Gisteren werd in de kamercommissie defensie een resolutie aangenomen over de toekomst van het Belgisch leger in Europees verband. Hieronder vindt u het opiniestuk van David Geerts en Dirk Van der Maelen.

2 C-130 transportvliegtuigen, 2 medische helikopters en 75 manschappen. Dat is de steun die België toezegde om de Franse operatie tegen extremistische groeperingen in Mali te versterken. Op 11 januari was Frankrijk immers gestart met Opération Serval. Enkele dagen later maakte de Belgische regering – met steun van bijna alle partijen – bekend de Franse operatie te ondersteunen. Ook in Europa was de politieke steun voor het Franse optreden overweldigend. De Europese trainingsmissie EUTM begon deze maand met het opleiden van de Malinese troepen opdat zij uiteindelijk de opdracht die de Fransen nu vervullen kunnen overnemen.   Ook aan de Europese missie zal België een “proportionele” bijdrage van 50 militairen en 2 helikopters verzorgen.

DE EUROPESE REFLEX

Het optreden in Mali illustreert het solidaire Belgische standpunt in het Europese defensieverhaal eens te meer. Telkenmale de EU een operatie opgezet heeft, heeft België zich proportioneel geëngageerd. Maar In Mali – en eerder ook in Libië – bleek weer maar eens hoe moeilijk het is om het gemeenschappelijk Europees buitenlands en veiligheidsbeleid in de praktijk om te zetten. Door een gemeenschappelijke Europese reactie had de EU haar militaire en diplomatieke stempel kunnen drukken in de regio. Maar de Unie slaagde er ook nu niet in om haar verdeeldheid achter zich te laten en de Fransen gingen alleen op pad.

Een Europese reflex ontbreekt vaak nog – ook en misschien vooral – op militair gebied en nationale overheden staan nog steeds weigerachtig tegenover het aanwenden van hun middelen voor Europese missies. Politieke wil, maar ook administratieve logheid, het gebrek aan moderne uitrusting en geringe afstemming van technologie tussen de lidstaten, bemoeilijken een echte Europese samenwerking op het gebied van defensie.

Het is binnen dit kader dat het Belgische leger reeds een tiental jaar zijn modernisering heeft ingezet. De herstructureringen slaagden erin tot een grotere samenhang te komen op het Belgisch niveau. Die transformatie moeten we nu ook op het Europese toneel doorduwen.  Het Verdrag van Lissabon creëerde het kader voor grotere militaire samenwerking binnen Europa. Het is aan de Europese regeringsleiders om op hun Raadsvergadering  in december nu eindelijk het echte startschot te geven.

MEER EN BETERE SAMENWERKING: POOL IT OR LOSE IT

“Pooling and sharing” is één van de instrumenten die we kunnen aanwenden om te komen tot een Europees Veiligheidsbeleid die naam waardig. Om kwaliteitsvolle internationale samenwerking te bekomen, moeten meer lidstaten zich verenigen voor meer en betere samenwerking. Alle lidstaten moeten hiervoor samen investeren in technologie, en logistieke capaciteit alsook mensen ter beschikking stellen van gemeenschappelijke operaties. De kleinere landen moeten zich toeleggen op niches, dermate gekozen zodat zij zich nog steeds solidair en betekenisvol kunnen opstellen wanneer een operatie zich aandient. België moet daarom haar expertise in bijvoorbeeld ontmijning en medisch-logistieke steun verder uitbouwen, investeren in technologische innovatie van haar troepen, maar ook bereid zijn inzetbare gevechtseenheden te leveren aan Europese missies.

De crisis slaat hard toe en de (noodzakelijke) besparingen laten zich ook voelen bij defensie. De huidige unilaterale afbouw van militaire middelen in de verschillende lidstaten vergroot de lacunes op Europees vlak. Samenwerkingsverbanden zoals de Benelux reeds aanging, zijn uitstekend geplaatst om de relevante capaciteiten door schaalvergroting te behouden en te versterken. Anderzijds, zullen de lidstaten – ook België – moeten investeren in enkele grote collectieve Europese projecten en die noodzakelijk zijn om de strategische militaire lacunes, zoals de capaciteit van satellieten om inlichtingen te verzamelen, te overbruggen. Militaire samenwerking  geeft ons land de mogelijkheid om ook in budgettair moeilijke omstandigheden over specifieke militaire capaciteiten te beschikken om een betekenisvolle bijdrage te kunnen leveren aan vredesoperaties. Het is deze kerntaak van onze Belgische defensie die we moeten vrijwaren.

HET POLITIEKE KADER

Pooling and sharing is niet meer dan een instrument. Militaire capaciteit kan en mag geen doel op zich zijn. De belangrijkste vraag is: capaciteit om wat te doen?  Het is de hoogste tijd dat in Europees verband een volwaardige veiligheidsstrategie wordt uitgewerkt die een einde maakt aan het aarzelend en improviserend karakter dat de EU veelal aan de dag legt wanneer een crisis zich aandient. Er dient m.a.w. een duidelijk kader geschetst dat een preventief en alomvattend crisisbeheer mogelijk maakt en dat in staat is om duurzame oplossingen aan te reiken. Het is enkel in dit kader dat militaire capaciteit zinvol is.

België – met sp.a op kop – is  steeds een groot pleitbezorger geweest van een krachtiger gemeenschappelijk Europees defensiebeleid, en moet ook in de toekomst haar engagementen nakomen en Europa helpen haar verantwoordelijkheid op te nemen. Er staat immers veel op het spel. Om een hoofdrol te kunnen spelen op het wereldtoneel zal de EU, met de hulp van alle lidstaten, een daadkrachtig en coherent Europees buitenlands beleid moeten voeren. En defensie is, naast ontwikkelingssamenwerking en een duurzaam handelsbeleid, hierin een belangrijke schakel.

Meer info: David Geert 0475/299206

       Dirk Van der Maelen 0475/745931