De afgelopen weken vonden in de Limburgse provincieraad de novemberzittingen plaats. Fractieleider en provincieraadslid Kelly Linsen hield een begenadigde tussenkomst.

De eenzijdige afbouw van de provincie als overheid door Vlaanderen, provinciale eigendommen die zomaar aan andere overheden worden afgestaan en de schizofrene houding van de N-VA als het gaat om het verdedigen van regio’s, kwamen aan bod. Het klimaatbeleid van de provincie is volgens haar een voorbeeld van daadkracht. Ook aan de andere gedeputeerden had Linsen een boodschap.

TUSSENKOMST:

Mijnheer de gouverneur, mevrouw de griffier, geachte gedeputeerden, beste collega-raadsleden, geacht publiek. 

U heeft het allemaal kunnen merken: ook in dit halfrond heeft het de afgelopen weken af en toe al eens gestormd en konden de temperaturen soms behoorlijk oplopen… Zouden dat al concrete gevolgen van de klimaatverandering kunnen zijn…?

In elk geval, ik heb goed geluisterd tijdens de klimaattop in september.  Adaptatie en mitigatie. 

Adaptatie- of veranderingen in structuren of gedrag van organismen, die het organisme beter in staat stellen te overleven of voor nageslacht te zorgen. De vorming van adaptaties is onderdeel van evolutie.

en dan

Mitigatie: matiging, verzachting, vermindering tot zelfs voorkoming.

Het zijn 2 begrippen die mij bekend in de oren klinken.

Vlaanderen dwong ons als provincie immers ook al om te mitigeren.  Er moesten maatregelen genomen worden om de uitstoot van de provincie te beperken:  De beleidsdomeinen welzijn, sport, cultuur en jeugd werden afgenomen en overgeheveld. 

De emissierechten hiervoor eigende Vlaanderen zichzelf toe. De Limburgers zullen de volgende jaren niet minder belastingen betalen: er zal enkel meer belastinggeld naar Vlaanderen gaan en minder in Limburg blijven.

In elk geval zullen we ook moeten adapteren. We staan als provincie voor grote veranderingen waarvan de gevolgen stilaan merkbaar maar nog altijd niet volledig in te schatten zijn.  En dus, indien we naar de toekomst toe een sterke provincie willen blijven neerzetten, zullen we onze structuren moeten aanpassen aan en afstemmen op deze veranderingen.

Vorig jaar zeiden we reeds dat het de hoogste tijd was om het toekomstig profiel van onze provincie uit te tekenen, en binnen de bevoegdheden die ons resten een beleid te voeren waarmee we echt het verschil kunnen blijven maken voor de Limburgers. 

Dat profiel wordt nu stilaan duidelijk.  Zoals gedeputeerde Smeets terecht stelt moet het provinciebestuur van morgen een streekgericht, intermediair bestuur zijn dat als schakel fungeert tussen het beleid in Brussel en de lokale behoeften van onze gemeenten.  De provincie moet, nog meer als vroeger als een verbindende factor werken over de regio’s heen, rekening houdend met de eigen kenmerken en behoeften van elke regio.  Meer dan elders in Vlaanderen moet en zal het provinciebestuur in Limburg haar rol blijven spelen.  Dát is onze verantwoordelijkheid ten aanzien van de Limburgers.   

Gedeputeerde Smeets, 

Als inwoner van Pelt in wording, ben ik erg fier op het Provinciaal Domein Dommelhof.  Het doet mij veel plezier dat wij als provincie daar nog een sport- en cultuurbeleid mogen voeren, én dat er verder geïnvesteerd zal worden in Dommelhof, ook in zonnepanelen zo weten wij nu, en in de G-sportsector.  De maatschappelijke en sportieve impact van het domein is immers niet te onderschatten. 

Op het vlak van financiën bent u er samen met uw diensten opnieuw in geslaagd een evenwicht te vinden tussen de ontvangsten en de uitgaven. 

