Professor economie en specialist in beursrendementen. Geëngageerde en verontwaardigde socialist. Notoir hardcorefreak. Fanatiek lezer. Tijdens een winterwandeling in Het Zwin vertelt staatssecretaris voor Fraudebestrijding John Crombez(sp.a) hoe die touwtjes verweven zijn. 'Mijn vrienden zeggen: 'Bel ons als je ooit eens tijd hebt. Dat doet meer pijn dan versleten worden voor marxist.' (interview in De Tijd)

'Moet ik schijnbewegingen opvoeren om kritiek te weren? Stel dat ik die maatregelen niet zou nemen omdat er tegenwind komt. Dat zou pas schandalig zijn.'

In de donkerste maanden van het jaar trekken we met vijf gesprekspartners naar buiten voor een stevige winterwandeling. We praten over leven en werk, over afkomst en visie. Deze week dwalen we met staatssecretaris voor Fraudebestrijding John Crombez (39) door Het Zwin. 'Kijk hoe die zwerm vriezeganzen de perfecte V vormt. Zoals bij de coureurs: de sterkste op kop, om de rest uit de wind te zetten.' De volgende weken wandelen we nog met Peter Hinssen, Liesbeth Homans, Ivan De Witte en Karel De Bouck.

Neem een staatssecretaris mee als gids in het mooiste natuurreservaat van Vlaanderen, en je verdwaalt. Hij is nochtans opgegroeid in deze contreien. 'Een van de weinige plaatsen in Vlaanderen waar je nog zo'n weids uitzicht hebt.' We staan op de dijk aan de rand van Het Zwin. Een prachtige winterdag is het, zoals we er de jongste weken te weinig hadden. Hoog in de lucht een zwerm vriezeganzen. We kijken bewonderend toe hoe ze feilloos een perfecte V vormen. 'Zoals bij de coureurs: de sterkste op kop, om de rest uit de wind te zetten.' We stappen de ziltige vlakte op. John Crombez zet er flink de pas in. Net geen veertig is hij, maar de West-Vlaming heeft er al een stevige carrière op zitten. Als professor economie, kabinetschef, parlementslid en staatssecretaris. Hij is een jongen van de buiten. Opgegroeid in Eernegem, een polderdorp niet ver van Oostende. 'De velden begonnen aan onze achterdeur. We speelden altijd buiten: mijn neef, een vriend. Uren doolden we rond en sprongen we over beken zonder iets of iemand tegen te komen. Het zijn van die dingen waar je later bij zweert: als ik ooit kinderen heb, moeten ze ook zo kunnen opgroeien.' De padvindersmentaliteit laat het vandaag enigszins afweten. Na goed twintig minuten stappen blijken we afgedwaald. Het zal ons een uur zigzaggen over slikken en schorren kosten om weer op een deftig pad te geraken. Bij momenten tot aan de enkels in het slib. Maar een natuurmens laat zich daar niet door afschrikken.

