Nadia Sminate, voorzitter van de bevoegde parlementscommissie die voor Pasen een resolutie moet uitwerken, lichtte gisteren al haar visie op de Vlaamse aanpak van radicalisering toe in een aantal kranten, tot ongenoegen van coalitiepartners Open VLD en CD&V en van de oppositie. Die noemden de interviews profileringsdrang en verweten haar dat ze zo een breed gedragen oplossing bemoeilijkten. Hans Bonte: “Op een ogenblik dat we eigenlijk met zijn allen eendrachtig aan een oplossing zouden moeten werken, verliezen we tijd en geloofwaardigheid met ruzies binnen de meerderheid. Ik kan u alleszins zeggen dat dit bijzonder demotiverend werkt voor mijn agenten, sociale werkers, ambtenaren en vrijwilligers die zich elke dag weer voor 200% geven op op het terrein.”

Ook vindt Hans Bonte de voorstellen van Sminate onvoldoende. “Ik hoop dat het Vlaams Parlement ambitieuzer is dan dit. Dit plan - als ik het al een plan mag noemen - is echt flinterdun. Er is trouwens nog geen enkele radicaliserende jongere tegengehouden omdat er een resolutie is gestemd in het parlement”, zegt Hans Bonte. “Radicalisering bestrijd je niet met resoluties en plannen maar met concrete maatregelen. Het enige wat telt is wat er op concreet op het terrein gebeurt. Dat is vandaag bitter weinig. Intussen verliezen we letterlijk en figuurlijk jongeren.”

“Er ontbreken een aantal essentiële maatregelen in het voorstel van Sminate”, laat Hans Bonte weten, “zoals de aanpak van discriminatie en achterstelling in het onderwijs en op de arbeidsmarkt, ondersteuning van de hulpverleningssector en specifieke steun aan steden die kampen met radicaliseringsdreiging, zoals Vilvoorde.”

“Het is ook merkwaardig dat Sminate nauwelijks iets zegt over het belang van de erkenning van moskeeën, over de opleiding en talenkennis van imams of over de rol van islamleerkrachten. De georganiseerde moslimgemeenschap is onze bondgenoot in de strijd tegen radicalisering”, aldus Hans Bonte.

“Sminate lijkt ook van een wit blad te willen beginnen”, gaat Hans Bonte verder. “Nochtans zijn er op het terrein al een aantal methodes ontwikkeld die hun deugdelijkheid al hebben bewezen. Ik denk dan niet alleen aan onze aanpak in Vilvoorde maar ook aan het model van Aarhus. Die modellen zouden we moeten bekend maken onder lokale besturen. We moeten van elkaar leren, nu lijkt het alsof de commissievoorzitter het warm water opnieuw wil uitvinden.”

“Ik hoop dat de sereniteit in het Vlaamse debat terugkeert zodat er een eendrachtige, ambitieuze en doortastende aanpak mogelijk wordt”, besluit Hans Bonte. “Enkel met grote eensgezindheid zal Vlaanderen er in slagen om een actief bondgenootschap aan te gaan met de federale overheid en met de betrokken lokale besturen.”