Onze fractie vindt het positief dat de schuldenlast verder afgebouwd wordt, zodat de financiële toekomst van Limburg niet bezwaard wordt.  Tegelijkertijd investeert het provinciebestuur in een aantal belangrijke projecten: denken we maar aan de fietssnelwegen, de realisatie van een nieuwbouw voor de provinciale school te Maasmechelen, Bokrijk of Be-mine.

Gedeputeerde, onze fractie vindt het nog steeds volstrekt onlogisch dat de Vlaamse regering aan de ene kant de provincie verplicht om uit te treden uit de intercommunales en aan de andere kant beweert versnippering van samenwerkingsverbanden te willen tegengaan.  In Limburg is het nét dankzij de participatie van de provincie in bijvoorbeeld de nutsintercommunales dat er verdere versnippering werd voorkomen en efficiëntiewinsten werden behaald. 

Vorig jaar vroegen we u reeds om onze provinciale belangen goed te verdedigen tijdens de onderhandelingen over de uittreding.  Inmiddels werd een bedrag van 48 miljoen euro ingeschreven bij de ontvangsten.  Als fractie zijn wij benieuwd naar wat het uiteindelijke resultaat zal zijn na afronding van de onderhandelingen.

En die schizofrenie van de Vlaamse overheid trekt zich door.  Ik verwijs graag naar de tussenkomst van Collega Walter Cremers.  Het duurde weliswaar even voor hij zijn punt gemaakt had, op zijn leeftijd durft men al eens wat uitweiden en mijmeren over het verleden, u moet hem dat vergeven Voorzitter, maar wát hij zei, was wel boenk erop.

Waar zijn we nu eigenlijk mee bezig als de burger slachtoffer wordt van het ego van een overheid?  Want collega’s, ik kan het echt niet anders noemen wanneer de provincie met belastinggeld duur moet betalen om eigendommen van een andere overheid te verwerven en dit nog wel ten openbare nutte. 

Andersom is het niét waar.  Dan worden er, om het met de woorden van Gedeputeerde Philtjens te zeggen, vette kippen overgedragen, maar dan wel om niet. Waar zit hier de logica?

En collega Verbrugge: u hoorde hierin blijkbaar een pleidooi voor meer autonomie van de regio’s.  Een redenering die NVA ook alleen maar hanteert wanneer het haar idealen dient: op federaal vlak pleiten voor méér autonomie van de regio’s, maar aan de andere kant op Vlaams niveau de autonomie van de regio’s wel beperken.  Schizofreen, ik zei het al.

Gedeputeerde Vandenhove,

Ik haalde het daarstraks al even schertsend aan, maar de problematiek van de klimaatverandering is zeer ernstig te nemen. Hoewel dit uiteraard een mondiaal probleem is, wil dit niet zeggen dat we als provincie niet het verschil kunnen maken. 

De toevoeging van klimaatadaptatie als belangrijk luik aan het huidige klimaatbeleid,  is een volgende stap die hierin wordt genomen en die wij ten volle ondersteunen.  Met de uitwerking van het klimaatadaptatieplan is onze provincie opnieuw voorloper in Vlaanderen

Wij vinden het positief dat de provincie haar verantwoordelijkheid als streekbestuur hierin ten volle opneemt.  Dit bestuur ondersteunt de gemeenten en werkt samen met verschillende partners bovenlokale initiatieven inzake klimaat en milieu uit.  Zo worden de gemeenten geholpen met de verplichtingen van het nieuwe Europese Burgemeestersconvenant, worden er handleidingen en best practices gedeeld, krijgen de gemeenten een klimaat- en vanaf volgend jaar ook een natuurrapport, en kan er via de regionale overleggroepen ook thematisch gewerkt worden.  Bovendien komt er provinciale ondersteuning van de GAS-ambtenaren, zodat er ook meer ingezet kan worden op handhaving. 

