Voorstel van resolutie

- Belgische steun voor het Humanitaire Initiatief, voor een internationaal verbod op nucleaire wapens op humanitaire gronden -

TOELICHTING

De vijfjaarlijkse herzieningsconferentie van het Non-Proliferatieverdrag (NPV) van dit jaar bij de VN in New York draaide uit op een anticlimax toen de verdragspartijen er niet in slaagden een consensus te bereiken over een slotdocument. Een gemiste kans. Het hele nucleair non-proliferatieregime komt zo in crisis terecht. Deze resolutie schuift het zogenaamde humanitaire initiatief naar voren als direct antwoord op deze impasse, wat ook het NPV ten goede zal komen.

Het NPV werd in 1969 in het leven geroepen om de snelle verspreiding van kernwapens een halt toe te roepen. In ruil voor het engagement van de niet-kernwapenstaten om geen kernwapens te ontwikkelen of te ontvangen, beloven de kernwapenstaten om werk te maken van kernontwapening. Artikel 6 van het NPV vraagt dat de partijen twee nucleaire ontwapeningsonderhandelingen opstarten: één om de bestaande wapenwedloop een halt toe te roepen en een andere om alle kernwapens te verwijderen. De grootste lacune in de tekst is de afwezigheid van een deadline met betrekking tot nucleaire ontwapening.

Van de 193 lidstaten van de Verenigde Naties, hebben er 189 landen het verdrag geratificeerd, daarmee is het dus bijna universeel erkend. Er zijn slechts 4 landen in de wereld (Israël, India, Pakistan, Noord-Korea) die geen lidstaat zijn bij het verdrag.

Op het vlak van kwantiteit is de wapenwedloop gestopt. Naar schatting zijn er nog steeds tussen de 17.000 en 20.000 kernwapens in de wereld, waarvan honderden klaar staan om meteen afgevuurd te worden. Het aantal kernwapenstaten neemt toe. Het gevaar van nucleair terrorisme groeit. Een verbod op het testen van kernwapens is nog steeds niet van kracht. Bovendien gaan de kernwapenstaten door met de modernisering van hun arsenalen.  De VS alleen zal zo'n 1000 miljard dollar investeren in de modernisering van zijn kernwapenarsenaal de komende 30 jaar. Meer dan 10 miljard dollar zal gaan naar de modernisering van alle B61-kerbommen waarvan er een twintigtal in België opgeslagen worden in NAVO-verband op de luchtmachtbasis van Kleine Brogel.

De uitdagingen blijven dus enorm terwijl de verdragspartijen van het NPV er maar niet uit geraken. Tijdens de herzieningsconferentie in 2010 waarschuwde de Oostenrijkse delegatie al: “Als er geen duidelijke vooruitgang is in de richting van ‘global zero’, zullen we met de partijen de haalbaarheid bespreken van een wereldwijd instrument om deze wapens te verbieden.” Samen met het Internationaal Rode Kruis en enkele andere landen, schoof Zwitserland een alternatief naar voren, het zogenaamde humanitaire initiatief. De aanhangers van het humanitair initiatief slaagden er tijdens  de herzieningsconferentie van het NPV van 2010 een verwijzing naar de humanitaire dimensie van nucleaire ontwapening te laten opnemen in het slotdocument: “De Conferentie uit haar ernstige bezorgdheid over de rampzalige humanitaire gevolgen van elk gebruik van nucleaire wapens en herbevestigt dat alle staten op elk moment moeten voldoen aan de geldende internationale rechtsregels waaronder ook het internationale humanitaire recht”.

Dit humanitaire initiatief vertrekt vanuit deze fundamentele vraag: wat zijn de gevolgen voor mensen als u en ik indien kernwapens worden gebruikt, ongeacht of dat met of zonder toelating of per ongeluk gebeurt? 

