"Een dalende arbeidsproductiviteit weegt op de factuur van de vergrijzing. Zo kan een half procent lagere productiviteitsgroei de meerkosten van de vergrijzing verdubbelen", zegt John Crombez.


Voor het eerst in zes jaar daalt de arbeidsproductiviteit, leert een rapport van een Amerikaanse denktank. 

'De motor van de Belgische welvaartsgroei valt stil',
kopte De Tijd gisteren. Die vaststelling moet elke beleidsmaker, over alle partijgrenzen heen, ernstig zorgen baren. Zeker als de productiviteit in andere Europese landen wel groeit. Dan klopt er iets niet aan de recepten die de voorbije jaren gehanteerd werden. Dan werden wel jobs gecreëerd - niemand betwist dat - maar wat voor jobs waren dat, als nu blijkt dat de welvaart toch afneemt?


Stijgende welvaart, vertaald in economische groei, is nochtans nodig om onze sociale uitgaven onder controle te houden. De toenemende vergrijzing stelt ons voor extra uitdagingen om ook de pensioenen van de toekomst te verzekeren. Als uit een rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) blijkt dat meer dan de helft van de twintigers - twintigers (!) - daarvan wakker ligt, is het aan beleidsmakers om ze gerust te stellen met recepten die wel werken.

De zekerheid dat ook die twintigers over 40 jaar een goed pensioen hebben, hangt voor een belangrijk deel af van die productiviteit. 

Want als de productiviteit (de bijdrage van 1 uur werk of 1 euro investering aan de economie) lager uitvalt dan verwacht, wordt de pensioenfactuur straks nog zwaarder om te dragen. Zo kan een half procent lagere productiviteitsgroei per jaar de meerkost van de vergrijzing gewoon verdubbelen.

De productiviteit van de Belgische economie opkrikken is de beste garantie om te investeren in het sociaal model van de toekomst. En het goede nieuws is dat het nog niet te laat is. Meer en meer wordt duidelijk dat onze toekomstige welvaart niet afhangt van een of ander fiscaal privilege voor aandeelhouders of een subsidie voor bedrijfsleiders, maar van de mate waarin we onze werkenden, onze ondernemers en bedrijven, en onze infrastructuur samen klaarstomen voor de toekomst. Een toekomst waarin de toegenomen welvaart écht weer terugvloeit naar iedereen die eraan bijdraagt. Dat vereist een brede agenda van sociale investeringen.

Mismatch

Vandaag is er een ongelooflijke mismatch tussen de vereisten van duizenden vacatures en de kennis en vaardigheden van werkzoekenden. Het heeft geen zin dat werkgevers overal tien jaar relevante ervaring vragen, maar dat investeringen in opleidingen worden afgebouwd. Het heeft evenmin zin om de druk te blijven verhogen op steeds dezelfde mensen tot ook zij uitvallen. Het is geen toeval dat we in vergelijking met 2014 en de start van de Zweedse coalitie al meer dan 2 miljard meer uitgeven aan arbeidsongeschiktheid. Daarom moeten we de focus verleggen: minder algemene subsidies voor jobcreatie en meer gerichte investeringen in opleidingen en werk voor wie nu nog te ver van de arbeidsmarkt staat: 55-plussers, laaggeschoolden en mensen met een handicap of een migratieachtergrond. Daar helpen we onze bedrijven pas écht mee.

De Belgische overheidsinvesteringen zijn bij de laagste van Europa, terwijl de Belgische vermogens bij de hoogste zijn. Ook daar loopt het dus fout, met alle gevolgen van dien. Om onze productiviteit op te krikken en onze economie weer te doen groeien moeten we die verhouding radicaal omkeren. Dat vraagt een investeringsboost op lange termijn, voor de komende tien jaar zelfs: in ons onderwijs, zorg en welzijn, huisvesting, mobiliteit, klimaat, digitale infrastructuur, onderzoek en ontwikkeling. Om tot slot het rendement van extra werk en extra kapitaal voor de economie te verhogen, moeten we de factoren van stilstand en achteruitgang aanpakken.

En ons land is Europees filekampioen. De stilstand kost werkgevers niet alleen 10 miljard per jaar, 65 procent van de in België gevestigde investeerders zegt ook dat de files een negatieve impact hebben op hun investeringsbeslissingen. Daarom moeten we investeren in duurzame mobiliteitsalternatieven, die het niet nodig maken dat je een eigen auto nodig hebt om snel en eenvoudig op je werk te geraken.

Voor wie eraan twijfelt, die broodnodige investeringsagenda kunnen we wel degelijk financieren. Een van de sleutels is een eerlijk en transparant belastingsysteem.

Momenteel leiden complexiteit (wie weet hoe hij de regels kan omzeilen, doet er alles aan om elk achterpoortje te vinden) en onrechtvaardigheid (gemiddeld betaalt elke Belg 30 procent te veel belastingen, omdat een kleine groep veel te weinig betaalt) ertoe dat steeds minder geld binnenkomt.


Alleen een fiscaliteit waarbij elke vorm van inkomen - ook uit vermogen dus - gelijk wordt behandeld, kan de belastingen op werk doen dalen en mensen die werken belonen met een hoger nettoloon.

 Een vooraf ingevulde belastingaangifte voor bedrijven kan de controletaak bovendien verschuiven naar grote spelers en grote bedragen. Dat betekent minder administratieve last voor ondernemers en meer zekerheid. Net die zekerheid hebben ze nodig om te investeren.