Nog geen tien jaar geleden lagen de armoedecijfers bij de gepensioneerden een pak hoger dan bij de rest van de bevolking. Eén op vier ouderen liep het risico om in armoede verzeild te raken. Vandaag is hun risico op armoede teruggebracht tot het Belgische gemiddelde, rond de 15 procent. De daling is te verklaren door drie belangrijke factoren. Er was de toenemende participatie van vrouwen aan de arbeidsmarkt. Doordat zij meer werken, bouwen ze betere pensioenen op. Deeltijds werkenden kregen in 2006 toegang tot het minimumpensioen. En er kwam een inkomensgarantie voor ouderen, een systeem dat ertoe leidde dat wie onvoldoende middelen heeft na zijn pensioen toch ondersteund wordt om niet in armoede te leven.

Op de kleinste pensioenen wil de minister van Pensioenen dus besparen om meer te kunnen geven aan de grote pensioenen. Robin Hood, maar dan omgekeerd.

In het huidige federale regeerakkoord staat dat men de minimumpensioenen verder wil hervormen: 'Wie gedurende een volledige loopbaan voltijds heeft gewerkt, moet recht hebben op een minimumpensioen dat minstens 10 procent hoger is dan de armoededrempel.' Deze doelstelling was erg ambitieus en blijft tot op vandaag helaas dode letter. Erger nog: de lijn van de regering en de voorstellen die circuleren, onder andere naar aanleiding van de begrotingsopmaak, zullen de armoede bij de gepensioneerden sterk doen stijgen. Zo besliste minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) voor de zomer om enkel de minimumpensioenen van de volle, 45-jarige loopbaan te compenseren voor de btw-verhogingen, terwijl je al recht hebt op een minimumpensioen na 30 jaar loopbaan. Vooral vrouwen vallen hierdoor uit de boot.

Dit is nog maar het begin. Als het van diezelfde minister afhangt, wordt het minimumpensioen hervormd ten nadele van deeltijds werkenden, opnieuw voornamelijk vrouwen. Ook werknemers met een uurrooster van minstens twee derde gedurende 30 jaar, zouden geen volledig recht meer krijgen op het minimumpensioen. Als deze maatregel er komt, gaat 84 procent van de minimumpensioenen erop achteruit.

Minstens even drastisch is het plan om periodes van werkloosheid of brugpensioen niet of minder te laten meetellen voor de pensioenberekening. Hierdoor raak je opnieuw de meest kwetsbaren op de arbeidsmarkt. Dat de werknemers die aan de deur worden gezet bij grote herstructureringen op die manier twee keer gestraft worden, lijkt deze liberale minister niet te deren. Het zijn alweer de vrouwen, maar veelal ook arbeiders, die het meest zullen inleveren.

Omgekeerde herverdeling

Welk hoger doel heiligt al deze verregaande middelen? Wel, de besparingen op de minimumpensioenen - de pensioenen van de meest kwetsbare mensen - zouden worden gebruikt om de hogere pensioenen op te trekken. Zo wil de minister ervoor zorgen dat de werknemers die meer verdienen dan 53.500 euro per jaar een groter stuk van hun loon kunnen laten meetellen voor de berekening van hun pensioen. Hij wil ze elk jaar minstens 1,25 procent extra geven, bovenop de index. Op de kleinste pensioenen wil de minister dus besparen om meer te kunnen geven aan de grote pensioenen. Robin Hood, maar dan omgekeerd. Terwijl hij met grote trom het Nationaal Pensioencomité oprichtte om er de toekomst van ons pensioenstelsel uit te tekenen, bereidt hij tegelijk in de achterkamers de grootste achteruitgang in onze pensioenen van de laatste decennia voor. Deze voorstellen zijn niet voorgelegd aan het Nationaal Pensioencomité, evenmin aan de Academische Raad van pensioenexperts, die nochtans recentelijk is opgericht om het pensioenbeleid wetenschappelijk te ondersteunen.

Deze voorstellen vallen onder de schaamteloze vlag van 'omgekeerde herverdeling'. In de Belgische sociale geschiedenis is dit nooit eerder vertoond. Het gevolg is even voorspelbaar als onrechtvaardig: de armoede bij gepensioneerden zal opnieuw drastisch toenemen.

Dit opiniestuk verscheen in De Standaard (26/08)