De ouders van een 21 jarige man met autisme, Jonathan Cox, stapten naar de rechtbank omdat er voor hun zoon geen plaats meer was in de instelling waar hij verbleef. Jongvolwassenen moeten weg uit dé jeugdinstelling omdat ze te oud zijn, maar in de volwassen instelling is er (nog) geen plaats. Om dit op te lossen werd het systeem van convenanten ingevoerd waarbij een voorrangsregeling op maat wordt uitgewerkt die een zorggarantie zou moeten opleveren. “Zou, want uit de praktijk blijkt dat dit niet altijd het geval is. Wanneer er wel plaats zal zijn, kan niemand garanderen”, aldus Bart Van Malderen. “Uit talloze gesprekken met personen met een beperking en hun ouders heb ik de wanhoop en de frustratie leren kennen die met deze onzekerheid gepaard gaat. Men kan er dan ook alleen maar begrip voor hebben dat zij hun verhaal zoeken bij de rechtbank. Tegelijk leggen elk van deze veroordelingen een bom onder het bestaande systeem. En elk succes voor de rechtbank houdt het risico op een nieuwe procedure in want het tekort aan zorg dat aan de basis ligt van de procedure gaat niet vanzelf weg. Voor iedereen die geholpen wordt, moet iemand anders wachten. Dat is onrechtvaardig en onhoudbaar.” “Het probleem ligt dus niet bij ouders of rechtbanken maar bij een systeem waarbij we tekorten accepteren. Een systeem dat ook nog grotendeels aanbod-gestuurd is. Er is wel degelijk plaats in de instelling waar Jonathan verblijft, maar niet meer voor hem zelf. Zijn zorgnood is nochtans dezelfde als de dag voor hij 21 werd. Dit krijg je in de 21ste eeuw niet meer uitgelegd, aldus Van Malderen”.
“De overheid en de regering moeten hier de kant van de mensen kiezen. Recht op opvang mag geen theoretisch begrip blijven. Het is te betreuren dat Minister Vandeurzen hier zijn start gemist heeft.”