toekomstbegroting van sp.a die werd doorgegeven met oog op doorrekening aan het Federaal Planbureau bevat naast de voorgestelde pensioenhervorming nog vele andere maatregelen. Het totaalpakket bevat voldoende besparingen op bedrijfssubsidies en efficiëntere overheidsdiensten om de financiering van de toekomstbegroting, en dus ook de pensioenhervorming te verzekeren.  

 

Concrete voorbeelden solidariteit 


Etienne, gewezen rechter, heeft een pensioen van 5000 euro per maand. Hij betaalt nu een beperkte solidariteitsbijdrage van 100 euro, waardoor hij nu een pensioen heeft van 4900 euro na solidariteitsbijdrage. De solidariteitsbijdrage die Etienne moet betalen wordt stapsgewijs verhoogd bij elke spilindexoverschrijding waardoor die na 5 jaar 12% bedraagt. Zijn pensioen na solidariteitsbijdrage bedraagt dus na 5 jaar 4858 euro in plaats van 5410 euro. De verhoging van de solidariteitsbijdrage kost hem dus 552 euro.


Els, ambtenaar, deed al 20 jaar aan pensioensparen door elk jaar het maximumbedrag te

storten (980 euro in 2019). Zij behoudt dat fiscale voordeel op de stortingen van de voorbije jaren, maar op toekomstige stortingen in haar pensioenfonds ontvangt zij een hoger fiscaal voordeel (33%) maar op met een lager plafond (600 euro). Zo zal zij in 2023 een fiscaal voordeel van 198 euro ontvangen in plaats van de huidige 294 euro. Het totale verlies van Els is 1333 euro, wat overeenkomt met een pensioenbedrag van 5.6 euro per maand op pensioen. Maar tegelijk is ook de vervangingsratio van het wettelijk pensioen toegenomen van 60% naar 62%, wat toch al gauw 60 euro brutopensioen per maand extra oplevert.[1]


Tom, alleenstaande papa en arbeider, spaart al 10 jaar jaarlijks 500 euro per jaar via pensioensparen. Hij ontvangt naar nu een belastingvoordeel op van 150 euro. In de toekomst (voor de komende 32 jaar) wordt dit 165 euro omdat het tarief wordt verhoogd tot 33% en hij niet getroffen wordt door de verlaging van het plafond tot 600 euro. Ten opzichte van de huidige situatie wint Tom 726 euro.