Nu de begrotingscontrole zich op gang trekt, is het tijd om het begrotingswerk van de regering-Michel te vergelijken met dat van de vorige regering. De N-VA schreeuwde toen dat Di Rupo en co potverteerders waren die er maar niet in slaagden de begroting op orde te zetten. De huidige coalitie zwoer dan ook om de begroting te saneren en de cijfers te doen kloppen. Vandaag, drie jaar later, stellen we vast dat er van die belofte niks in huis is gekomen. Meer nog, de regering-Michel boekt geen echte begrotingsverbetering, maar zelfs een verslechtering! In onderstaande blog leg ik graag uit waarom.

Nominaal tekort

De doelstelling van de regering-Di Rupo (2011-2014) was helder: een begroting in structureel evenwicht in 2016. Ware het niet dat de eerste beslissing van de nieuwe regeringsploeg in 2014 was om dat structureel evenwicht... uit te stellen tot 2018. Iedereen weet het al, enkel de regering wil het nog niet toegeven: de kans dat de N-VA haar eigen doelstelling haalt, is nul.

Onder Di Rupo daalde het nominaal tekort van 4,1% in 2011 tot 3,1% in 2014, of 1% in 3 jaar (waaronder het verkiezingsjaar 2014). Onder Michel daalde dat nominaal tekort amper verder tot 2,9% in 2016, of 0,2% verbetering in 2 jaar. Volgens de ramingen van de Europese Commissie kan het tekort nog verder dalen tot 2,3% in 2018. Als die ramingen kloppen, komt dat neer op een verbetering van 0,8% in 4 jaar. Niet meteen iets om uit pakken dus. Integendeel zelfs, als het cement van het regeerakkoord gemaakt is met de belofte om orde op zaken te zetten, dan zijn de huidige ministers ver van huis.


Di Rupo
Michel
%punt bbp
2012-2014
2015-2018
Nominale verbetering
1,05
0,79
Nominale verbetering per jaar
0,35
0,20


Conjunctuur en eenmalige effecten

Het nominaal saldo alleen is niet de meest geschikte graadmeter om begrotingsinspanningen te vergelijken. De stand van de conjunctuur is immers even bepalend, net als eenmalige effecten. En wat stellen we vast? De conjunctuur in 2012-2014 viel veel meer tegen dan de trend sinds 2015. Toegegeven, de regering-Di Rupo had dan weer meer eenmalige meevallers. Maar als je conjunctuur en eenmalige effecten samen bekijkt, had Di Rupo gewoon véél meer tegenwind dan Michel, zo bewijst onderstaande tabel.


Di Rupo
Michel
%punt bbp
2012-2014
2015-2018
Conjunctuurverbetering
-0,60
0,38
Verbetering eenmalige meevallers
0,49
-0,29
Verbetering conjunctuur en eenmalige
-0,11
0,09


Structureel tekort

Om ook dit soort meevallers uit te sluiten, dalen we best nóg een trapje lager: het structureel tekort. Dat sluit de conjunctuur en eenmalige effecten immers uit. En wat zien we? Ook in dat geval doet Michel het slechter Di Rupo. Het structureel tekort bij de start van Di Rupo bedroeg 4,0% in 2011. Na 2 jaar forse verbetering in 2012 en 2013 - met in totaal 1,3% - was er in verkiezingsjaar 2014 een kleine verslechtering van 0,1%. Op het einde van de vorige legislatuur eindigde de regering-Di Rupo met een structureel tekort van 2,9%. Ze realiseerde dus een structurele verbetering van 1,2% over 3 jaar. 

Sinds de komst van de regering-Michel vertraagde het saneringsritme zichtbaar. In 2016 was het structureel tekort nog 2,5%, of een gerealiseerde structurele verbetering van 0,3% in 2 jaar. Het moet gezegd: de Europese Commissie raamt in 2017 wel een grote structurele verbetering van 0,6%. Als de ramingen van de Commissie realiteit worden, dan eindigen we in 2018 met een structureel tekort van 2,2%, of dus een verbetering van 0,7% in 4 jaar.


Di Rupo
Michel
%punt bbp
2012-2014
2015-2018
Structurele verbetering
1,16
0,70
Structurele verbetering per jaar
0,39
0,17


Structureel primair saldo

Maar ook dat structureel saldo kunnen we uitzuiveren, want om dat te bepalen spelen immers ook rentelasten een grote rol. Die rentelasten, die we betalen op onze staatsschuld, zijn de voorbije jaren sterk gedaald door het beleid van de ECB. Van 3,6% in 2011 tot 3,3% in 2014 en 2,6% in 2016. Volgens de Europese Commissie zouden de rentelasten nog verder dalen tot 2,3% in 2018.

Ook de rente-meevallers de voorbije jaren kunnen dus een vertekend beeld geven als we het begrotingsbeleid van de 2 regeringen vergelijken. Daarom bekijken we beter het structureel primair saldo. Zo negeren we zowel conjunctuur, eenmalige effecten als rente-effecten.

Dat structureel primair saldo was -0,4% in 2011 en de saneringsmaatregelen van Di Rupo verbeterden dit tot +0,4% in 2014. Een verbetering van 0,8% over 3 jaar. Tijdens zijn legislatuur kreeg Di Rupo dus 0,33% structurele verbetering cadeau door rente-meevallers. 

In 2016 was het structureel primair saldo opnieuw gedaald tot 0,1%. Zonder de rente-meevallers van 0,67% zou Michel in 2 jaar dus een verslechtering van het structureel saldo gerealiseerd hebben van 0,3%. Michel saneerde dus helemaal niet, maar kreeg 0,67% rente-meevaller cadeau en soepeerde daarvan de helft op. De enige structurele verbetering die werd gerealiseerd, is dan ook gelijk aan de helft van dat rentecadeau.

In 2017 belooft de regering om net zoals in de jaren 2012-2013 écht te saneren, maar volgens de Europese Commissie zal dat effect in 2018 bijna volledig teniet worden gedaan. Want als we de ramingen van de Europese Commissie mogen geloven, zal het structureel primair saldo nog steeds 0,1% bedragen in 2018, zodat de regering-Michel over haar legislatuur een verslechtering zal realiseren van 0,3% over 4 jaar.

Conclusie: de regering-Michel saneert helemaal niet. Ze krijgt rente-meevallers en geeft die zelfs gedeeltelijk uit.


Di Rupo
Michel
%punt bbp
2012-2014
2015-2018
Structurele primaire verbetering
0,84
-0,30
Structurele primaire verbetering per jaar
0,28
-0,08



Di Rupo
Michel
%punt bbp
2012-2014
2015-2018
Rente-meevaller
0,33
1,00
Rente-meevaller per jaar
0,11
0,25