Gedeputeerde, de vraag van collega Mieke Mulders aangaande de stand van zaken in de procedure voor een erkend dierenasiel voor het opvanggebied Oost-Limburg is een terechte bekommernis.  Naast de erkende dierenasielen in Lommel, Genk en Sint-Truiden dringt een oplossing voor de regio Oost zich op.  Wij hopen samen met u dat deze boodschap duidelijk is voor de betrokken gemeenten en dat er snel de nodige politieke bereidheid zal zijn om echt tot een oplossing te komen.

Gedeputeerde Philtjens,

Als provincie hebben wij altijd beseft dat investeringen in cultuur zichzelf terugbetalen en hebben wij zelfs dubbel zoveel dan het gemiddelde in andere provincies in deze sector geïnvesteerd.  We dragen dus op 1 januari 2018, zoals u dat zo mooi zegt, een vette kip over aan Vlaanderen.  Maar wat krijgen we daarvoor terug? Onze bezorgdheid is, en ik haalde dit ook vorig jaar al aan, dat door het weghalen van cultuur als beleidsdomein bij de provincie, Limburg er op cultureel vlak snel op achteruit zal gaan.  Getuige het geringe aandeel in de werkingssubsidies dat Limburg door Minister Gatz in 2016 toegewezen kreeg.

Gedeputeerde, vorig jaar stelde u dat u onze culturele sector wilde wapenen voor de toekomst door samen met de Minister vorm te geven aan een “groot cultuurplan Limburg”.  Dit Cultuurplan is er inmiddels, maar we hebben hier toch nog enkele bedenkingen bij. 

Zo hopen wij dat u er komend jaar op zal toezien dat de zogenaamde “trekkers” de nodige financiële ondersteuning en begeleiding krijgen voor de belangrijke taak die hen toegewezen werd én dat ook de Amateurkunsten op de één of andere manier betrokken worden bij dit cultuurplan.  Door hun laagdrempeligheid dragen zij juist in grote mate bij aan de cultuurparticipatie, die in Limburg alle ondersteuning kan gebruiken.

Een aantal andere zaken die wij vanuit onze fractie met belangstelling zullen volgen, zijn de herbestemming van de Hasseltse Begijnhofsite, het mijnbelevingscentrum Be-mine Pit en voor Bokrijk: VakLAB, het restauratietraject en de uitwerking van het logiesaanbod.

De sector van de vrijetijdseconomie is sterk groeiende en continu in evolutie.  U heeft dat goed gezien, Gedeputeerde.  Aangezien deze sector ook in Limburg een belangrijk economisch potentieel heeft en voor lokaal verankerde werkgelegenheid zorgt, zijn wij verheugd te horen dat u hier volop blijft op inzetten.  Ondersteuning en professionalisering van het toeristisch ondernemerschap vormt daarbij de basis.  Wij zijn ervan overtuigd dat dit tot mooie resultaten zal leiden en het verblijfscomfort en de toeristische beleving in onze provincie nog zal vergroten.

Gedeputeerde Gerits,

Het gaat goed met de Limburgse economie. Gelukkig maar.  Er zijn tijden geweest waarin het er heel wat minder rooskleurig uitzag, maar dankzij de aangehouden inspanningen van alle stakeholders kan onze provincie nu eindelijk de vruchten plukken: opvallend meer vacatures en meer starters, minder faillissementen en een dalende werkloosheid. Maar hoewel het totaal aantal faillissementen inderdaad afneemt, is er toch een duidelijke toename van falingen in de horeca en de bouw in Limburg. Er is dus zeker geen reden om nu op onze lauweren te gaan rusten.  We moeten aandacht blíjven hebben voor de specifieke problemen in de verschillende regio’s en sectoren. 

Gedeputeerde, wij gaan ervan uit dat met de regio-analyses en het Burgemeestersoverleg binnen LIRES hiervoor inmiddels een mooie basis gelegd werd.  Het is zaak om nu  samen verder werk te maken van voldoende concrete hefboomprojecten die de regio’s kunnen versterken. Uiteraard veronderstelt dit dan wel dat het hefboomfonds van voldoende financiële middelen voorzien wordt.