Heimat Oostende

Een dochter is er uiteindelijk gekomen. Een beek aan de achtertuin niet. Toen Crombez besliste in de politiek te gaan, verhuisde hij van Oost-Vlaanderen - waar hij na zijn studies was blijven hangen - naar Oostende. 'Die stad zit onder mijn vel. Mijn vader werkte er als meestergast op een scheepswerf. Lange tijd was de stad in verval. Maar ze heeft zich herpakt.' Crombez beschrijft wat veel Oostendenaren ervaren: dat ze hun heimat niet kunnen loslaten. 'Het is een stad met een paar hoeken af. Met schone en scherpe kanten. Niet gepolijst - ik mag er niet aan denken dat ze gepolijst wordt. Er is iets aan Oostende dat trekt. De zee, uiteraard. Maar het is meer dan dat. Het is de ziel van die stad, die je met geen enkele kan vergelijken.' Hij kijkt naar de lucht, die stilaan dramatische trekjes vertoont. 'Ik begrijp niet waarom mensen naar het buitenland vluchten voor het weer. Dit is toch het mooiste weer dat er is?' Voor Crombez geen zuiders huis met zwembad om tot rust te komen. 'Ik ga niet graag op reis. Ontsnappen is voor mij thuis zijn. Met mijn gitaren, mijn cd's en mijn boeken. Dat is de beste manier om die knop vanboven even af te zetten.' Vroeger deed hij vooral zuurstof op door te lezen. Op het fanatieke af. 'Tussen mijn 12de en mijn 32ste verslond ik boeken. Van grote literatuur tot thrillers, fictie en non-fictie. Vooral het jaar waarin ik in Zwitserland statistiek studeerde, zat ik soms dagen aan een stuk te lezen.' We springen over een watergeul. 'De verborgen geschiedenis' van Donna Tart. 'Maanpaleis' van Paul Auster. 'The Quincunx' van Charles Palliser. Romans die bleven hangen. 'Vaak nogal rauwe, harde boeken, als ik er zo over denk. Helaas kom ik er nu te weinig toe om fictie te lezen. Ik zit vooral met mijn neus in dossiers. Mijn gedachten dwalen af als ik een roman lees. Er zit te veel in mijn hoofd, denk ik.' Als student economie las Crombez ook schrijvers die zijn denken beïnvloedden. 'Klassiekers zoals Karl Marx en John Maynard Keynes. Ook liberale economen als Friedrich Hayek, wiens denkbeelden ik niet deel. Maar pas in de confrontatie kan je je eigen ideeën verfijnen. Blij dat ik die mijlpalen in de economische literatuur heb gelezen. Maar echt warm hebben ze me niet gemaakt. Recentere studies, zoals van Daniel Kahneman en Amos Tversky over het gedrag en de economische keuzes van mensen, of van Sanford J. Grossman en Joseph Stiglitz over de efficiëntie van markten, hebben me écht aan het denken gezet. Die laatsten tonen aan dat markten wel efficiënt zijn, maar dat verstoringen ontstaan omdat niet alle spelers dezelfde informatie hebben.'

Na zijn studies economie ging Crombez doctoreren. Hij deed onderzoek naar beursrendementen en het inschatten van risico's. 'Ik onderzocht wat het effect was als mensen rekening hielden met voorspellingen van analisten bij de samenstelling van hun beleggingsportefeuille. Met andere woorden: of meer informatie tot betere rendementen leidde.' Het lijkt vreemd. De socialist Crombez, die zich verdiepte in econometrie en beursrendementen. Die aan de Gentse Hogeschool eerst portfoliomanagement doceerde, en nu voortgezette bedrijfsfinanciering. Waar is de match? Die is niet zo vreemd als op het eerste gezicht lijkt, zegt hij. 'Mensen worden tot verkeerde economische keuzes geleid omdat ze niet over genoeg informatie beschikken. Dat was een van de mechanismen achter de bankencrisis: bankiers of beleggingsblaadjes duwden gewone mensen massaal naar de beurs, waarvan ze beweerden dat die risicoloos was. Mijn studenten zakken als ze dat zeggen, maar het stond wel zwart op wit op de fiches van de banken. Mensen die het niet breed hadden, plaatsen hun spaargeld in fondsen waarvan ze dachten dat ze veilig waren. Hoe minder toegang tot juiste informatie, hoe harder ze werden getroffen.'

Vandaag wordt die oproep om naar de beurs te gaan opnieuw gedaan, nota bene door zijn collega en minister van Financiën Steven Vanackere. Niet zonder gevaar, vindt Crombez. 'Als het fout loopt, zijn de zwaksten de dupe. De ongelijkheid wordt groter. Hoe ongelijker een samenleving, hoe meer maatschappelijke problemen zoals tienerzwangerschappen, drugsverslaving, drop-outs op school, enzovoort. Dat werd pas nog haarfijn aangetoond in 'The Spirit Level' van de Britse epidemioloog Richard Wilkinson, een van de beste boeken van de jongste jaren trouwens. Een standaardwerk. Voor mij deed het de puzzel tussen mijn economische inzichten en mijn maatschappelijk engagement in elkaar vallen.'

