Rosita ging naar school in de Onze-Lieve-Vrouw Presentatie in de Langestraat. De Fokets woonden toen in de Meierij. Na de lagere school werkte ze twee jaar in een Gents naaiatelier, daarna in een cateringbedrijf in Sint-Niklaas. Tijdens de week bleef ze slapen in het bedrijf, in een situatie die doet denken aan de televisieserie ‘Upstairs Downstairs’. Alleen tijdens het weekend was ze thuis.

“Ik kwam terug naar Gent in 1972 en ging meteen alleen wonen. Ik werkte voltijds in de textielfabriek Fabelta, maar ik verdiende wat bij in café ‘De Pallieter’, toen een berucht studentencafé. Ik leerde er ook mijn eerste man kennen. Ik trouwde en werd in 1974 moeder van Steve. Na mijn zwangerschapsrust ging ik aan de slag in het al even bekende studentencafé ‘Ad Fundum’, nog altijd als bijverdienste. In 1975 nam ik dan samen met mijn man ‘Café Sportwereld’ over. Het café liep goed, maar mijn huwelijk liep op de klippen. Ik scheidde van mijn man in 1977.”

Dat betekende meteen harde tijden voor Rosita. Er was nog geen sprake van ‘vangnetten’ of voorrangsregels voor alleenstaande moeders - integendeel, ze werd door de goegemeente wel eens vaker scheef bekeken…

Rosita ging werken in het restaurant ‘Graaf van Egmond’, als ‘plongeuse’ (schotelwasser). Twee jaar later verhuisde ze naar Sint-Niklaas (opnieuw die stad!) en werd er gerante van café ‘The Tower’. Maar toch: het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Ze keerde terug naar haar geboortedorp Ledeberg om er het ‘Achturenhuis over te nemen’, waar wij haar allen zouden leren kennen.

Rosita zou 27 jaar lang het Achturenhuis ‘runnen’, het juiste werkwoord voor haar manier van ‘caféhouden’. Dat was in het gezegende jaar 1987: de SP kwam terug in de regering van Martens-de-zoveelste, na succesvolle Kamer- en Senaatverkiezingen. Het Achturenhuis werd opnieuw een bruisende ontmoetingsplaats voor iedereen: theatermensen, marktkramers, gewone klanten én socialisten!

“Het Achturenhuis werd voor mij en mijn nieuwe partner een absolute uitdaging. Het café had een tijd lang leeg gestaan en lag er nogal ‘onderkomen’ bij. Wij openden in de zaal boven, terwijl beneden de gelagzaal grondig verfraaid werd. We zouden dat tijdens die 27 jaar meerdere keren doen. De zaak draaide meteen op volle toeren. Met de socialisten van toen, onder leiding van Jaak De Poorter (die in 1989 schepen werd en dat 10 jaar zou blijven, tot zijn pensioen), hadden we werkelijk een goede band. Het werden mijn schoonste jaren in ons café: we waren nog vrij jong, de sfeer was opperbest, de mensen kwamen graag bij ons, wij amuseerden ons kostelijk, er werd geweldig gelachen.”

Maar tijden veranderen en mensen ook. Rosita’s partner verliet haar midden de jaren ‘90. Ze kreeg het een tijdlang echt lastig: er was natuurlijk het verdriet, maar bovendien was de man in kwestie een bijzonder goed ‘cafétier’.

“Enkele jaren later leerde ik mijn huidige man kennen en met hem heb ik de laatste 15 jaar het Achturenhuis open gehouden, dat vanaf 2004 terug een succes werd - zeker op politiek vlak, want de partij werd grondig vernieuwd onder leiding van Geert dutré en Karin Temmerman.”

Rosita interviewen is gemakkelijk want ze zit nooit om een woord verlegen. Ik heb altijd een goede band gehad met haar, gedurende die 27 jaren. Voor mij is Rosita steeds een ‘Mariannefiguur’ (noot: Frans symbool van de 'Triomf van de Republiek', de vrijheid en de rede) geweest. Zij is een ware, authentieke socialiste, die niettemin het grootste deel van haar beroepsleven werkte als zelfstandige. Dat is nog altijd geen vanzelfsprekende combinatie, maar stilaan evolueren de geesten.

Rosita is een sterke vrouw zoals ik er niet veel ken, die met haar tegenslagen en wederwaardigheden niet te koop loopt, maar ze verwerkt of overwint deze en werkt verder zonder klagen. Een heel goede ‘cafétière’ (daar is iedereen het over eens) én een ‘beginselvaste’ vrouw, rechtoe/rechtaan, met een hekel voor het bruin-zwarte gedachtengoed.

(interview: Marc Lootens)