“In 2018 is er een databank die alle verkeersovertredingen registreert. Hiermee zijn alle voorwaarden vervuld om het puntenrijbewijs, 28 jaar nadat Jean-Luc Dehaene het op papier invoerde, eindelijk waar te maken. Er is geen enkel excuus meer om te treuzelen”, zegt Joris Vandenbroucke.

“Het puntenrijbewijs is een systeem waarbij je voor elke verkeersovertreding strafpunten verzamelt. Die strafpunten worden bijgehouden en opgeteld”, legt Joris Vandenbroucke uit. “Daarvoor is een databank noodzakelijk. Als je een bepaald aantal strafpunten overschrijdt binnen een bepaalde tijdsspanne, kan dat leiden tot verlies van het rijbewijs of een andere sanctie zoals verplichte herscholing. Waar het puntenrijbewijs werd ingevoerd, vielen op korte termijn tot 20% minder verkeersdoden.”

“Met één maatregel gaan we het aantal verkeersdoden niet in één klap naar nul herleiden. Verkeersveiligheidsbeleid vraagt maatregelen op vele vlakken, zo moet er ook geïnvesteerd worden in veilige wegen”, licht Joris Vandenbroucke toe. “Ik stel alleen vast dat, ondanks alle inspanningen, het aantal verkeersdoden al enkele jaren niet meer daalt. Geen enkel taboe mag ons ervan weerhouden om alle opties te bekijken en dan kan je niet om het puntenrijbewijs heen. Kijk naar het buitenland, daar werkt het.”

Joris Vandenbroucke rekent erop dat, nu alle praktische bezwaren weggeruimd zijn, het puntenrijbewijs eindelijk wordt ingevoerd door de federale regering. “Genoeg gepraat. Tijd om te handelen. Ik wil de nabestaanden van de honderden mensen die elk jaar sterven op onze wegen in de ogen kunnen kijken en zeggen dat we er echt alles aan doen om ons verkeer veiliger te maken. Het is kiezen of splitsen. Als de federale regering het puntenrijbewijs niet wil invoeren, dan moet de Vlaamse regering dat maar doen. Zelfs als daar opnieuw een staatshervorming voor nodig is. Als het over verkeersveiligheid gaat, zijn taboes niet op hun plaats.”