Crombez steekt een sigaret op. 'Ik zeg overal dat ik gestopt ben met roken. Maar dat klopt dus niet.' Lachje. 'Kijk, ik ben een econoom. Mij hoef je niet te overtuigen van het belang van de economie. We moeten zwaar inzetten op ondernemers en investeerders die werk en welvaart creëren. Maar het stoort mij dat de focus alléén nog daarop ligt.' 'Ondertussen glijden groepen weg uit de maatschappij. Mensen zonder toekomstperspectief. Armen, chronisch zieken, jongeren met problemen. Ouders van gehandicapte kinderen, die niet weten wat met hun kinderen gaat gebeuren als ze er zelf niet meer zijn. Mensen met angst en depressies. Schrijnende situaties vaak. Maar die hoor je amper. Zij roepen niet zo luid als ondernemers en investeerders en al hun belangenverenigingen. In onze maatschappij woekeren steeds meer problemen waar we geen vat op lijken te hebben. We moeten daar meer aandacht voor hebben. Hoe belangrijk het redden van de economie ook is.' 'Ik besef dat dit discours in veel kringen op hoongelach wordt onthaald. Dat kan mij niet schelen. Ik werk uit overtuiging. Volgens mij ligt de focus soms verkeerd. Neem nu de Vlaamse middenklasse. Het is een groep waar we veel van vragen, mensen die 'het systeem' draaiende houden en zich de benen van onder het lijf rennen om alle balletjes in de lucht te houden. Maar op den duur wordt het een mantra: 'Onze middenklasse staat onder druk.' Dat klopt, maar ondertussen slooft zowat elke partij zich al uit voor deze electoraal interessante groep.'

Met die uitspraken over de middenklasse predikt Crombez niet voor eigen rekening. Hij behoort er zelf toe. Werkt zich te pletter, zeven dagen op zeven. Het stond overigens niet in de sterren geschreven dat hij een man-in-maatpak zou worden. De professor-staatssecretaris is van bescheiden afkomst. 'Zowat mijn hele familie waren of zijn arbeiders. Studeren interesseerde hen niet, automechaniek of houtbewerking wel. Ik was de eerste 'intellectueel' in de familie. Ze keken daar wel van op. Ze vonden het allemaal spannend en onbekend. En ze zijn nog steeds mijn meest kritische achterban.'

