En plots werden we met de neus op de feiten gedrukt, werden we als het ware wakker geschud. Wij, allemaal samen. Wij, de samenleving. Het YouTube-filmpje van blogger Ergin Arslanbas (70.000 volgers) werd in een mum van tijd een hit. Zijn vraag aan de Hasseltse jeugd op straat was eenvoudig: “Wat zou je doen mocht je kind later gay zijn?”

De antwoorden waren al even eenvoudig, maar des te confronterender. Van “Ik gooi hem buiten” tot “Ik zou hem slaan met een riem” en de rest vermelden we niet. Te grof, te pijnlijk. Is de Vlaamse jeugd dan zo homofoob?

De afgelopen decennia hebben we gigantische stappen vooruit gezet, maar evenzeer is dit het bewijs dat nog heel wat werk op de plank ligt. Hebben we ons in slaap laten wiegen? Dachten we dat de strijd gestreden was? Misschien wel, zo eerlijk moeten we durven te zijn. En dan hebben we het over onszelf, als partij en beweging. Dan hebben we het over onszelf als politici en beleidsmakers. Want als jongeren op een publiek forum dergelijke taal gebruiken, dan schort er iets. Iets fundamenteels.

Holebi’s en transgenders krijgen dagelijks nog heel wat uppercuts te verwerken. Ongemerkt, al dan niet grappig bedoeld - je weet wel, het is maar om te lachen, als je daar al niet tegen kunt - venijnig of even vaak expliciet. Het is zoals racisme en seksisme. Ben je blank en spreek je Vlaams, hoor je en merk je er zo goed als niks van in het dagelijkse leven. Ben je daarentegen een vrouw, wordt het al iets moeilijker om gevrijwaard te blijven van een ‘goedbedoelde’ opmerking. Trek de lijn meteen door en probeer maar als homokoppel een appartement te huren in pakweg Liederkerke of Anzegem. Wellicht lukt dat uiteindelijk wel, maar ook zonder één negatieve ervaring? Wij durven onze hand er alvast niet voor in het vuur steken.

De rechten van holebi’s en transgenders moeten we weer centraal durven te plaatsen in een samenleving als de onze, in de samenleving die we willen zijn. Dat is werk van elke dag. Door één keer per jaar met een pride door de straten van Brussel trekken, sussen we enkel ons geweten. Die pride is belangrijk, maar volstaat niet. Om in te breken in de hoofden, ook die van jongeren, is continu actie en sensibilisering nodig. Ervan uitgaan dat de jeugd zomaar die waarden en normen uitdraagt, is onszelf voorliegen. Het is een kwestie van betrokkenheid, opvoeding en omkadering. Willen we onze samenleving écht de kans geven divers te zijn, of zeggen we dat alleen maar? Verdedigen we écht de belangen van ‘anders zijn’ of gebruiken we ze enkel wanneer het ons uitkomt?

Diversiteit is anno 2016 nog altijd geen evidentie. Verre van, zelfs. Om racisme op de werkvloer te weren, roept sp.a al meer dan een jaar om praktijktesten. Om discriminatie van 50-plussers op de arbeidsmarkt te weren, roepen we ook dat instrument in om werkgevers tot de orde te roepen. Om hen met de neus op de feiten te drukken. Waarom zouden we datzelfde idee niet doortrekken voor holebi’s en transgenders, op de werkvloer of op de huurmarkt? Als diversiteit hulp-instrumenten vereist, dan is het onze plicht om die te gebruiken. Tot ‘anders zijn’ écht een evidentie is en niet langer een obstakel om jezelf te (kunnen) zijn.  

Lees het artikel ook hier.