Nu de ziekenhuisverblijven na een bevalling steeds meer worden ingekort, is het belangrijk dat de zorg na bevalling aan huis beter wordt uitgebouwd. Het verwachten én de geboorte van een kind is immers een zeer ingrijpende gebeurtenis binnen het (prille) gezinsleven. In het daarbij horende maatschappijbeeld doen toekomstige ouders haast vanzelfsprekend enkel beroep op de deskundigheid van een gynaecoloog. We vergeten vaak de rol van vroedvrouwen (m/v), kraamzorgers en gezinshulp en de laagdrempelige, huiselijke zorg waar we aanspraak op kunnen maken. En net dat kan thans het verschil kan maken.

Zeker met het oog op kansarme groepen is inzetten op zo’n laagdrempelige aanpak belangrijk. Toch is de weg en de zoektocht naar dit soort zorg voor hen vaak al een (te) ingewikkeld proces. Zij vinden tijdens én zeker na de bevalling niet altijd de juiste weg naar hulp en weten niet dat mutualiteiten hen hierin financieel tegenmoet komen.
Minister Maggie de Block startte dit jaar 7 pilootprojecten met als thema “bevallen met verkort ziekenhuisverblijf” op. Eén van de criteria waar de proefprojecten moesten aan voldoen, is precies de aandacht voor de meest kwetsbare gezinnen die dreigen uit de boot te vallen.
Dinsdag 18 oktober werd in de Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin een resolutie betreft de organisatie van postnatale zorg unaniem goedgekeurd. Ik stelde in deze commissie dan ook voor om hier een vervolg aan te breien door een veldbezoek te plannen naar zo’n pilootproject. Zo kunnen wij als beleidsmakers effectief ondervinden op welke manier dat net zij die kansengroepen bereiken en waar nog knelpunten zitten die we moeten aanpakken. Hierop werd over de partijgrenzen heen positief gereageerd. Wordt vervolgd!