Strijd tegen perceptie

Over politiek werd zelden gepraat ten huize Crombez. Het is iets wat in zijn leven kwam toen hij als tiener zomerkampen ging begeleiden voor mensen met een mentale beperking. 'Ik was 15. Mijn leraar Nederlands had mij en twee klasgenoten aangespoord om mee te gaan. Ik had geen flauw idee. Ik had ooit eens een 'mongool' bij ons in het dorp gezien, dat was het. Maar we hebben ons daar zo geamuseerd dat we tien jaar lang zijn meegegaan.' 'Die kampen hebben mijn ogen geopend. Ze hebben me meer geïnspireerd dan al die grote theorieën. Ik leerde een heel andere wereld kennen: van mensen met echte problemen, van ongeruste families, van vrijwilligers die alles geven, ook na hun uren, zonder bonussen of premies. Maar het is dweilen met de kraan open. Het aantal jongeren in de bijzondere jeugdzorg is in tien jaar ruim verdubbeld. Door die verontwaardiging ben ik socialist geworden. Ik heb mezelf toen beloofd dat ik me later professioneel voor die groepen zou inzetten.' Crombez kocht een partijkaart en liet in zijn doctoraatsperiode weten dat hij zich als econoom ten dienste wilde stellen van de socialistische partij. Later, als professor economie, werd hij bestuurslid bij het Kring-loopfonds. Op een vergadering van dat fonds, op het kabinet van toenmalig vicepremier en minister voor Overheidsbedrijven Johan Vande Lanotte, liep hij in de zomer van 2003 diens kabinetschef Jannie Haeck tegen het lijf. Die avond was er een eerste vergadering over de beursgang van Belgacom. Omdat het kabinet nog niet helemaal was gevormd en ze nog een econoom konden gebruiken, vroeg Haeck of Crombez de vergadering wilde bijwonen. Hij maakte indruk. Diezelfde week belde Crombez zijn vakgroepvoorzitter aan de Gentse universiteit om te zeggen dat hij waarschijnlijk niet meer zou terugkomen. Na een doortocht op de kabinetten van Overheidsbedrijven en Begroting - Crombez had het intussen tot kabinetschef geschopt - viel het plots stil. Het land raakte in 2007 in een periode van langlopende zaken en de socialisten belandden federaal in de oppositie. De aanbiedingen uit de privé- en de semipublieke sector stroomden binnen. Maar hoe langer de impasse duurde, hoe vastbeslotener hij werd zelf in de politiek te gaan. 'Ik wist: als ik nu wegga, kom ik nooit meer terug. En ik had nog een belofte in te lossen.' In 2009 werd hij verkozen als Vlaams Parlementslid. Anderhalf jaar later verkaste de poulain van Vande Lanotte naar de federale regering. Als staatssecretaris voor Fraudebestrijding kreeg hij een hoop bagger over zich heen. Met als orgelpunt de bekroning tot marxist. Toch ietwat potsierlijk voor een professor die promoveerde op beursrendementen en nog een tijdje aan de slag was als consultant bij KPMG. Hij haalt de schouders op. 'Het doet me weinig. Als je ergens van overtuigd bent, kan je wel wat hebben. Ik had als kabinetschef van Freya Vanden Bossche van dichtbij gezien hoe een karaktermoord werkt. Nu weet ik zelf ook wat het betekent. Maar als je daarvan wakker ligt, kan je er beter mee ophouden.' Het moeilijkste, zegt hij, is die constante strijd tegen de perceptie. Wat veel ondernemers het meest ergert, is 'zijn' strijd tegen de managementvennootschappen. Of tegen de restaurantbonnetjes. Terwijl hij daar eigenlijk niets mee te maken heeft. 'Journalisten stelden me daar vragen over, dus antwoordde ik dat er goede redenen zijn om een managementvennootschap te hebben, maar dat misbruiken moeten worden aangepakt. En dat dat niet mijn bevoegdheid was, maar die van de minister van Financiën. Maar het hek was van de dam: 'Crombez gaat de managementvennootschappen aanpakken.' Hetzelfde met de befaamde 309 procentboete (die werkgevers riskeren als ze hun voordelen van alle aard niet correct aangeven, red.) Dat zit bij Financiën. Maar je krijgt dat beeld dus niet meer gekeerd.' Hij doet nochtans zijn best om het uit te leggen. In 2012 ging hij avond na avond zijn beleid verdedigen bij ondernemers, advocaten en notarissen. 'Eén keer hebben ze iemand die het te bont maakte uit de zaal verwijderd. Meestal waren die ontmoetingen zowel aangenaam als interessant.' Begrijpt hij de kritiek van ondernemers? Dat hij hen viseert met zijn nogal doorgedreven jacht op fiscale en sociale fraude? Hij lacht bitter. 'Crombez, de man die de ondernemers kapot wil maken. Komaan zeg. Dat is niet wat ik hoor op het terrein. De meeste ondernemers zeggen mij: 'Haal de fraude eruit. Kuis de boel op. Maar doe het zo dat we er niet allemaal aan kapotgaan.''