Het antwoord is beangstigend. Uit recent wetenschappelijk onderzoek blijkt dat wanneer bijvoorbeeld India en Pakistan vijftig kernwapens – dus enkel een fractie van de wereldwijde kernwapenarsenalen – zouden gebruiken, dat zal leiden tot een temperatuurdaling die op haar beurt een verminderde opbrengst van voedselgewassen (vooral van rijst) veroorzaken, wat op zijn beurt kan leiden tot de dood van honderden miljoenen (tot zelfs 1 à 2 miljard) mensen. Zelfs wanneer één enkele kernbom op een stad zou worden gegooid, zou dat catastrofale gevolgen hebben, aangezien tien of zelfs honderdduizenden slachtoffers het leven zouden laten.

Aangezien kernwapens per definitie geen onderscheid maken tussen burgers en militairen, wordt hun gebruik in het algemeen (behalve door de kernwapenstaten) gezien als een inbreuk op het internationaal humanitair recht.

Bijgevolg bepleiten voorstanders van de humanitaire benadering een verbod op kernwapens, net zoals biologische wapens (in 1972), chemische wapens (in 1993), landmijnen (in 1997) en meer recentelijk ook clustermunitie (in 2008) illegaal werden verklaard.

In dit kader werden reeds drie intergouvernementele conferenties georganiseerd in Noorwegen en Mexico (2013) en Oostenrijk (2014) die de focus legden op de humanitaire gevolgen van het gebruik van kernwapens.

Ondertussen hebben reeds 110 landen zich geschaard achter Humanitaire Belofte, een tekst voorgesteld door Oostenrijk in december 2014. In deze Humanitaire Belofte zit een groter politiek engagement om aan nucleaire ontwapening te werken. De ondertekenende verdragspartijen engageren er zich immers toe om “daadwerkelijke maatregelen te bepalen en na te streven om de juridische lacune in te vullen voor het verbieden en vernietigen van kernwapens”.

Verschillende organisaties riepen België op om het humanitaire initiatief te steunen tijden de herzieningsconferentie van het NPV in New York. Tevergeefs. België is enerzijds lid van de NAVO, maar heeft anderzijds ook het NPV ondertekend als niet-kernwapenstaat. Die twee engagementen lijken te botsen, terwijl dat helemaal niet hoeft. Los van het feit dat ook NAVO-teksten de doelstelling van een kernwapenvrije wereld voorop zetten, zijn er wel degelijk NAVO-lidstaten die een moediger houding aannemen dan ons land. Spanje, Litouwen, IJsland en Noorwegen weigeren principieel kernwapens op hun grondgebied. Noorwegen, Denemarken en IJsland, drie NAVO-lidstaten hebben in het verleden voor resoluties die de humanitaire benadering bepleiten, gestemd.

België is dus (voorlopig) niet bij die 110 staten die nu al oproepen om te gaan voor een verbod op kernwapens. Erger, België was ook niet bij de 159 staten die een minder verregaande verklaring voor een kernwapenvrije wereld hebben ondertekend.

Er is nochtans een zeer groot maatschappelijk draagvlak voor een kernwapenvrij België en een kernwapenvrije wereld in ons land. De Mayors for Peace afdeling is nergens in de wereld zo groot als bij ons. De grootste betoging ooit in ons land (1983) was een anti-rakettenbetoging. In het Vlaams Parlement werd op 22 april 2015 nog een resolutie kamerbreed aangenomen die oproept om werk te maken van de verwijdering van de tactische kernwapens van ons grondgebied. Een krachtig signaal naar de federale regering.

Met formele steun aan de Humanitaire Belofte zou de federale regering deze talloze burgers een stem geven, alsook een gepast antwoord bieden op de ontstane impasse. De humanitaire benadering en meer in het bijzonder een internationaal verbod op kernwapens is immers het beste instrument om een debat binnen de kernwapenstaten op gang te brengen over de toekomst van hun kernwapenarsenalen. Hopelijk zal dit leiden tot multilaterale onderhandelingen voor een Nucleaire Wapenconventie. Nadien moeten zowel de kernwapenstaten als de niet-kernwapenstaten hun verantwoordelijkheid nemen om de weg naar ‘Global zero’ op een stapsgewijze manier in goede banen te leiden, in het kader van een stappenplan met duidelijke deadlines.

