Voor de eerste keer geeft minister van Financiën Didier Reynders (MR) toe dat misbruik wordt gemaakt van de 'notionele intrestaftrek', een belastingvoordeel voor ondernemingen dat door de regering-Verhofstadt II is ingevoerd. Reynders bevestigde gisteren in de Kamer dat de Bijzondere Belastinginspectie (BBI) verscheidene misbruiken door grote ondernemingen onderzoekt.

De BBI onderzoekt 22 dossiers voor het aanslagjaar 2007. 'Ik ben trots dat de BBI haar werk doet, in tegenstelling tot wat sommige parlementsleden beweren', stelde Reynders. Drie ondernemingen hebben al een akkoord gesloten met de fiscus, goed voor 30 miljoen euro aan inkomstenverhogingen, wat de schatkist 5,5 miljoen euro heeft opgeleverd. 'Er zullen nog meer invorderingen en waarschijnlijk ook betwistingen en rechtszaken volgen.'

'De wet op de notionele intrest is een efficiënt systeem om investeringen en handelsactiviteiten naar België te lokken. Maar zoals alle systeem moeten er controles gebeuren', besluit de minister.

Regeringspartner PS ziet dat enigszins anders. 'Dat betekent dat de BBI zijn werk doet, maar vooral dat grote ondernemingen constructies opzetten waardoor ze kunnen profiteren van een maatregel die oorspronkelijk gebaseerd was op het creëren van jobs en investeringen in ons land', reageert PS-Kamerlid Marie Arena.

Arena herhaalde haar eis om de notionele intrestaftrek duidelijker te verbinden aan jobcreatie. 'Dat debat moet volgende week dinsdag, tijdens de hoorzittingen over de notionele intrest in de Kamercommissie Financiën, zonder taboe aan bod komen.'

Te Laat

'Waarom zo laat optreden?', vraagt parlementslid Dirk van der Maelen (sp.a), zich af. 'De eerste controleactie is pas begonnen in maart 2009 en de tweede in november 2009. Bovendien zijn de onderzochte sectoren niet die waar je de meeste kans op misbruiken verwacht, zoals de minerale oliën en petroleum, chemie, computers en papier. Waarom zat de financiële sector daar niet bij?Het is duidelijk dat Reynders die controles liever niet wilde. En nu moeten ze alleen aantonen dat er geen grote problemen zijn.' Bovendien vindt Van der Maelen dat Reynders de lat voor misbruiken wel erg hoog legt. 'Double-dipconstructies bestempelt de minister niet als misbruik, wel als 'zoeken naar de minst belaste weg'.'

'Die double dips zijn nochtans de grootste plaag in de notionele intrestaftrek. In plaats van schuldfinanciering te vervangen door financiering met eigen vermogen - wat de bedoeling was - gaan ondernemingen in België lenen om dochterondernemingen te kapitaliseren. Binnen de groep ontstaat dan een dubbele aftrek: een werkelijk betaalde intrest en een fictief betaalde intrest. De double dips hebben de kostprijs van de maatregel opgedreven van de voorziene 500 miljoen naar liefst 4 miljard euro in het tweede aanslagjaar.'

 

www.tijd.be