Geen schijnbewegingen

Hij steekt nog een sigaret op. 'Al jaren wordt geklaagd dat zwartwerkers en fraudeurs hier zomaar hun gang kunnen gaan. Sociale dumping uit Oost-Europa heeft sommige sectoren bijna kapotgemaakt. Men smeekte ons er iets aan te doen. Nu de maatregelen voelbaar worden op het terrein, is het logisch dat mensen schrik krijgen. Maar we hebben alles goed overlegd met de sectoren. Velen zijn opgelucht. Alleen is dat niet wat de werkgeverskoepels door hun megafoons roepen. Omdat altijd wel iemand ergens wordt geraakt, hebben zij al die hervormingen jarenlang tegengehouden.' 'Ik weet dat het delicate materie is. Maar moet ik schijnbewegingen opvoeren om kritiek te weren? Stel dat ik als staatssecretaris voor Fraudebestrijding die maatregelen - die overigens gedetailleerd staan beschreven in het regeerakkoord - niet zou nemen omdat er tegenwind komt. Dat zou pas schandalig zijn. Ik besef: dit is geen post om populair mee te worden. Maar ik zit ook niet in de politiek om een charmeoffensief te voeren.' Hij heeft er nog veel voldoening van, zegt hij. Op straat merkt hij ook niet die alom beschreven aversie van de mensen voor de politiek. 'Mensen zijn meer met politiek bezig dan ooit. Als ze bezorgd zijn over de veiligheid van hun kinderen of over de turbulente tijden waarin we leven. Alles is politiek. Politiek gaat over het leven.' Of hij er zelf nog een leven naast heeft? 'Beperkt', klinkt het kort. 'Vrije dagen zijn schaars. Mijn vrienden zeggen: 'Bel ons als je ooit nog eens tijd hebt.'' Hij zwijgt even. 'Dat doet meer pijn dan versleten te worden voor marxist, geloof me. Maar ik hoef geen compassie. Je weet waar je aan begint. Het is soms slopend, ja. Maar er zijn nog mensen die op hun limieten werken en leven.'

Gitaar op schoot

Gelukkig is er nog de muziek. Hij speelt gitaar in een coverband, Sevzero. Stevige gitaarrock. The Pixies, The Sex Pistols, Sons of Mercy. Vrije momenten gaan naar repetities. 'Vorig jaar hebben we een paar keer opgetreden, voor 2013 zijn er ook al boekingen.' In zijn binnenste is Crombez een hardcore freak. Een punker zelfs. Motörhead, Sonic Youth, The Ramones. Zijn nieuwste ontdekking The Future of the Left. 'Geweldige band. Geweldige naam ook.' 'Muziek is mijn uitlaatklep. Iets levensnoodzakelijks. Mijn gitaren - een Fender Stratocaster, een folkgitaar en een bas - staan thuis in mijn kantoor. Dossiers neem ik 's avonds laat door met de gitaar op schoot. Ik speel rifjes terwijl ik lees. Ik ben dat beginnen doen als student. Al mijn cursussen heb ik er zo door gejaagd.' Die punker in hem is ook wat de politicus Crombez drijft. Dat tegendraadse, die verontwaardiging. 'Ik vind het vreemd dat er dezer dagen geen nieuwe punkbeweging opkomt. Geen fake revival zoals in de jaren 90, maar onvervalste verontwaardiging zoals in de jaren 70. Als je die teksten leest: dát is woede. Er is nu toch ook veel ongenoegen en angst bij de mensen. Vreemd dat je daar geen grootschalige vertaling van ziet in de muziek.'

De man die naast ons loopt, is er één met veel gezichten: de punker, de sociaal bewogen socialist, de econometrist, de staatssecretaris. Een man die niet houdt van gepolijste dingen. Van onechtheid. Een man die doorgaat als hij ergens zijn gedacht op heeft gezet. Maar die ook van spoor durft te wisselen. 'Ik zit niet in de politiek om er oud in te worden', antwoordt hij op de vraag wat hij nog wil bereiken. 'Ik doe nu waar ik van heb gedroomd: beleid maken, maar dan op een veel hoger niveau dan ik ooit had gedacht. Maar ik zie mezelf ook nog terugkeren naar de sociale sector. Ik denk trouwens dat ik daar beter voor geschikt ben.' We zijn weer waar de wandeling begon. Onze voeten zijn, als bij wonder, droog gebleven. 'Toch een comfortabele gedachte, vind je niet? Dat dit fantastisch is, maar dat het beste nog moet komen.' Boven ons pakken de donkere wolken zich samen. We nemen afscheid. Als we de parking van Het Zwin af rijden, begint het te gieten.

De Tijd, 12 januari 2013, INE RENSON