 

Daarnaast is het zaak om blijvend in te zetten op ondernemerschap en innovatie.

De ondersteuning van initiatieven zoals LSU zijn uiteraard positief, maar een ondernemer kan maar succesvol zijn als hij beschikt over een goede ondernemersmentaliteit, relevante kennis en de juiste attitudes.  Het is van het grootste belang dat hieraan al vanop de schoolbanken gewerkt wordt.

Een goede samenwerking tussen arbeidsmarkt en onderwijs moet ook verder gaan dan stimuleren van ondernemerschap. Vandaag immers geven werkgevers enerzijds aan dat ze voor bepaalde functies en beroepen geen geschikte profielen vinden terwijl anderzijds, ondanks de heropleving van de economie, kwetsbare jongeren moeilijk toegang blijven vinden tot de arbeidsmarkt. Onder meer het systeem van duaal leren, oftewel leren en werken, is een belangrijk antwoord op deze uitdaging.

Tot slot Gedeputeerde, wil ik u feliciteren om de nodige aandacht te besteden aan de situatie van de Limburgse kleinhandel.  Want dit is en blijft een zeer precaire sector,  die erg gevoelig is aan heel wat externe factoren en die in bijna alle gemeenten tot kopzorgen leidt mbt omwille van toenemende leegstand in de kern. Wij kijken dan ook uit naar het traject dat u wil opzetten met 10 Limburgse gemeenten in de kleinstedelijke gebieden, om samen met de lokale stakeholders, de provinciale dienst Economie en Unizo te werken aan de realisatie van duurzame bedrijvige kernen.  Alleszins hopen wij dat het traject verder zal reiken dan wat in de krant te lezen was en dat de concrete resultaten voor de gemeenten heel wat verder zullen gaan dan bijvoorbeeld de ontwikkeling van een muziektaart voor Pelt... Anders zal dit, vrees ik, een maat voor niks worden.

Gedeputeerde Peuskens,

Uit de talrijke tussenkomsten van afgelopen weken bleek nog maar eens duidelijk dat alle collega’s in dit halfrond erg begaan zijn met het Limburgse onderwijs. Dat hoort ook zo, want onderwijs is en blijft een bijzonder belangrijk beleidsdomein.

U gaf het in uw beleidsverklaring zelf al aan: ook al ligt het percentage vroegtijdige schoolverlaters in Limburg onder het Vlaams gemiddelde en zien we dat in Limburg dit aantal sterk daalde de voorbije jaren, toch blijft de ongekwalificeerde uitstroom té hoog en de kloof tussen onderwijs en arbeidsmarkt té groot. Uit alle constructieve debatten en de positieve inspanningen van eenieder hierin blijkt nog maar eens dat het niet zo evident is om onderwijs/arbeid beter op mekaar af te stemmen. Ik onthoud dat er, ondanks de reeds geleverde inspanningen, op dat vlak nog een flinke weg af te leggen is.

Ook moet er verder werk gemaakt worden van gelijke onderwijskansen.

1 op 8 jongeren wordt geboren in een kansarm gezin. En dat beïnvloedt helaas ook vaak hun onderwijskansen. Leerkrachten professioneel leren omgaan met armoede op school, is dan ook meer dan ooit belangrijk. Wij zijn blij, gedeputeerde, met de initiatieven die er op dat vlak door u, in samenwerking met de onderwijsverstrekkers van de lerarenopleiding, terzake worden genomen. Proficiat hiervoor!

Hetzelfde geldt voor het subsidiereglement waarmee de provincie taalinitiatieven ondersteunt om Limburgse jongeren met een taalachterstand te helpen. Want taalachterstand ís en blijft voor onze provincie één van de grote problemen die onze volle aandacht verdienen en waar we ook in de toekomst structureel op moeten blijven inzetten.