 

 

VOORSTEL VAN RESOLUTIE

De Kamer van Volksvertegenwoordigers,

A. In het licht van de belangrijke bevindingen die gepresenteerd werden op de internationale conferenties van Oslo, Nayarit en Wenen over de humanitaire impact van nucleaire wapens;

B. Begrijpend dat de onmiddellijke, midden- en langetermijngevolgen  van een nucleaire explosie significant ernstiger zijn dan vroeger werd gedacht en dat deze niet beperkt worden door nationale grenzen, maar dat ze een regionaal en soms zelf globaal effect hebben die potentieel bedreigend kan zijn voor het overleven van de mensheid;

C. Erkennend dat het gebruik van nucleaire wapens systemische en onomkeerbare gevolgen heeft voor de gezondheid, het milieu, infrastructuur, voedselveiligheid, klimaat, ontwikkeling, sociale cohesie en de globale economie

D. Bevestigend dat een toenemende proliferatie van nucleaire wapens, een lagere technologische drempel voor de ontwikkeling van dergelijke wapens, en de rol die wordt toebedeeld aan nucleaire wapens in de militaire doctrines van de kernwapenstaten, het risico op een nucleaire ontploffing groter maken;

E. Benadrukkend dat alle staten de verantwoordelijkheid hebben om het gebruik van nucleaire wapens te vermijden;

F. Constaterend dat de vijfjaarlijkse herzieningsconferentie van het Non-Proliferatieverdrag van 2015 geen consensustekst heeft voortgebracht;

G. Overwegende dat het wenselijk is om het aantal kernwapens op de wereld tot nul te reduceren;

H. Gezien het regeerakkoord van 2014 dat stelt: “Op het gebeid van nucleaire ontwapening en non-proliferatie kiezen we voor een realistische en pragmatische aanpak met het VN-verdrag inzake nucleaire non-proliferatie  en het zgn. strategisch concept van de NAVO als eerste leidraden. We blijven ijveren voor internationale initiatieven met het oog op een verbod of minstens een betere controle op wapensystemen met een willekeurig bereik en/of een buitensporig effect op burgers, clustermunitie, wapens met verarmd uranium en met zgn. antihanteerbaarheidsmechanismen.”;

I. Gezien de kamerbreed gesteunde resolutie in het Vlaams Parlement van 22 april 2015 waarin het Vlaams Parlement de Vlaams Regering vraagt “om er bij de Federale Regering op aan te dringen om zich, in overleg met de Europese Unie en NAVO-partners, in te zetten voor een kernwapenvrije wereld en voor de terugtrekking van alle kernwapens uit Vlaanderen.”;

 

Vraagt de Federale Regering:

1. Haar actieve steun uit te spreken voor de Humanitaire Belofte door consequent de bevindingen en bewijsvoering van de Conferenties van Wenen, Oslo en Nayarit over de humanitaire impact van het gebruik van kernwapens op te nemen in de Belgische communicatie op alle relevante fora;

2. Haar engagement voor het Non-Proliferatieverdrag te vernieuwen en haar verplichtingen onder Artikel 6 van het verdrag na te komen;

3. Er bij de kernwapenstaten op aan te dringen dat zij maatregelen treffen om het risico op nucleaire ontploffingen te verminderen, o.a. door de operationele kernwapencapaciteit te verminderen en de rol van nucleaire wapens in militaire doctrines te verminderen, inclusief het niet-stationeren van kernwapens op andermans’ grondgebied;

4. Actief deel te nemen aan internationale onderhandelingen met als doel een verdrag voor een verbod op nucleaire wapens;

5. Samen te werken met alle relevante stakeholders, staten, internationale organisaties, parlementen en middenveld om nucleaire wapens te stigmatiseren, te verbieden en te elimineren omwille van de onaanvaardbare humanitaire gevolgen.