Zo ook de mobiliteits- en ontsluitingsproblematiek. Ieder jaar opnieuw komt dit item terug en wordt er op dezelfde nagels geklopt. Terecht trouwens, hoewel de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat enkel het fietsbeleid en het flankerend mobiliteitsbeleid de bevoegdheid van onze gedeputeerde zijn.

Uit elke hoek klinken inmiddels dezelfde geluiden: werkgevers, werknemers, politiek Limburg,… En er beweegt nóg altijd niks. Letterlijk en figuurlijk.

De economische parameters zitten nu in positieve lijn, maar we kunnen ons afvragen voor hoe lang. De ontsluiting van onze provincie is immers één van de belangrijkste randvoorwaarden voor de slagkracht van Limburg op sociaal-economisch vlak.

Over de partijen heen moeten onze vertegenwoordigers in het Vlaams Parlement hierin eensgezind de voor Limburg cruciale belangen vurig blijven verdedigen!

De investeringen in infrastructuur en openbaar vervoer mogen echt niet langer uitblijven.

Gelukkig, Gedeputeerde, bent u daar binnen uw bevoegdheden wél al mee bezig.  Ik houd eraan u namens de sp.a- fractie en ongetwijfeld ook andere fracties binnen deze raad, te bedanken voor alle inspanningen die u doet in het aanleggen van veilige en comfortabele fietssnelwegen. In het noorden, waar Brussel blijkbaar denkt dat alleen maar eikels en konijnen te vinden zijn, kijken wij bij gebreke aan de echte Noord-Zuid, alvast erg uit naar het traject Spoorlijn 18.

Ook u, Gedeputeerde Moors, bent zich bewust van de mobiliteitsproblematiek en geeft gelukkig aan dat het provinciebestuur op dit vlak waar mogelijk het heft zelf in handen zal nemen.

Hopelijk geldt dit ook voor de verdere opvolging van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen en de vertaling ervan naar het Limburgse niveau. Volgens het Witboek is Limburg immers zo goed als een blinde vlek als het gaat over toekomstige ontwikkelingskansen door de aanwezigheid van openbaar vervoer en de nabijheid van voorzieningen. We moeten er inderdaad over waken dat Limburg niet één groot park wordt of het bufferbekken voor grootsteden zoals Antwerpen.

Het doet ons dan ook plezier te lezen dat u op uw strepen zal staan om ook hier de nodige

ontwikkelingskansen te krijgen op het vlak van openbaar vervoer, economie en wonen. Want zoals u zelf aangeeft: Limburg is een mooie provincie, met kleinere steden en de typische kleinere gemeenten en... daar is níks mis mee. Integendeel, hierin ligt net de reden waarom in Limburg het provinciebestuur in het verleden zo een belangrijke rol gespeeld heeft. Ik ben ervan overtuigd dat dit provinciebestuur ook de komende jaren die rol moet en kan waarmaken.

Tot slot wil onze fractie de voltallige deputatie bedanken voor het geleverde werk van de afgelopen jaren. Er werd op een verstandige manier verder gebouwd aan de toekomst van onze provincie en de legislatuur wordt in een gezonde financiële toestand afgesloten.

Collega-raadsleden,

De afgelopen jaren hebben we heel wat over en weer gebakkeleid, vonden er soms amusante discussies plaats, soms ook wat minder amusante. Werden er constructieve debatten gevoerd en ook wel minder constructieve.

Maar al bij al denk ik dat we altijd allemaal het belang van onze provincie en haar inwoners voor ogen hadden. Elk vanuit onze eigen visie en ervaringen. En laat net dat onze sterkte zijn. Ik hoop dat we als politiek Limburg ook naar de toekomst toe, de voor onze provincie oh zo belangrijke dossiers op de voet blijven volgen en waar nodig durven ingrijpen om deze te deblokkeren, over de partijgrenzen heen.

Ik dank u.

Kelly Linsen

Fractieleider sp.a provincieraad.


Foto: Robin Reynders